Theunisse begint met revalidatie

Drie weken geleden botste oud-wielrenner Gert-Jan Theunisse tijdens een trainingsrit in Frankrijk frontaal op een auto. De trainer van mountainbiker Bart Brentjens overleefde de klap, maar raakte verlamd vanaf zijn middel. Langzaam keert het gevoel in zijn onderlijf weer terug. Alleen het linkerbeen blijft nog gevoelloos. Vandaag begint Theunisse (34) met zijn revalidatie.

Kunt u zich het ongeluk nog voor de geest halen?

Theunisse: “Ik was bezig met een stijle afdaling met veel haarspeldbochten. Ik ging hard door een bocht en opeens was daar die auto. Hij reed op de verkeerde weghelft. We konden elkaar niet zien, want het was een dooie hoek. Een frontale botsing was niet meer te voorkomen. Daarna ging bij mij het licht uit.”

U bent daarna vanuit Frankrijk naar Nederland vervoerd, was dat wel verantwoord?

“Achteraf gezien niet. De doktoren in Frankrijk zeiden dat die verlamming kwam door de klap. Alles was dik en opgezwollen, maar ze spraken niet over een dwarslaesie. Na zes dagen ziekenhuis ben ik liggend in een auto vervoerd. Het kleinste hobbeltje in de weg had al fataal kunnen zijn. Dan had ik waarschijnlijk nooit meer kunnen lopen. Ik ben blij dat ik tijdens de rit niet op de hoogte was van het gevaar voor een dwarslaesie.”

Uw leven kenmerkt zich door tegenslagen. Eerst constateerden doktoren een hartafwijking, daarna bleken uw botten te snel te onkalken. Zijn die tegenslagen typerend voor de persoon Theunisse?

“Ach, aan de andere kant heb ik ook geluk gehad. Bij de botsing reed ik veertig kilometer per uur. De auto had een snelheid van zeventig. Een normaal mens had de klap volgens de politie niet overleefd. Ik heb een goede engelbewaarder, denk ik.”

Hoe gaat u met deze tegenslag om?

“Positief. Ik blijf er vrij rustig onder. Ik heb het gevoel dat het goed komt. Ik moet weer opnieuw leren lopen, maar voor die uitdaging ga ik me honderd procent inzetten. Ze krijgen mij niet plat. Op topniveau zal ik nooit meer mee kunnen, maar ik leef nog en daar mag ik dankbaar voor zijn.”