De dromen en desillusies van een dansersleven

Introdans Ensemble voor de jeugd met Pretpakket, van Nils Christe, Patrick Delcroix, Jiri Kylián, Hans van Manen, Ramon Oller en Ton Wiggers. Introdans met Temperamenten, waarin L'Après-midi d'un Faun , Nicolas Musin. Ballet Pathétique, Jorma Uotinen. Gezien: 20/9, Stadsschouwburg, Arnhem. Inl.: 026-3512111.

De beide gezelschappen van Introdans presenteerden zaterdag in de Arnhemse Stadsschouwburg hun nieuwste programma's en toonden daarbij hoe springlevend, ondernemend en nog volop groeiend deze 'dansvoorziening voor het Oosten' is.

Het tien dansers tellende ensemble dat de voorstellingen voor de jeugd verzorgt, danst onder de titel Pretpakket een aantrekkelijk, vlot doorlopend programma van een uur. Het is opgebouwd uit zes choreografieën, waarvan er drie zelfstandige onderdelen uit bestaande balletten zijn: twee fragmenten uit Hans van Manens humoristische en glasheldere Bits and Pieces (1986), vier dansen uit Jiri Kyliáns juweeltje Dream Dances (1979) en een duet van de jonge Spaanse choreograaf Ramón Oller uit zijn ballet Sols a soles (1988) waarin een alleen thuis gelaten jongen en meisje zich amuseren met een sofa en het kijken naar televisieprogramma's.

Uit de workshop 1995 van het Nederlands Dans Theater komt Sans réponse van Patrick Delcroix, een leuk en inventief ja-en-nee spel met grote plastic waterflessen. Het is waardevol dat die choreografieën weer op de Nederlandse danspodia te zien zijn. Speciaal gemaakt voor dit programma zijn Lady in Red van Ton Wiggers, waarin een meisje via slinkse manieren de aandacht van een rolschaatsende bink weet te trekken en Zin, een pittige, als bonte stukjes Lego in elkaar passende compositie van Nils Christe vol flitsende en scherp gemarkeerde bewegingen.

De jonge dansers van het Introdans jeugdensemble kunnen zich wat dynamische en technische nuancering betreft uiteraard nog niet meten met de ervaren collega's van het Nederlands Dans Theater en Het Nationale Ballet waarvoor Dream Dances, Sans réponse en Bits and Pieces gemaakt werden, maar ze weten uitstekend de essentie van de choreografie over het voetlicht te brengen en de groep straalt een aanstekelijk dansplezier en een flinke dosis werklust uit.

Het 'moedergezelschap' Introdans kwam eveneens goed voor de dag. Ook daar is er een altijd aanwezige dansdrift en noodzaak tot dans zichtbaar. De verjongde groep (vorig seizoen beëindigden een aantal oudgedienden hun danscarrière) is al goed op elkaar ingewerkt en de nieuwelingen weten zich ook als persoonlijkheden positief te profileren. Naast het in 1994 gemaakte Central Station van Blanca Li, dat naar mijn smaak te lang eenzelfde, moemakende heftigheid heeft, waren er twee premières. Nicolas Muson, de in België geboren sterdanser bij Les Ballets de Monte Carlo en het Hamburg Balett, manifesteert zich de laatste jaren ook als choreograaf en maakte voor Introdans zijn versie van Debussy's Prelude à l'Apres-midi d'un Faun. Hij gebruikt daarvoor de versie voor twee piano's gekoppeld aan die voor orkest.

Zijn faun is een man die in eenzaamheid zijn sensualiteit ontdekt, erkent en ervaart en slechts weifelend de nimfen toestaat zijn wereld binnen te treden. Vooral de lange solo voor de man overtuigt door de beeldende bewegingstaal en door de kracht, intensiteit en kwetsbaarheid waarmee Detlev Alexander de solo danst.

Intensiteit is er ook in hoge mate in Jorma Uotinens Ballet Pathétique, gemaakt in 1989. Vorig seizoen had Introdans als voorproefje van dit ruim een uur durend werk al een solo-fragment op het programma staan, dat deed uitzien naar het geheel, mede door de indrukwekkende vertolking door Yuri Huyg. Door zeven mannen en een vrouw wordt een dansersleven geschilderd: de verrukking zich meester over zijn lijf te voelen, de ruimte in bezit te nemen, zich mee laten voeren op golven van muziek, een tomeloze ernergie ruim baan te geven. Maar ook een leven vol teleurstellingen en onvervulde dromen. De zeven mannen, met onbloot bovenlichaam, wit geschminkte gezichten en om de heupen een halflange, verlepte, witte gazen rok bewegen als vermoeide zwanen met geknakte vleugels. Diep gebogen strompelen en schuifelen ze rond, rollen over de grond en liggen met hulpeloos spartelende benen in de lucht, maar telkens worden het ook weer krachtige vogels, wijd hun wieken spreidend, met hoge gedraaide of zich ver in de ruimte verplaatsende sprongen, of juist driftig stuiterend op de plaats, overgaand in onhandige hopjes en hipjes waardoor de meedogenloze klassieke techniek tot een belachelijke persiflage wordt.

De zeven, bijna steeds een groep, maar toch eenlingen, kunnen niet loskomen van hun droomwereld, ze blijven hopen en snakken naar applaus, theatrale bevrediging, bloemenhuldes. Ze voelen de aftakeling, maar blijven die ontkennen in tegenstelling tot de vrouw die aan het slot verschijnt in een verstilde solo.

Tsjaikovski's Zesde Symphonie - de Pathétique - past bij al die hevige emoties. Uotinen's bewegingstaal waarin invloeden van Mats Ek en Carolyn Carlson zichtbaar zijn, is boeiend en theatraal, maar in de 60 minuten zitten te veel herhalingen van dezelfde energie-uitbarstingen, dezelfde afgebroken, hulpeloze bewegingen, waardoor de zeggingskracht ervan sterk wordt afgezwakt. De door Mariët Andringa prachtig genuanceerde en breekbaar uitgevoerde solo aan het eind toont dat juist dat korte statement uiteindelijk indrukwekkender is dan al die voorafgaande ontladingen, hoe voortreffelijk ook vertolkt door de zeven mannen, met Yuri Huyg als onbetwist aanvoerder.