Suïcidale jongeren op zoek naar seks en macht

Voorstelling: De ziekte die jeugd heet van Ferdinand Bruckner door Ro Theater. Regie: Peter de Baan; spelers: Sabrina van Halderen, Rogier in 't Hout, Esther Scheldwacht. Gezien 20/9 Ro Theater, W. Boothlaan, Rotterdam. T/m 28/9 aldaar. Tournee t/m 25/10. Inl.: 010-4047070.

Ze zijn melancholiek en suïcidaal, ze hebben een drang naar seks en macht, de een is een gewetenloze manipulator en de ander zoekt de zuivere liefde. Dit zijn studenten uit het sombere Wenen van de jaren twintig, de Eerste Wereldoorlog is nog maar net uitgewoed. Auteur Ferdinand Bruckner schetst in het stuk De ziekte van de jeugd de gefnuikte geldingsdrang van jongeren. Ze dromen zich als eeuwige student, als dichter, dokter of schrijver een grootse toekomst, maar hen kwelt een niet te stuiten doodsdrift. Hoe meer seks, hoe sterker de lokroep van de dood. Het meisje van grafelijke afkomst, Desiree, verlangt terug naar haar onbezorgde kindertijd. Geluk is waar de weerwolf die volwassenheid heet, zijn tanden nog niet ontbloot.

Voor de rolverdeling koos regisseur Peter de Baan jeugdige acteurs, wild en energiek van de toneelschool. Ze hebben, op de Bühne, hun charmes en hun feilen. Sommigen spelen nadrukkelijk toneel, en bedienen zich van gebaren die ouderwets en aangeleerd aandoen. Decor en kostuums geven hen dan ook weinig kans tot stilering. Grauw en sleets, de smoezelige onderbelichte kamer van jonge mensen die nooit het zonlicht zien. De kleuren van de kostuums vloekten behoorlijk. Het tijdsbeeld moest en zou dat van een verre halve eeuw terug zijn.

En hierin toont de voorstelling haar ambivalentie. Deze acteurs kunnen onmogelijk het deprimerende, gedesillusioneerde Wenen van toen vertolken. Peter de Baan wil de voorstelling dicht op de huid van de spelers, en dus van de toeschouwers brengen, maar een fnuikend anachronisme maakte vele uitspraken uit de mond van juist deze spelers ongeloofwaardig. Er wordt telkens geroepen dat de dood de enige oplossing is voor dat vage gevoel van melancholie dat de personages doortrekt, ik mis in de handeling die noodzaak tot doodsverlangen. Er is veel telling, te weinig showing. We zien telkens scènes, culminerend in een heftig moment, die dan weer voorbij zijn. In al het platvloerse, heftige realisme is het slotbeeld overrompelend, en dat maakt veel goed: de perfide, in het zwart geklede manipulator Freder heeft het grafelijke meisje tot zelfmoord gedwongen. Te veel drank. De vrouw Marie op wie zij, in een kinderlijke hunkering naar een veilig lichaam, verliefd was, drinkt zich moed in, hallucineert, en verleidt de moordenaar op de grond terwijl het meisje dood op haar bed als op een altaar ligt.

Voor mij had de regisseur het stuk dichter naar deze tijd mogen trekken, zoals ik onlangs zag in een Medea-uitvoering door het onbekende gezelschap Aluin. In de spelregie heeft De Baan enkele acteurs gelukkig tot knappe, krachtige prestaties kunnen brengen. De transformatie van Tjitske Reidinga van slaafs dienstmeisje tot straatprostituée is van een onthutsende scherpte; eerst poezelig sloofje zijn en vervolgens killing 'n' bitchy is niet gering. Esther Scheldwacht als de levensmoeë Desiree zorgt, ondanks al haar kwijnen, voor een authentieke aanwezigheid. De goedhartige Marie (Sabrina van Halderen) ontpopt zich tot een perverse duivelin. Spil van de voorstelling is de kwade genius Freder, na een welbewust onopvallend begin steeds dwingender aanwezig. Rogier in 't Hout speelt deze Nietzscheaanse nihilist die met mensen jongleert, en hen gerust de dood in jaagt, met precies de onverbiddelijke overtuiging zoals dat moet. Hij triomfeert in het gevecht tegen de ziekte van de jeugd, waar anderen ten onder gaan. 'Leven!' is het laatste woord van de voorstelling; zìjn uitroep.