Tribune

Buitenlanders

Bij de Nederlandse voetbalclubs spelen volgens Johan Cruijff te veel buitenlandse spelers van matige kwaliteit. Moeten de clubs meer in eigen land op zoek naar talent?

Theo van Seggelen, voorzitter van de VVCS: “Ik ben het volledig met Cruijff eens, ik roep al twee jaar hetzelfde. In Nederland bestaat een vreemdelingenwet, maar in het voetbal wordt in strijd daarmee gehandeld. Een schande, want daardoor wordt de Nederlandse markt niet meer beschermd. De buitenlanders staan Nederlandse voetballers in de weg en het ergste is dat meer dan de helft niet eens speelt. Ik ben blij dat er nu kenners opstaan die inzien dat de meesten niets toevoegen aan de competitie. De financiële drempel om buitenlanders te kunnen contracteren moet omhoog. En van spelers die niet spelen, moet na een jaar de vergunning worden afgenomen.”

Frans Bouwmeester, hoofdscout van Feyenoord: “Bij Real Madrid zie je ook tien of elf buitenlanders, dat is een trend. Het is uiteraard altijd leuker een Nederlander te kopen, maar de meeste spelers liggen vast en dan kijk je toch verder. Ik denk overigens dat aan deze rage vanzelf een einde komt. Maar je kunt niet tegenhouden wat er nu gebeurt. En Van Seggelen mag zich misschien zorgen maken over de Nederlandse markt, maar zelf brengt hij Nederlandse spelers naar het buitenland. Dat is toch precies hetzelfde?”

Jan de Visser, speler van Heerenveen dat veertien buitenlanders heeft: “Veel buitenlandse spelers zijn wel degelijk een verrijking voor het voetbal. Het grootste probleem is dat sommigen uit een heel andere cultuur komen. Wij hebben een paar Roemenen, die zijn heel verdedigend ingesteld. Je moet ze de tijd geven zich aan te passen. De Argentijnen bij Feyenoord hebben hetzelfde probleem. Ze zijn gewend achteruit te spelen. Overigens hadden hier in Heerenveen veel minder buitenlanders gezeten als ze duurder waren geweest. Als de Oost-Europeanen gaan beseffen wat er te verdienen valt, worden er niet meer zoveel gekocht.”

C. Sleddering, woordvoerder van Arbeidsvoorziening Nederland: “Het probleem speelt in heel Europa. Je schiet er niets mee op als je dat alleen voor Nederland aan de orde stelt. We hebben te maken met een doorschuifsysteem. Spelers gaan weg en de plaatsen moeten opgevuld worden. Vroeger gaven wij pas een vergunning als een speler daadwerkelijk iets aan een ploeg zou toevoegen. Dat is echter zo subjectief. Als een trainer vindt dat een speler zo hard kan koppen, wie zijn wij om dat tegen te spreken. De enige richtlijn die nog bestaat is het inkomenscriterium. Overigens vind ik dat sommige spelers nog wel wat tijd verdienen. Meneer Cruz kan zijn faam misschien nog wel waarmaken. In het begin was Ronaldo ook geen feest.”

Dennis Schulp, door Ajax verhuurd aan FC Volendam: “De eigen jeugd moet er niet onder lijden, maar dat gebeurt wel. Clubs stappen van hun visie af. Ajax was trendsetter wat betreft het kansen bieden aan de jeugd. Als de grootste club daar al mee stopt, volgt de rest zeker. Er wordt bij een buitenlander heel snel gedacht dat een soortgelijke voetballer hier niet rondloopt. Achteraf blijkt het verschil vaak gering te zijn.”

Rob Jansen, voetbalmakelaar: “Cruijff heeft gelijk, de meest talentvolle jongeren op de Nederlandse velden zijn Nederlanders. Er is hier een goede trainersopleiding, daardoor kunnen spelers sneller doorstromen. Uitzonderingen zijn er natuurlijk altijd, maar de meeste buitenlanders zijn geen verrijking. Feyenoord is het meest typische voorbeeld met bankzitters en uitgeleende spelers. Een grote rol is weggelegd voor agentschappen die spelers aanbieden bij clubs. Na het zien van een video mag een speler op proef komen. Vervolgens wordt gedacht: 'Ach, laten we hem een contractje geven'. En een jaar later is hij vertrokken. Dat stagneert de ontwikkeling van Nederlandse spelers.”