Musica Sacra: muzikale verbeelding van God

Festival Musica Sacra. Gehoord: 20, 21/9 Maastricht. Radio-uitz.: 25/9 o.a. Il Sant Alessio; 2/10 o.a. barokmuziek; 9/10 o.a. Ensemble 88; 20/11 Cäcilia: ausgeplündert; Engelse koormuziek KRO Radio 4, telkens 20.02 tot 23 uur.

God, zo beschrijft het eerste bijbelboek Genesis, “schiep de mens naar zijn beeld.” Zóveel nadruk legt de Bijbel daarop dat die mededeling in de volgende zin nog eens wordt herhaald: “Naar Gods beeld schiep Hij hem.” Christus, Gods zoon, was zelf een mens.

In augustus gaf het Vaticaan de Braziliaanse schilder Claudio Pastro opdracht voor het jubeljaar 2000 een nieuw Christusbeeld te schilderen, met een bruine huidskleur. Daarin zouden ook anderen dan blanken zich kunnen herkennen. Het zou een omgekeerde Genesis zijn: Christus, die als mens op God lijkt, herschapen door de mensen naar hun evenbeeld.

Wat in de westerse schilder- en beeldhouwkunst nog niet of nauwelijks is verwezenlijkt, bestaat wel in de muziek. Mensen uit verschillende werelddelen en culturen componeren elk hun christelijke of niet-christelijke religieuze muziek op verschillende manieren, waardoor God hun naderbij komt.

Een aantal daarvan waren het afgelopen weekeinde te horen op het Maastrichtse Musica Sacra, een festival voor 'heilige muziek' dat plaatsvindt in kerken van allerlei denominaties, ook in de synagoge. De komende maanden zendt de KRO-radio een aantal opnamen uit van dit festival, waarvan dit jaar 'heiligen en idolen' het officiële thema was. Maar vaak ging het om religieuze wereldmuziek, met twee wereldpremières.

Zo brachten een slagwerker uit Senegal, twee Russische jazzmuzikanten en een boventoonzanger uit Centraal-Azië samen hun 'heilige muziek'. Het gezelschap van Badar Miandi speelde bezwerende Quawwali-muziek uit Pakistan. De Nederlandse groep Nueva Manteca overschreed alle religieuze, culturele en muzikale grenzen met de wereldpremière van Afro Cuban Sanctus. Deze salsa-mis met de Latijnse mistekst op Cubaanse muziek, eert onder anderen ook de West-Afrikaanse 'Christus' Obatala en Yemayá, een godin van de Nigeriaanse Yoruba.

Zaterdagavond om elf uur ging de mis Afro Cuban Sanctus als concert in de paars en groen verlichte St. Janskerk, de protestantse kerk met de rode toren op het Maastrichtse Vrijthof naast de St. Servaas Basiliek. Swingend en dansend zongen de vier vocalisten. Zondagmorgen werden delen van deze mis uitgevoerd tijdens de hoogmis in de Onze Lieve Vrouwe Basiliek op het O.L. Vrouweplein. Dit Romaanse bouwwerk, waarvan het oudste deel uit de elfde eeuw stamt, is een van de stemmigste kerken van ons land. Uniek is de hier massaal gepraktiseerde devotie voor het beeld van Onze Lieve Vrouwe 'Sterre der Zee'.

Tijdens de liturgische viering van pastoor Wagenaar, die hier elke zondag een traditionele gregoriaanse hoogmis celebreert, klonken nu alleen de latijnse delen uit Afro Cuban Sanctus: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei, niet de aanroeping van de Yoruba-godin Yemayá. Dat was jammer, want Yemayá is zelf, behalve een vruchtbaarheidsgodin, ook een godin van de zee, die in Cuba en Brazilië vaak wordt geassociceerd met de Maagd Maria.

Hoewel het optreden van Nueva Manteca door pastoor Wagenaar al wekenlang was aangekondigd, was de salsa-muziek voor een deel van de vaste kerkgangers reden om de O.L.V. Basiliek snel te verlaten, na wel eerst nog voor het altaar te hebben geknield. Nu kan men op Afro Cuban Sanctus wel iets aanmerken, maar toch alleen als men er eerst kennis van heeft genomen.

Het probleem is vooral dat deze salsa-jazz-mis van Jan Laurens Hartong religieus-muzikaal de beatmis uit de jaren '60 nauwelijks voorbij is. Er wordt wel hedendaagse, exotische en populaire aansprekende muziek gemaakt, maar daarop had net zo goed een niet-religieuze tekst kunnen klinken. Ondanks de versterking klonk de uitvoering zeker op zondag nogal slap. Ik bespeurde bij Nueva Manteca geen overtuigende authentieke geloofsbeleving, die zo prominent aanwezig is in de zwarte spiritual-muziek in het zuiden van de Verenigde Staten.

Verschillende merkwaardige heiligen werden bezongen tijdens Musica Sacra. Zoals St. Alexius in de 'historia sacra' Il Sant'Alessio van Stefano Landi, een tijd- en stijlgenoot van Monteverdi. Alexius verliet op zijn trouwdag zijn bruid en zijn familie, 'door God geroepen'. Later kwam hij terug en leefde, niet herkend, als bedelaar onder de trap van zijn ouderlijk huis, waar zijn familie nog steeds ontredderd is. Pas na zijn dood wordt via een achtergelaten brief duidelijk wie hij is. Engelen zeggen de familie niet te rouwen om iemand die met zoveel vreugde in de hemel is opgenomen.

De uitvoering door Ex Tempore o.l.v. Florian Heyerick in de O.L.V. Basiliek was voortreffelijk en zeer beeldend, vooral de rollen van Curtio en Martio - twee jongelui in spijkergoed en gilet die de heilige op misselijk makende wijze sarden en kwelden. Na zijn dood kwamen ze tot vrome inkeer.

Opmerkelijk was ook een motet van Charpentier over St. Laurent (1702): 'De heilige Laurentius bezong, terwijl hij op een rooster werd verbrand, juichend en blij Christus: Ik dank U, Heer.'

Het opmerkelijke van deze aflevering van Musica Sacra was dat daarop relatief weinig oude traditionele (westerse) religieuze muziek klonk, maar juist veel muziek die daarop teruggreep, zij het in andere en vernieuwende vormen. Het Ensemble 88 speelde de Hymn to St. Magnus (1975) van Sir Peter Maxwell Davies, een modernistische variant op de originele 12de-eeuwse muziek. Het Projektkoor Utrecht zong in de hal van het Stadhuis prachtig en indrukwekkend klinkende Engelse koormuziek van Walton, Taverner en Britten - allen componisten die net als Maxwell Davies niet zonder het verleden kunnen.

Ook de Duitse componist en organist Theo Brandmüller, wiens Missa (1994-'95) zondagmorgen tijdens de liturgieviering in de St. Servaas Basiliek de wereldpremière beleefde, is gefascineerd door de traditie. Hij noemt zijn missa zijn 'Opus Summum', een 'liefdesverklaring aan de Musica Sacra'.

Brandmüller doet dat wel op hedendaagse wijze. Zijn muziek, waarin de vocale partijen veelal worden afgezet tegen zeer lange orgeltonen, is met zijn strakke klankblokken strenger en rechtlijniger dat het vrij zwevende gregoriaans. De soms wat pompeuze Missa klonk in de fraaie uitvoering van de Cappella Sancti Servatii o.l.v. Peter Serpenti effectvol en evocatief. Maar Brandmüllers streven om met zeer langzame tempi een 'eeuwigheidsgevoel' te bewerkstelligen had bij mij geen succes - die passages duren toch te kort.

Dat gevoel van het wegvallen van de tijd krijg ik veel eerder bij de spaarzamer en etherischer muziek van Hildegard von Bingen (1098-1179). Voor mij is Hildegard een 'heilige van de muziek', die net zo geëerd zou mogen worden als St. Cecilia, de martelares die rond het begin van de derde eeuw bij haar dood 'hemelse muziek' hoorde en nu de patrones van de muziek is. St. Cecilia werd in Maastricht keer op keer aangeroepen, in verschillende odes 'for St. Cecilia's Day' van Purcell en in de Hymn to St. Cecilia van Britten.

Zondagmiddag verscheen Cecilia zelf in de Keizerzaal, hoog in het westwerk van de St. Servaas Basiliek, halverwege aarde en hemel. Hier kreeg het hoorspel Cäcilia: ausgeplündert (1985) een half-geënsceneerde, gelezen uitvoering door de actrice Jacqueline Kornmüller (Cecilia in wit gewaad) en de componist Mauricio Kagel als zichzelf. Kagel brengt verslag uit van een bezoek aan St. Cecilia in de hemel, waar ze treurt om zóveel slechte muziek op aarde. Als Kagel tenslotte vraagt even op haar harp te mogen spelen, mag hij dat. “Natuurlijk, zo lang u wilt.” Dan eindigt het stuk, voordat duidelijk wordt of Erasmusprijswinnaar Mauricio Kagel zich werkelijk opwerpt als de nieuwe beschermheilige van de muziek.