Werk zit inburgering in de weg

Buitenlanders die in Nederland willen wonen moeten vanaf volgend jaar een inburgeringscursus volgen. Vooruitlopend op de nieuwe wet zijn veel gemeenten al zelf met zulke cursussen begonnen. Over hoe die eruit moeten zien lopen de meningen uiteen.

ALPHEN AAN DEN RIJN, 20 SEPT. De langzame stem van de lerares klinkt door het lokaal. “Horen jullie het verschil tussen lof en loof? En tussen bos en boos?” Onder een hoofddoek vecht een jonge vrouw tegen de slaap. Het is warm in de klas. Aan de andere kant trekt een donkere man zijn wenkbrauwen samen. Bos en boos, herhaalt hij. De woorden kinken wel anders, maar hebben ze ook een verschillende betekenis?

In een ander lokaal turen zo'n twintig allochtonen naar hun computer. Daarop draait een lesprogramma over de inrichting van de Nederlandse samenleving. Hoofdstuk achttien heet 'ik moet mijn kamer uit' en bestaat uit beschrijvingen van een aantal voorvallen en de folder 'huurbescherming'. De buitenlander moet vervolgens vragen beantwoorden. Wat is inschrijvingsduur? De prijs van de inschrijving natuurlijk, zegt een leerling. Want duur - dat woord had toch met geld te maken?

De Nederlandse overheid wil 'goede' burgers in haar land. Buitenlanders die hier komen wonen, moeten daarom vanaf 1 januari verplicht naar school om in te burgeren. In deze zogenoemde inburgeringsklassen leren ze Nederlands spreken en krijgen ze les over de Nederlandse samenleving. In afwachting van deze wet zijn de gemeenten al begonnen met inburgeringslessen, veelal op vrijwillige basis. Sancties kunnen alleen worden opgelegd aan buitenlanders met een uitkering. Weigeren zij in te burgeren, dan wordt hun uitkering gekort.

Invoering van de verplichte inburgering voor álle nieuwkomers echter dreigt grote vertraging op te lopen. Immers, de Tweede Kamer zond vorige week het wetsvoorstel terug naar het kabinet. Haar kritiek treft vooral de beperking van het aantal lesuren; een allochtoon moet binnen de huidige vijfhonderd uren zijn ingeburgerd. Dat is niet reëel en niet toegesneden op het individu, oordeelde een meerderheid in de Tweede Kamer. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) moet zijn huiswerk over doen.

De Stichting Educatie Volwassenen in Alphen aan den Rijn (Steva) onderschrijft die kritiek. “Iedere nieuwkomer krijgt maximaal vijfhonderd uur in negen maanden, ondanks de verschillen. Maar sommigen zijn analfabeet of kennen geen Westers schrift, terwijl anderen een beetje Nederlands hebben geleerd in een asielzoekerscentrum”, aldus directeur J. Valk. Instellingen en belangenorganisaties pleiten dan ook voor een gemiddelde duur van vijfhonderd lesuren, al erkent directeur Valk dat het veel van haar leerlingen eerder méér dan minder uren nodig hebben.

Sommige vluchtelingen - met een hoge opleiding en kennis van de Engelse taal - kunnen wel met minder uren toe. Zij vervelen zich bij het trage tempo. Is de cursus afgerond, dan volgt vaak een 'baantje' op een lager niveau dan in het land van herkomst. In het rapport Inburgering aan den lijve ondervonden van Vluchtelingenwerk en VON vertelt een 26-jarige man uit Irak, die daar zijn universitaire opleiding bijna had afgerond: “Een docent zei dat ik een opfriscursus wiskunde kon doen, maar dat was echt te moeilijk. Ik moest niet alleen de wiskundige basiskennis ophalen, maar ook alle begrippen aanleren met de Nederlandse naam. Na drie maanden ben ik gestopt. Toen ben ik via een uitzendbureau als magazijnmedewerker gaan werken. Daarna kreeg ik een vaste baan bij een gieterij.”

“Die lagere banen worden vaak geaccepteerd”, meent Th. Hessels van de VON. “Vluchtelingen willen graag aan het werk, geld verdienen. Voor de Turkse vrouw die in het kader van gezinshereniging naar Nederland komt, geldt dat minder. Haar man is immers kostwinner.”

De verhitte Nederlandse economie speelt de leerlingen in de inburgeringsklas daarbij parten. Supermarktketen Hoogvliet zoekt voor haar Alphense distributiecentrum personeel en ook chocoladefabriek De Baronie heeft mensen nodig. Directeur Valk van de Steva: “Spreek je drie woorden Nederlands, dan kun je zo aan de slag aan de lopende band. Dat was vorig jaar nog niet zo. Natuurlijk gaan veel nieuwkomers daar aan het werk.” Voor inburgering blijft dan weinig tijd over: hooguit twee avonden les in de week. En de cursus wordt niet in de verplichte negen maanden afgerond.

Inmiddels zijn de leraren het gedraal van de overheid meer dan zat. Ook de gemeente Alphen aan den Rijn wil duidelijkheid. “We kunnen steeds van voren af beginnen”, zegt wethouder F. Dales. De afgelopen drie jaar zette hij twee keer een inburgeringsprogramma op. In juni 1995 moest er een winkel voor inburgering komen. Dales: “De opdracht van het rijk luidde: laagdrempelig. De winkel moest in een echte winkelstraat komen.” De gemeente, zo luidde de opdracht, moest zich afzijdig houden.

De inburgeringswinkel is er nooit gekomen. Wel kwam het kabinet met het huidige voorstel. Daarin kregen gemeenten de regie over de inburgering van alle nieuwe buitenlanders binnen hun grenzen. Wethouder Dales was verontwaardigd. “Eerst mochten we ons er niet mee bemoeien, toen kregen we alle verantwoordelijkheid.”

Het kwam zijn geloofwaardigheid niet ten goede, zegt de wethouder. “De overheid mag best terugkomen op haar besluiten, maar niet op deze wijze. De gemeente wordt zo een slingerende aanhangwagen, die steeds verder uitslaat.” Dales besloot niet langer op de wet te wachten. Nog deze maand behandelt de Alphense gemeenteraad de nota inburgering - gebaseerd op het teruggestuurde wetsvoorstel van Dijkstal. “Ik denk: barst maar. Wij gaan door met onze inburgering.”

Alphen is de enige gemeente niet. Vóór 1996 hadden 172 gemeenten een inburgeringsklas, nu hebben 572 gemeenten zo'n cursus. Door het gebrek aan uniforme regels hanteren deze gemeenten verschillende criteria, bleek deze week uit een concept-rapport van het onderzoeksbureau Regioplan. Zo zouden sommige gemeenten alleen Marokkanen en Turken toelaten of asielzoekers zonder een verblijfsvergunning accepteren. In Alphen kunnen asielzoekers met een voorlopige vergunning tot verblijf een cursus volgen. In het wetsvoorstel is dit verboden - de mensen zouden te veel integreren, terwijl ze later wellicht worden uitgezet.

“We zijn bereid dat risico te nemen”, zegt Dales. Immers, zo'n voorlopige vergunning kan ook worden omgezet in een échte status. “En wat zeggen we dan? Sorry, u mocht twee jaar lang niets doen, zat twee jaar achter de geraniums. Maar nu moet u toch echt Nederland leren kennen.”