Nuis: tegen marktdwang

AMSTERDAM, 22 SEPT. Staatssecretaris Nuis (OCW) vindt dat hij geen onbillijke dwang toepast met zijn verplichting aan de gesubsidieerde orkesten om minstens zeven procent Nederlandse muziek te spelen. De “bescheiden” subsidiekorting bij het niet voldoen aan die norm is volgens Nuis “niet dwingend, maar ook niet vrijblijvend.” De staatssecretaris zei dat zaterdagavond in Amsterdam bij de viering van het vijftigjarig bestaan van Donemus, die zich inzet voor de Nederlandse muziek.

Volgens Nuis is er in zijn maatregel geen sprake van artistieke inperkingen, en biedt die, net als het hele cultuurbeleid, juist een tegenwicht tegen de dwang van de markt. De artistieke vrijheid van de orkesten staat volgens Nuis onder de dwang van opnamecontracten, de internationaler geworden dirigentenmarkt en de veranderde positie van de chef-dirigent.

Al die ontwikkelingen zijn volgens Nuis ongunstig voor het Nederlandse repertoire. “Met zeven procent Nederlandse muziek, overigens naar wens in te vullen, blijft er nog 93 procent over voor het buitenland.” Nuis zei te hopen dat het plan dat de orkesten nu ontwikkelen om meer Nederlandse muziek te spelen de maatregel overbodig maakt.