Zonder Amerika

ER KOMT EEN internationaal verbod op anti-personeel-mijnen. Dat is een verdiend succes voor initiatiefnemer Canada. Maar het verdrag dat voor het eind van het jaar door een honderdtal landen zal worden ondertekend, is al bij voorbaat ernstig verzwakt door de afzijdigheid van de Verenigde Staten.

Deze week trok Amerika zich terug uit de onderhandelingen omdat er geen uitzondering kon worden gemaakt voor de door mijnen verzekerde Koreaanse bestandslijn. Als, zoals wordt verwacht, ook Rusland, China, India, Pakistan, Iran en Irak het verdrag hun steun onthouden, zal de overeenkomst slechts een schaduw zijn van wat de initiatiefnemers voor ogen moet hebben gestaan.

Beginselvastheid heeft het gewonnen van praktische zin. De VS hadden al bereidheid getoond enkele minder geloofwaardige eisen te laten vallen: dat in tijd van oorlog het verbod kon worden opgeschort en dat aan anti-tankmijnen verbonden booby-traps werden ontzien. Voor de, door de Verenigde Naties gegarandeerde en door Amerikaanse troepen verdedigde, bestandslijn in Korea werd uitzondering van het verbod gevraagd. Toen daarvoor geen steun bleek, hebben de Amerikanen nog getracht via een meer algemene formulering hetzelfde doel te bereiken. Het mocht niet baten. Het machtigste land ter wereld blijft buiten de overeenkomst, van druk op landen als Rusland en China om zich bij het verdrag aan te sluiten zal dan ook geen sprake zijn.

DE INTERNATIONALE mijnopruimingsdienst zal zo beperkt blijven tot landen van de derde en de vierde grootte. De VS hebben weliswaar financiële hulp toegezegd bij het uitschakelen van mijnen in voormalige en actuele oorlogsgebieden in Afrika en Azië, maar ondanks het verbod zullen in tal van landen waarschijnlijk nieuwe mijnen worden gelegd. Het is teleurstellend dat een uit het verleden stammend en tot dusver onoplosbaar gebleven conflict heeft verhinderd dat een grote stap vooruit is gezet. Meer begrip voor de bijzondere omstandigheden op het Koreaanse schiereiland zou de conferentiegangers niet hebben misstaan. Maar misschien was de gelegenheid om de enig overgebleven supermogendheid eens in de hoek te drijven te verleidelijk om haar ongebruikt te laten passeren. Dat een kans werd gemist, siert niemand.