Gevluchte Tsjechische put kracht uit aanvoerdersband Nederlands team; 'Ik ben veranderd in een bloeiende roos'

In 1988 ontvluchtte Irena Machovcak haar moeder- land Tsjechoslowakije. Zaterdag keert de 28-jarige volleybalster met het Nederlandse team terug naar de republiek Tsjechië voor een EK. “Nederland heeft mij een nieuwe identiteit gegeven.”

AMSTERDAM, 22 SEPT. Ze staat soms verbaasd van zichzelf. Jarenlang stond Irena Machovcak bekend als een introverte volleybalster die na twee woorden weer nukkig naar de grond staarde. “Als een typisch Oostblok-meisje dat niemand in vertrouwen durfde te nemen.” In haar nieuwe rol van aanvoerder heeft Machovcak zich echter ontwikkeld tot een speelster met charisma. Het klinkt welhaast poëtisch als de middenaanvalster van het Nederlandse team haar metamorfose typeert. “Ik ben veranderd van een geknakte bloem in een bloeiende roos.”

Het is een moeizaam proces geweest. “Van een grijze jeugd in Tsjechië naar een kleurrijk bestaan in Nederland.” Dat scherpe contrast wordt manifest als ze deze week opnieuw terugkeert naar het land dat ze negen jaar geleden ontvluchtte. In 1993 werd het EK in Tsjechië niet alleen in sportief opzicht een mislukking voor Machovcak. Geestelijk bleek ze de indringende confrontatie met het verleden nog niet te hebben verwerkt.

“Mensen die in naam van het regime wreedheden hadden begaan, schudden me lachend de hand. Als ik dan antwoordde dat ik niet vergeten was wie ze waren en wat ze hadden uitgevoerd, zag je de gezichten betrekken. Ik voelde geen enkele affiniteit meer met mijn moederland. Nederland heeft me een nieuwe identiteit gegeven. Ik was negentien jaar lang gehersenspoeld, maar ik heb die periode achter me gelaten. Daarom was het des te pijnlijker te ontdekken dat mijn ouders zich nog altijd vastklampen aan hun vermolmde, communistische idealen.

“Ik besef dat ik door mijn vlucht bijna hun carrière heb vernietigd. Ik kon het echter niet aanvaarden in een gevangenis te moeten leven. Net als de Russinnen ging voor mij dank zij de sport een nieuwe wereld open. Ik was opgevoed met het idee dat het kapitalisme verderfelijk was, dat zelfs renovatie van gebouwen alleen bourgeois-kapitaal zou aantrekken. Ik liep als meisje met rode strikken in mijn haar, met een rode sjaal om mijn nek. Zo werd een pionier opgeleid voor het lidmaatschap van de communistische partij.

“Tijdens de buitenlandse reizen met het Tsjechische juniorenteam ontdekte ik echter dat die verdorven, westerse wereld er heel anders uitzag dan ik door onze geraffineerde propaganda had geleerd. De twijfel ging knagen en ik begon die ook openlijk uit te spreken. Steeds vaker kwamen de signalen dat ik mijn mond moest houden. Vergeet niet dat net als in andere communistische landen je buren de grootste verklikkers konden zijn. Iedereen hield iedereen in de gaten en daarom staarde je automatisch naar de grond. Ik moest wel vertrekken, dat benauwende leven was niet vol te houden.”

De ouders van Irena toonden echter geen enkel begrip voor haar vlucht. Onder druk gezet door het regime ontkenden ze het bestaan van hun dochter. “Om hun banen te kunnen behouden, deden ze officieel afstand van mij. Dat was wellicht een onmenselijke keuze, maar ze hebben hem wel gemaakt.” De verbittering over de breuk met haar ouders gaat nog altijd schuil onder een dun laagje vernis. “Ze waaien met de wind mee, getekend door vijfenveertig jaar onderdrukking. Toen ik ze na mijn vlucht voor de eerste keer ontmoette, werd mij verweten dat ik ze in de steek had gelaten.

“Nu proberen mijn ouders onze broze verstandhouding niet langer te verstoren. Maar het is als met een mooie, porseleinen vaas die in duizend stukken is gevallen. Je kunt hem lijmen, maar je blijft zien dat hij gebroken is geweest. Zo is de huidige relatie met mijn ouders. We spreken de pijn niet langer meer uit, maar hij blijft tastbaar. Daarom put ik nu zoveel kracht uit mijn aanvoerdersband. Die heeft voor mij een symbolische betekenis.

“Ik kan mijn ouders laten zien dat ik in Nederland iets heb bereikt in mijn leven. Dat mijn vlucht niet voor niets is geweest. Zij hebben hardnekkig een sprookje omhelsd, een nederige knieval gemaakt voor de regering. Ik heb risico's genomen door mijn land te verlaten. Nu is Praag de juweel van Europa. Ik heb die stad met open mond bekeken toen ik in 1993 terugkeerde. Ik wist niet dat daar zulke fraaie gebouwen stonden. In mijn jeugd was alles grauw en grijs. Nu heeft ook Praag de kleur van mijn ziel.”

Ook in haar hart is het ijzeren gordijn immers neergelaten. Machovcak: “Ik kan nu lachen als ik de Russische bondscoach zo tekeer hoor gaan tegen zijn meiden. Karpol behoort nog tot het gestaalde kader, zijn dictatoriale regime is nog steeds gebaseerd op angst. Hoewel Karpol zijn speelsters geld en huizen heeft bezorgd, zijn ze volstrekt afhankelijk van hem. Als een coach mij nu zo zou bejegenen, steek ik mijn middelvinger omhoog. Daar had ik vroeger niet aan durven denken. Ik ben in Nederland dan ook enorm veranderd.”

Ze noemt Leo Dadema, penningmeester van de NeVoBo, Cintha Boersma en oud-international Marrit Leenstra als de mensen die haar hebben geholpen definitief met het verleden te breken. “Mede dankzij hen heb ik die last van me kunnen afwerpen”, vertelt Machovcak. “Ik ben losser geworden, vrijer in de omgang. Het natuurlijke wantrouwen zat diep geworteld. Boersma en Leenstra spoorden me aan mijn emoties te tonen en niet meteen mijn gezicht af te wenden als ik iets had gezegd.

“Ik was echter gewend me in mezelf op te sluiten, alleen op die manier kon ik in het toenmalige Tsjechoslowakije overleven. Ik heb me moeten aanpassen aan de Nederlandse mentaliteit, een mentale barrière moeten overwinnen alvorens ik me kon koesteren aan de warmte in mijn nieuwe omgeving. Als ik mezelf nu zie huppelen in het veld, een vuist zie ballen of hoor schreeuwen na een punt, kijk ik weleens in de spiegel en vraag mezelf: ben jij dit Irena, ben jij dit echt? Door niet langer achterom te kijken, heb ik me van mijn frustraties weten te bevrijden.”

Met dat langzaam gekweekte zelfvertrouwen zal Irena Machovcak zich tijdens het EK in Tsjechië ook presenteren aan haar vroegere landgenoten. Titelprolongatie lijkt bijna onmogelijk voor het gerenoveerde Nederlandse team. Maar de missie van de aanvoerder is nog niet voltooid. “Van dromen kun je niet leven”, zegt ze filosofisch. “Maar dromen houden mij wel op de been. Dolgraag zou ik mijn ouders een gouden medaille willen tonen. Als het zuiverste bewijs dat ze zich in hun dochter hebben vergist.”