Varkens uit saaie omgeving flexibeler dan scharrelaars

Varkens blijken weer eens minder voorspelbaar dan gedacht. Tegen de verwachting in voeren industrieel gehuisveste varkens bepaalde keuzeproeven beter uit dan varkens die een beetje konden scharrelen.

Dit is in tegenspraak met veel ander onderzoek naar dieren in gevangenschap. Dat geeft vaak aan dat langdurige ervaring met een eenvormige, saaie omgeving leidt tot ernstige gedragsafwijkingen. Zelfs wanneer de dieren weer in een meer gevarieerde omgeving gebracht worden, blijken zij niet in staat zich in impulsief gedrag te remmen of evenwichtig tussen verschillende gedragspatronen over te schakelen. Een ander gevolg zou kunnen zijn: blijvend verlies van diversiteit aan gedragingen.

Hoe zit het in dit geval met varkens? Je kunt verwachten dat dieren die opgroeien in een zogenoemde 'arme' omgeving in een nieuwe situatie minder flexibel gedrag vertonen dan soortgenoten die stammen uit een meer gevarieerde omgeving. Althans, dat veronderstelde een internationaal, deels Nederlands, gezelschap onderzoekers dat in Edinburgh, Schotland, varkens bestudeert. Maar de uitslag bleek omgekeerd (Behaviour 134, 643-659).

Een groep gespeende biggen werd vanaf de leeftijd van tien weken grootgebracht in een klein verblijf op een kale betonvloer. Een tweede groep verbleef daarentegen in vergelijkbare hokken die regelmatig opnieuw met stro, stukken boomschors en boomtakken werden aangekleed. Varkens uit beide groepen werden op de proef gesteld in een simpele T-vormige doolhof; aan het uiteinde van een van de hoekige poten van de T-splitsing bevond zich voedsel. Nadat de varkens bij herhaalde proeven hadden geleerd dat dit steeds de ene poot was, werd de situatie omgedraaid en moesten ze juist aan de andere kant zijn. Zo'n keuzeproef in een doolhof geeft aan in hoeverre een dier eenmaal gevormde routine, met een vastliggende reactie, kan onderdrukken om ruimte te geven aan nieuw gedrag en een nieuwe koers.

Helaas moesten enkele varkens na herhaalde pogingen uit de proef worden verwijderd. Terwijl de onderzoekers verwachtingsvol klaar zaten, stelden zij zich in stille overpeinzing volstrekt bewegingloos op in de doolhof - zij bleken inmiddels bronstig geworden. De overige dieren stortten zich wel energiek op de uitdaging. Daarbij bleken nu juist de dieren uit een arme omgeving het best te scoren. Zij brachten weliswaar veel meer tijd door in de doolhof, maar hun uiteindelijke keuze van de te nemen poot was kort na omdraaiing van de gang van zaken vaker goed.

De andere varkens waren veel sneller, maar stelden verder teleur. Ze hielden langer vast aan hun overtuiging. Zelfs na enkele goede keuzes vielen ze, stevig doorstappend, soms weer terug in de eerder gevormde gewoonte die inmiddels niet meer niet tot voedsel leidde. Zij waren juist minder flexibel, was de onverwachte bevinding.

De ontwerpers van deze test kregen een omgekeerd resultaat. Maar ze redden zich er mooi uit. Voor varkens uit een aangekleed hok was de doolhof zelf betrekkelijk saai, terwijl die voor de tweede groep varkens een relatieve verrijking betekende. Dat de 'verarmde' varkens gemiddeld veel langer in de doolhof verbleven dan hun in luxe opgegroeide leeftijdgenoten was geen teken van remming, maar van interesse. Veelbetekenend was dat ze zich niet afsloten voor de nieuwe omgeving, maar met druk bewegende neus vloer en wanden van de kale doolhof onderzochten. Het uiteindelijk gevonden lekkere hapje lieten ze soms zelfs ongemoeid. Voor de andere groep varkens had de doolhof naast het belonende voedsel relatief weinig nieuws te bieden. Zij stevenden rechtstreeks op hun doel af: hun gedragsrespons lag vast, en liet zich veel moeilijker omkeren.

De ervaringsarme varkens zochten dus naar vervulling van een gedragsbehoefte en naar te onderzoeken en te manipuleren materiaal, terwijl de op stro opgevoede soortgenoten wat dat betreft meer bevredigd waren. Bekend is dat voor hogere dieren het kunnen uitvoeren van onderzoekend gedrag een zelfstandige behoefte is, die los staat van het uiteindelijk daadwerkelijk naar binnen kunnen werken van voedsel. Van de eerder veronderstelde fundamentele wijziging van de gedragsorganisatie bij varkens uit een arme omgeving blijkt uit deze proeven niets. Maar de onderzoekers concluderen wel iets anders op welzijnsgebied. Een arme omgeving is ontoereikend voor varkens. Want klaarblijkelijk hechten dieren die opgroeiden in een eenvoudig, eenvormig verblijf zonder strooisel, enorm belang aan onderzoek en exploratie. Zo wordt met een tegenovergestelde uitkomst toch aan het oorspronkelijke idee voldaan. Varkens zijn, als intelligente en opportunistische alleseters, psychologisch veeleisend. Kortom, ze moeten wat te doen hebben in gevangenschap.