Rome vreest 'tweede dood' van Pompeï

ROME, 22 SEPT. Door de overweldigende toeristenstroom en een gebrek aan geld dreigt Pompeï een tweede dood te sterven, zo heeft de Italiaanse minister van cultuur gewaarschuwd.

Hij heeft de hulp van het bedrijfsleven ingeroepen om de antieke stad te redden. Minister Walter Veltroni wees erop dat van de stad die in het jaar 79 voor Christus onder de lava werd bedolven, nu nog maar 12 procent te bezichtigen is. Dertig jaar geleden was dat drie keer zo veel. “Tegelijkertijd is het aantal bezoekers van Pompeï gestegen en daarom slijt alles veel sneller,” zei Veltroni. “Als we niet snel ingrijpen, moeten we de tweede dood van Pompeï afkondigden.”

Hij wees erop dat op veel plaatsen oude muren aan het afbrokkelen zijn en fresco's vervagen. Sinds de opgravingen begin vorig eeuw goed op gang kwamen, zijn er negentig villa's blootgelegd. Hiervan zijn er maar dertien open voor het publiek.

Pompeï is de bezienswaardigheid die de meeste betalende toeristen trekt in Italië. Vorig jaar waren er bijna twee miljoen bezoekers. Tweede op de ranglijst staat het Uffizi-museum in Florence, met 1,1 miljoen bezoekers vorig jaar. “Er is een ingreep nodig van honderden miljarden” (honderden miljoenen guldens), zei Veltroni. Ongeveer 22 hectare van de stad is nog niet opgegraven, door gebrek aan geld, maar ook omdat archeologen hier weinig nieuwe informatie verwachten en het beter achten de Romeinse villa's onder de beschermende laag lavasteentjes en zand te laten zitten dan ze bloot te stellen aan zon, wind, regen en toeristen.

Geld is een hoofdprobleem. Veltroni zei dat de organisatiestructuur van Pompeï zou veranderen, waardoor deze bezienswaardigheid het grootste deel van het entréegeld zelf mag houden. Nu wordt dat afgedragen aan de stad.

Maar de linkse minister van cultuur voorspelde dat dit niet zou volstaan. “Wij vragen aan de particuliere sector om mee te doen en geld aan te bieden voor het redden van Pompeï,” zei Veltroni. “We zullen in staat zijn om voordelige belastingvoorwaarden aan te bieden.” Hij suggereerde dat bedrijven een villa of een blok huizen van de antieke stad onder hun hoede zouden kunnen nemen.

Veltroni maakte zijn opmerkingen op een studiedag over cultuurbeleid en bedrijfsleven in Turijn. Daarbij was ook Cesare Romiti aanwezig, de president van het autobedrijf Fiat. Romiti zei dat het bedrijfsleven een grote rol zou kunnen spelen bij de bescherming van het cultuurgoed in Italië: door geld beschikbaar te stellen, en door ingeschakeld te worden bij het beheer van cultuurgoederen, dat daardoor professioneler zou kunnen worden.