Max Heymans 1918-1997; Très, très Paris

AMSTERDAM, 22 SEPT. De vorig jaar overleden Benno Premsela kon de anekdote met smaak vertellen. Hij en zijn vrienden waren met zijn allen naar de eerste Nederlandse uitvoering van Becketts Wachten op Godot geweest en spraken er vol vuur over op het souper na afloop. Plotseling zei Max Heymans, die tot dat moment gezwegen had: “Ik zou ook wel een toneelstuk willen schrijven”.

Oh ja? maar hoe zou dat er dan uitzien? vroeg iedereen. Dromerig zei de couturier: “Het doek gaat op en dan komt er een bééldschone vrouw op.” Hij zweeg even en vervolgde toen: “En dan, na een kwartier, komt er weer een bééldschone vrouw op...”

Wat anders had het gezelschap kunnen verwachten? Voor de afgelopen zaterdag aan de gevolgen van een rookvergiftiging overleden Max Heymans (79) was niets zo belangrijk als een mooie vrouw, dat wil zeggen een door hem aangeklede vrouw. Hij was de eerste en tot eind jaren zestig enige belangrijke Nederlandse couturier, aan wie alle vakgenoten van de generatie na hem schatplichtig zijn. Zijn laatste show “sa nouvelle collection le plus beau jour d'avril” ging voorjaar 1996 op het allerlaatste moment niet door, omdat “slechts een heel kleine helft” voltooid was. Maar ziekelijk en als immer berooid, is hij vrijwel tot het einde doorgegaan met ontwerpen, tot er vorige maand brand uitbrak in zijn woning aan de Nicolaas Witsenkade in Amsterdam.

Behalve een eeuwig court d'argent, deurwaarders, dwangbevelen en steevast op het allerlaatst afgewende faillissementen bepaalden mode, “doodchique” elegantie en een onveranderlijk aan Chanel ontleende inspiratie het leven van Heymans. Als jongetje van vijf maakte hij in zijn 'geheime' atelier op de zolder van het ouderlijk huis in Arnhem al zijn eerste creaties, met lapjes die hij stiekem uit zijn vaders stoffengroothandel meenam. “Net de Bonneterie” vond de dienstmeid en zijn moeder die haar enig kind 'scandaleusement' verwende was het daar volledig mee eens. Op zijn vijftiende trad Heymans in dienst van Gerzon als etaleur, op zijn twintigste opende hij zijn hoedenzaak aan de Amsterdamse Munt. Ondergedoken in de oorlog vervaardigde hij hoeden van door de thee - die de kleur pain brûlé opleverde - gehaalde onderbroeken. Zijn moeder kwam om in Bergen-Belsen, waar zij nog had “rondgesjouwd” in een door hem met teddystof gevoerde en naar het doorvoerkamp Westerbork gestuurde donkerblauwe badjas van de Bonneterie.

Van felle kleuren en uitbundigheid hield hij niet, het was le noir, toujours le noir, of le dito blanc, “altijd hetzelfde, maar toch steeds weer anders”. Zijn avondjurken waren zwierig, maar zijn tailleurs, zijn specialiteit, streng en perfect op het lichaam gesneden. Toch was een zekere welwillendheid noodzakelijk om zijn l'heure de la collection te waarderen, want altijd hing er wel een draad uit een zoom of was een naad niet goed geperst. Zijn shows, die altijd te laat begonnen, veel hiaten vertoonden omdat een hoed of stola nog niet door meester zelf was opgezet of op de juiste wijze over de schouders gedrapeerd en die door een met de couturier ouder wordende clientèle werden bezocht, eindigde traditioneel met een bruidsjapon.

Onder de twee kristallen kroonluchters - het enige bezit van waarde dat hij uit handen van de deurwaarders wist te houden - in zijn geïmproviseerde salon/huiskamer kwam de mensenschuwe Heymans na afloop nooit het applaus in ontvangst nemen, maar voor het overige deed hij alles 'très, très Paris'. Zijn uitspraken over zijn vak waren altijd gelardeerd met toepasselijk Frans: zelfs zijn afdwalende hondje heeft hij eens tot de orde geroepen met een legendarisch “Viens ici! Maman veut partir”.

Met Heymans verliest Nederland een kleurrijke bohémien, die zichzelf ook nadrukkelijk zo zag. In die zin was hij niet naïef, maar hij was wel een authentieke excentriek, die zich in de jaren vijftig openlijk als vrouw verkleedde en zijn homoseksualiteit nooit verbloemd heeft. Later werd hij zelf het tegendeel van een 'très élégante' verschijning en nam hij de complimenten in ontvangst gekleed in een oude corduroy broek en weggedoken in een hoekje van zijn naaikamer. Max Heymans, de onzakelijke, chaotische door zijn vak bezeten vader van de Nederlandse mode, wordt vanavond op de joodse begraafplaats in Muiderberg begraven.