Inwijkeling

Als Belg woon ik in een grensgemeente waar Nederlanders 14 procent van de inwoners uitmaken. Er zijn al wijken waar de autochtoon als een rariteit wordt bekeken en ook al een enkele gelegenheid waar iets makkelijker in guldens dan in franken kan worden betaald.

Van op korte maar milde afstand deze inwijkeling in doen en laten te volgen is een enige en verrijkende bezigheid.

Van stammenoorlogen of burenruzies is gelukkig geen sprake en gebeurt het dan toevallig toch eens dan haalt dat nauwelijks het niveau van cafépraat, waar lallend 'lompe Bels' gepareerd wordt met 'vuile Ollander', maar dat is folklore, hoogstens een kermisruzie aan de bar.

Soms zijn de grensprikjes subtieler, een soort verbaal pingpongen.

Onder een groot bord langs de rijweg 'Nederland nog twee kilometer', had een Belgische spuiter een aanvulling aangebracht: 'Ge kunt dus nog terug!'

Elders had een Belgische aannemer van bouwwerken fier gemeld op een reusachtig bord: “Deze werf is twee maanden eerder klaar dan voorzien”, hetgeen als Nederlands commentaar kreeg: “Die Belgen kunnen toch ook niet plannen...”

Op een parochie in de buurt was een Nederlander tot pastoor benoemd en voor het raam van zijn pastorie afficheerde hij: 'Meid gevraagd, liefst Hollandse'.

Een kritische parochiaan had daaronder al snel een variant geformuleerd: 'Pastoor gevraagd, liefst Belg'.

En toen een Nederlander van 94 jaar zich aan de balie van het gemeentehuis meldde met het verzoek genaturaliseerd te worden tot Belg, kreeg de ambtenaar tot zijn verbazing te horen: “Ik heb liever dat een Belg sterft dan een Nederlander.”

Braafjes allemaal in vergelijking met andere nationaliteiten. Wat dacht je van deze: “Kom naar Polen, uw wagen is er al!”