Kleiaardappel

De aardappel staat opeens in een kwade reuk. De Franse diëtist Michel Montignac, die steeds onder een andere titel hetzelfde boek schrijft, en die in Nederland al maanden op de bestsellerlijst staat, spreekt met groot dedain over de aardappel. En in het Z-bijvoegsel van 30 augustus zei Mike Duppen in een artikel over de succes-story van de Aardappel Anders saus: 'Iedereen vindt aardappelen saai, en toch blijven de mensen het eten.'

Florine Boucher is gelukkig een kruistocht begonnen tegen de producenten van kant-en-klaar sauzen waarmee de aardappel opgefleurd moet worden. De aardappel is helemaal niet saai! En de voedingswaarde ervan is, anders dan Montignac ons wil doen geloven, zelfs fenomenaal. Alleen al vanwege datgene wat deze Fransman over de aardappel bazelt, heb ik geen enkel vertrouwen in hem. In de vorige eeuw leefden arbeiders soms uitsluitend van aardappels! Toen in 1845 de aardappeloogst mislukte, had dat enorme gevolgen. Een koopman schreef aan de koning: 'Met het wegvallen van den aardappel mist verreweg het grootste en behoeftigste gedeelte der natie zijn voornaamste voedingsmiddel. Duizenden en duizenden kennen in den regel geen ander ochtend-, middag-, en avondmaal. Wat zal men hun in de plaats geven?'

Een aardappel kan een tractatie zijn, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Ten eerste moet de aardappel liefst van de klei afkomstig zijn. Een van de mensen die op mijn terrein een volkstuintje heeft, zingt altijd: Op het zand werk je licht maar niet daarvoor gezwicht. Wie lekker wil eten zal op klei moeten zweten.

Al wat van de klei afkomstig is, smaakt inderdaad veel beter dan wat op zand of veengrond geteeld wordt. Dat geldt in het bijzonder voor de aardappel. Een echte, fatsoenlijke aardappel is een kleiaardappel.

Zo'n verrukkelijke kleiaardappel blijkt het lekkerst als hij zo snel mogelijk nadat je hem geoogst hebt geconsumeerd wordt. Zo uit de grond, zo in je mond! Een vleugje zure room erover en je weet niet wat je proeft. Vooral de vroege aardappel - ik teel altijd de Lekkerlander - moet aldus gesavoureerd worden. Toch blijkt ook de late aardappel - ik teel meestal de Woudster - het lekkerst als hij direkt na de oogst op je bord ligt. Helaas: je kunt je hele oogt niet onmiddellijk na het rooien opeten, dus je moet accepteren dat ook de smaak van de vorstelijke kleiaardappel achteruit gaat als je hem lang laat liggen. Wat helaas geldt voor de Nederlandse consumptieaardappel zoals die in supermarkten etc. wordt aangeboden, is dat er vrijwel uitsluitend rassen zoals het Bintje worden geteeld die veel opbrengst geven, maar waarvan de smaak miserabel is. Wat dat betreft ben je bevoorrecht als je, zoals ik, op de klei rassen als de Lekkerlander en de Woudster kunt telen. Die zijn honderd maal smakelijker dan het Bintje of de Eigenheimer. Overigens heb ik van Iers-Sumatraanse vrienden al een paar jaar Frans aardappelpootgoed gekregen, Rattes, dat langwerpige, komma-vormige aardappeltjes opleverde waarvan de smaak die van de befaamde Opperdoes nog overtreft. Helaas hebben de Rattes het in deze natte zomer bar slecht gedaan. Maar zij zijn het bewijs dat een aardappel ronduit verrukkelijk kan zijn. Een aardappel hoeft helemaal niet gegratineerd te worden met zo'n vette, dus bar ongezonde Aardappel Anders saus. Het enige wat ik u ten aanzien van de aardappel aanbeveel is: kook hem niet, maar stoom hem. Het is een kleine moeite om een metalen mandje te kopen dat je, boven een laagje water, in een pan hangt. In het mandje doe je je geschilde aardappelen. Je brengt het water aan de kook, en je aardappels worden klaargestoomd. Het is echt de moeite waard om ze zo klaar te maken. De smaak is beter, de aardappel valt bovendien niet uit elkaar, maar houdt beet. Vooral mijn Woudster smaakt stukken beter als hij gestoomd is. Als u die ouderwetse, kruimige, papperige blubberaardappels belieft, moet u uiteraard niet stomen, maar ik verzeker u: het is zonde om ze te koken.

U zult misschien zeggen: je hebt makkelijk praten met je eigen aardappels van je eigen kleigrond. Akkoord, maar ook u kunt smakelijke kleiaardappels kopen in Reformwinkels, inplaats van Bah-Bintjes uit de supermarkt. Trouwens: ook op gewone markten zie ik vaak kraampjes waarin bijzondere aardappelrassen verkocht worden. Wie van die smerige Aardappel Anders sauzen en Bintjes kan kopen, kan ook de duurdere kleiaardappels uit de reformwinkels aanschaffen en is, als hij die vunzige sauzen laat staan, toch nog veel goedkoper uit!