VS-gezant: in 2001 permanent tribunaal

DEN HAAG, 20 SEPT. De internationale Joegoslavië- en Rwanda-tribunalen zijn “kritische eerste stappen”. In het jaar 2001 zal de wereld een permanent internationaal tribunaal moeten krijgen dat “een afschrikwekkende werking” zal hebben ten aanzien van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Dat zei David J. Scheffer, de speciale Amerikaanse gezant op het gebied van oorlogsmisdaden, gisteren in Den Haag tot internationale juristen en diplomaten. Scheffer, die vorige en deze week Rwanda en ex-Joegoslavië bezocht, gaf toe dat er veel skepsis bestaat jegens de twee bestaande VN-tribunalen. Maar, zei hij, het gaat hier om experimenten die nog lopen. “Geen ingenieur laat een project in de steek omdat de eerste pogingen om instant-perfectie te bereiken, zijn mislukt. Zo mag ook de internationale gemeenschap de eerste prototypen van internationale criminele rechtspraak in het tijdperk na de Koude Oorlog niet in de steek laten.”

Daarnaast verdedigde Scheffer de ondanks tegenslagen geboekte vooruitgang, vooral in het Rwanda-tribunaal, dat verdachten berecht van de massamoorden van 1994. In Arusha zitten vijftien verdachten vast die in staat van beschuldiging zijn gesteld en zes die dat nog moeten worden. Onder hen zijn diverse vroegere leiders. Dit jaar worden drie grote processen gehouden. In de Tanzaniaanse stad wordt inmiddels een tweede rechtszaal gebouwd en er wordt gewerkt aan de benoeming van een groot aantal onderzoekers en aanklagers. Het belangrijkste probleem van het Rwanda-tribunaal is volgens Scheffer dat processen voor te lange tijd worden verdaagd. Het Joegoslavië-tribunaal kampt daarentegen met een ander “wanhopig” probleem: het ontbreken van de hoogste leiders die betrokken zijn geweest bij de oorlogsmisdaden in Bosnië en Kroatië.

Scheffer hekelde gisteren het secretariaat van de VN zelf, wegens de begrotingsperikelen die de twee tribunalen parten spelen. Naar zijn mening toont het VN-secretariaat “gebrek aan begrip” voor de omvang van de taak waarvoor beide tribunalen staan. Met zijn argumenten neemt het secretariaat “een loopje met de eigen VN-praktijk, tart het het gezond verstand en ondermijnt het uiteindelijk de mogelijkheden van de VN om hun eigen taak uit te voeren”, aldus Scheffer.

Succes van de Rwanda- en Joegoslavië-tribunalen - ad hoc rechtbanken - zal volgens Scheffer een krachtige impuls opleveren voor de vorming van een permanent internationaal hof voor de berechting van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. In juni volgend jaar wordt in Rome een internationale conferentie aan dat onderwerp gewijd.

Scheffer poneerde een Amerikaans voorstel ten aanzien van een van knelpunten in de discussie over een permanent tribunaal: de onafhankelijkheid ervan. Volgens sommige regeringen wordt die onafhankelijkheid alleen gegarandeerd als de aanklager onbeperkte bevoegdheden heeft om procedures te beginnen, zonder inmenging van de Veiligheidsraad van de VN en zonder de instemming van regeringen. Anderen willen juist wel de instemming van een aantal landen voordat de aanklager een een procedure op gang brengt.

De VS, zei Scheffer, willen een derde mogelijkheid, namelijk dat de aanklager pas een procedure kan beginnen als hem de “algehele situatie die met de zaak te maken heeft” wordt toegewezen; als dat is gebeurd, zou hij geheel vrij moeten zijn een vervolging van individuele verdachten te beginnen of dat niet te doen. De Veiligheidsraad of een regering zouden volgens Scheffer echter nooit zelf een klacht tegen een individu moeten kunnen indienen.