Poolse democratie

DE PENDULE ZWAAIT terug in Polen. Twee jaar geleden versloeg de ex-communist Alexander Kwaiewski in de presidentsverkiezingen vakbondsman Lech Waa. Gisteren won het door Solidariteit bijeengeharkte rechtse blok de parlementsverkiezingen van de neo-socialisten.

Samen met de marketeers van het liberale midden zou rechts nu opnieuw een regeringsmeerderheid kunnen vormen. Op die manier zou in Polen een variant van de Franse cohabitation ontstaan: staatshoofd en regering afkomstig uit elkaar bestrijdende politieke stromingen. Alleen, het blok is in zichzelf zo versplinterd dat het maar de vraag is hoe lang het zijn samenhang kan bewaren en effectief aan een coalitie deelnemen.

De uitslag van de Poolse verkiezingen toont het dilemma waarvoor de Europese Unie zich ziet geplaatst. Als over niet al te lange tijd de uitbreidingsonderhandelingen met de kandidaten beginnen, zal pas duidelijk worden waaraan de Unie is begonnen. Niet alleen de problemen over de sociaal-economische aanpassing zijn immens. Ook de als eerste voor het lidmaatschap in aanmerking komende Oost-Europese landen - Polen, Tsjechië en Hongarije - staan in wezen nog zo ver af van wat een werkbare democratie kan worden genoemd, dat een succesvolle inpassing in de West-Europese politieke cultuur voorlopig twijfelachtig blijft.

HET LAG VOOR DE HAND om na de bevrijding van Oost-Europa van de commando-economie in eerste aanleg vooral te letten op de zuiverheid van het democratisch handelen daar. De vrijheid van meningsuiting, de eerlijkheid van de verkiezingscampagnes en de correctheid bij het tellen van de stemmen stonden en staan terecht in de algemene aandacht. De drie grote Midden-Europese landen hebben alle in het jongste verleden op die gebieden ruime voldoendes gehaald en dat is waard om te worden onthouden. Maar met het houden van verkiezingen is de democratie niet voltooid. Dan begint het eigenlijk pas. Als het democratisch proces niet uitmondt in doelmatig, inzichtelijk en duurzaam bestuur is op den duur vervreemding en radicalisering het gevolg. Dat risico loopt Polen nu en in Tsjechië en Hongarije is het nooit ver weg.

Het was niet toevallig dat de terugkeer van Pools links aan de macht destijds in het Westen nauwelijks reacties opriep. Kwaiewski bewees zich als aanhanger van de markt, van de NAVO en van de Europese integratie, met de verkiezingsuitslag van gisteren bleek hij de democratische spelregels te respecteren. In het Westen zijn het politieke pragmatisme en de vrije markt het nieuwe leerstuk, Oost-Europese leiders die bereid zijn dat leerstuk te omhelzen zijn welkom. Hun voormalige ideologie doet er nauwelijks toe. De winst voor de politieke nazaten van het gelauwerde maar vervolgens in verval geraakte Solidariteit zal dan ook niet overal worden toegejuicht.

VERSPLINTERING EN ALS GEVOLG daarvan verlamming van de politiek is een gevaar dat iedere democratie bedreigt. In gevestigde democratieën zijn in de loop van de tijd procedures ontwikkeld om bestuurlijke samenhang te behouden zonder dat de democratie zelf geweld wordt aangedaan. Dat die procedures per land nogal verschillend zijn, geeft aan dat geschiedenis en cultuur een belangrijke rol spelen. Voorzover er in Midden- en Oost-Europese staten van een democratische traditie sprake was, was die weinig doelmatig. Bovendien was zij als gevolg van een halve eeuw bezetting en ideologische eenvormigheid praktisch vergeten: de burgelijke normen en waarden waarin democratie wortelt waren nagenoeg vernietigd.

In de Europese Unie staat de economische eenwording centraal. Uit haar eigen geschiedenis valt dat te verklaren. In de kernlanden is een doelmatige democratie verzekerd. Maar met de aanstaande uitbreiding komen vraagstukken aan de orde waarvan de Unie zich tot dusver nauwelijks rekenschap heeft gegeven. Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat de politieke en culturele integratie als vanzelf de economische integratie zal volgen. De jongste verkiezingsuitslag in Polen maakt dat buitengewoon onzeker.