Operette: voor het eerst 'Fledermaus'

Voorstelling: Die Fledermaus van Johann Strauss jr. door de Hoofdstad Operette o.l.v. Gottfried Stöhr. Regie: Karl Absenger. Choreografie: Matyas Jurkovics. Decors en kostuums Thomas Pekny. Wisselende cast. Gezien: 20 en 21/9 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 17 mei.

Het lijkt wonderlijk dat de Hoofdstad Operette in de meer dan vijftig jaar van zijn bestaan nooit Die Fledermaus van Johan Strauss jr. heeft uitgevoerd. De operette met zijn meeslepende melodieën, komische verwikkelingen en goed geprofileerde karakters is een van de hoogtepunten in het genre waarvoor ook serieuze operagezelschappen zich niet generen. Wat zangtechnische eisen en orkestrale bezetting betreft raakt Die Fledermaus aan de opera waar hij dan ook vaak bij wordt ingedeeld.

Daar zit dan ook het probleem. Strauss schreef zijn partituur voor een compleet symfonieorkest en niet voor een reizend gezelschap met een 25-koppig orkest, dat ook nog moet passen in de zalen van de culturele centra in den lande. Bovendien had de Hoofdstad Operette niet genoeg talent in eigen huis om de zware solistische rollen op zich te nemen. De solisten moeten, behalve over goede stemmen, ook beschikken over - komisch - acteertalent en uitstekend Duits kunnen spreken, want de gesproken dialoog neemt een grote plaats in.

Nu is het er dan toch van gekomen. Die Fledermaus van de Hoofdstad Operette is het komend seizoen meer dan honderd keer in Nederlandse, Belgische en Duitse theaters te zien. Er zijn strenge zang- en regieaudities aan voorafgegaan, waaraan meer dan 150 zangers hebben meegedaan. Gezocht is in eerste instantie naar Nederlandse kandidaten, maar de meeste daarvan voldeden volgens directeur Jaap Montagne niet aan de eisen: “Soms konden ze prachtig zingen, maar vielen ze af vanwege de uitspraak van het Duits.”

Uiteindelijk heeft het gezelschap, naast de beste solisten uit eigen stal, voor eerst sinds jaren weer een aantal buitenlandse, vooral Duitse, zangers aangetrokken. Sommige rollen hebben een dubbele tot driedubbele bezetting. De componiste en hoboïste Sylvia Maessen schreef voor het orkest een speciaal arrangement, dat tevoren in concertante uitvoeringen is uitgetest.

Die Fledermaus speelt zich af rond 1900. De rijke Wener Gabriel von Eisenstein moet de gevangenis in omdat hij een ambtenaar heeft beledigd. Op weg naar de cel gaat hij eerst nog naar een bal, waar iedereen, inclusief zijn vrouw Rosalinde en hun dienstmeisje Adele, zich voordoet als iemand anders en onder die andere identiteit flirt, liegt, bedriegt, maar ook prachtig zingt, zoals Adele in het kokette Mein Herr Marquis, Rosalinde in de nostalgische czardas Klänge der Heimat en het hele ensemble in de vervoerende wals Brüderlein und Schwesterlein. Pas de volgende dag, in het bureau van de gevangenisdirecteur, wordt ieders ware identiteit onthuld. Misverstanden worden bijgelegd, de champagne krijgt de schuld.

De drie akten spelen zich af op drie locaties: de huiskamer van de Eisensteins, de balzaal en de gevangenis. De Oostenrijer Thomas Pekny ontwierp als decor een aluminium constructie in de vorm van een symbolische vogelkooi waar alle spelers in en uit fladderen. Rode pluchen stoelen en velours gordijnen typeren hier de levenssfeer van de Eisensteins, het bal speelt zich af in een zilverkleurige omgeving met een enkel blauw en groen lichtaccent.

Alle inspanningen vooraf hebben geleid tot een sprankelende voorstelling. Zowel de première als de matinee op zondag met een andere cast brachten een vrolijke werveling van bekende melodieën, afgewisseld met gracieuze balletten, terwijl ook de zangers in komische dansjes werden betrokken. Het gesproken Duits was uitstekend te verstaan. Een gelukkige ingreep van de regie was om de dronkemansscène van de gevangeniscipier in de derde akte, vaak door een beroepsacteur gespeeld en eindeloos gerekt, tot een minimum te beperken.

Zangers, dansers en het orkest onder leiding van Gottfried Stöhr leverden prestaties op niveau, al wreekt zich af en toe de akoestiek van de Stadsschouwburg, waardoor zangers achterop het podium minder goed te horen zijn. De bariton Bert Simhoffer (Eisenstein) van de Hoofdstad Operette bewees op de première dat hij een mooie stem paart aan een grote podiumprésence. Jeroen Bik, Rosalinde's brutale minnaar Alfred, zong met de heldere tenor die nodig is voor deze rol. In de gedistingeerd-uitdagende Amerikaanse sopraan Lynda Kemeny (Rosalinde) die over een stralende hoogte beschikt, hadden zij een ideale tegenspeelster. Kemeny had, evenals het charmante dienstmeisje Adèle (de Duitse Anneli Pfeffer), een warmer ontvangst verdiend van het première-publiek dat zijn bravo's leek te reserveren voor oude bekenden uit eigen stal.