Sprintje voor brons en dat op m'n 38ste

Ik ben nooit echt een type geweest voor topsport. Trainingen heb ik altijd leuker gevonden dan wedstrijden. Ik ben niet zo wedstrijdgericht ingesteld. Als atlete nam ik bijvoorbeeld pas op mijn achttiende deel aan m'n eerste echte wedstrijd - een 800 meter. Sport is voor mij ook nooit zaligmakend geweest, ik heb er altijd dingen naast gedaan. M'n werk, het geven van clubtrainingen en natuurlijk m'n kinderen.

Ik denk dat ik als tiener wel een talent was, maar omdat ik geen zin had om twee keer per dag te trainen, zijn echte topposities uitgebleven. Dat wil zeggen, die kwamen eigenlijk pas op latere leeftijd. Ik ben een echte laatbloeister. Mijn topjaar was zo'n vijf jaar geleden, toen ik 38 jaar was. Op die leeftijd werd ik derde op de 1.500 meter bij de NK. Stella Jongmans werd toen kampioen. In al die jaren daarvoor was ik op de 800 en 1.500 meter altijd wel bij de eerste tien geëindigd, maar nog nooit op het erepodium terecht gekomen.

In hetzelfde jaar won ik ook mijn eerste titels, al was het bij de veteranen. Door m'n leeftijd mocht ik inmiddels ook aan hun wedstrijden deelnemen. Ik werd nationaal kampioene op de 800 en 1.500 meter en op de tien kilometer op de weg. Verder ging ik in dat jaar ook als eerste veterane over de streep bij de marathon van Rotterdam. Dat jaar was mijn topjaar, met als uitschieter toch die derde plaats op de 1.500 meter. Om derde te worden moest ik op de laatste meters nog echt voluit sprinten. En dat als 38-jarige!

Achteraf kun je zeggen dat er meer in m'n sportcarrière had gezeten als ik vaker had getraind en me meer op één afstand had toegelegd. Maar met plezier sporten én trainen heb ik altijd belangrijker gevonden dan prestaties.