Spontaan monument een moderne schandpaal

Met een minuut stilte werd gisteren de gewelddadige dood van Meindert Tjoelker herdacht. Een posthuum eerbetoon aan burgerzin, maar ook een confrontatie met de eigen lafheid.

ROTTERDAM, 20 SEPT. Voor de vierde keer deze week legt M. van der Veen (51) uit Ferwerd een bos rode rozen neer bij de plek in het centrum van Leeuwarden waar Meindert Tjoelker werd doodgeschopt. “Elke dag heb ik hier een bosje gebracht”, zegt hij. “Het is onbegrijpelijk wat er gebeurd is. Ik kwam Meindert wel eens tegen en dan maakten we altijd een babbeltje over onze honden. Een jong mens dood en waarom?”

Het is ruim anderhalf uur voor de herdenkingsplechtigheid, maar er staan al honderden Leeuwarders bij de boom naast het voetgangersbrugje, waaronder de bloemenzee is aangegroeid. Op het stenen bankje branden tientallen kaarsjes en waxinelichtjes. Oud-ijzerhandelaar A. Visser (79), die bij de jaarlijkse dodenherdenking in Leeuwarden de bloemen en kransen netjes neerlegt, ordent ook hier de honderden boeketten. Zo nu en dan legt hij een lint recht of hangt hij een kindertekening aan het hek. Op een ervan staat: “Het moet stoppen van Joukje. Ik vind het heel zielig voor die man.”

Is er sprake van een groeiende behoefte aan het samen stilstaan bij zinloos geweld? Wie de monumenten langsgaat zou denken van wel. Er is het beeld 'Moeder Aarde' in het Amsterdamse Vondelpark voor de in 1983 vermoorde Kerwin Duijnmeijer. In de Voetboogstraat in de hoofdstad waar Joes Kloppenburg vorig jaar werd doodgetrapt, ligt een gedenkteken en hangt boven de straat het woord 'HELP' in neonletters. Bij het monument van de vissersvrouw in Scheveningen werd een herdenkingsbord geplaatst voor de tweeëntwintigjarige David die in augustus door messteken om het leven kwam omdat hij door een groep allochtone jongeren voor een racist werd aangezien.

Afgaande op de bloemenzee in het centrum van Leeuwarden zal ook Tjoelker wel een momument krijgen. Maar het is allemaal “wat groezelig”, vindt schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers. “Voor je het weet struikel je over de gedenktekens. Die worden gemaakt uit sentimentaliteit. Toen ik het Auschwitzmonument maakte, heb ik geprobeerd sentimentaliteit te vermijden. Dat is heel moeilijk.” Wolkers wil niet aan een monument voor één persoon. “Daar omheen ontstaat een halfzachte folklore.”

Jeannette Mutsaers is een van de vele Tilburgers die bloemen legt op de plek waar ruim twee weken geleden de 28-jarige Justus Hertig werd neergestoken: onder een oude boom, vlak voor café Bolle op het Piusplein. Mutsaers is samen met haar man en tienerdochter naar de boom gekomen “om ons medeleven met de familie Hertig te tonen”. Ze kende de zus van het slachtoffer goed. Ze zegt te hopen dat de herdenking ertoe leidt dat “het geweld hier in de stad en in de hele wereld afneemt”. Waar gaat het heen, vraagt ze zich met tranen in de ogen af. Ze wijst in de richting van een ander uitgaanscentrum, de Korte Heuvel, dat vlak bij het Piusplein ligt. “Daar werd nog geen negen maanden geleden ook al een jonge jongen vermoord, eveneens met een mes.”

Het verbaast onderzoeker P.J. Margry van het P.J. Meertensinstituut voor Volkskunde niet dat juist Joes Kloppenburg en Meindert Tjoelker “extra aandacht” krijgen. “Deze jongens hebben iets gedaan wat andere mensen niet meer durven. Zij corrigeerden gedrag dat niet door de beugel kan. Iedereen irriteert zich mateloos aan mensen die fietswielen dubbelklappen, maar tegelijk is iedereen bang en houdt zijn mond. In die zin is wat Joes en Meindert deden een soort heldendaad.” Hoogleraar sociale en culturele antropologie van contemporain Europa J. Verrips van de Universiteit van Amsterdam is het daarmee eens. “Meindert confronteert ons met onze lafheid en daarom komen mensen posthuum voor hem op.” Socioloog C. Wouters van de Universiteit Utrecht noemt de spontane herdenkingsbijeenkomsten “een uiting van beschaving. Er is een schaamtegevoel waar mensen iets mee willen doen. Vroeger had je de schandpaal. Dit is nu het enige wat je kunt doen.”

Op het Rembrandtsplein in Amsterdam zegt de zeventienjarige Angelique: “Het is een beetje als bevrijdingsdag. Daar moet iedereen effe bij stilstaan.” Ook cafe Nasty op het Thorbeckeplein neemt een minuut stilte in acht. “Dat moet je sowieso effe doen uit respect voor die jongen”, zegt de portier. “Je moet ook laten zien dat heel Nederland met een probleem kampt van overmatig geweld en alcoholgebruik”. Vorige week werden er op het plein twee portiers neergeschoten.

Hoogleraar rouwprocessen J. van den Bout van de Universiteit Utrecht meent dat herdenkingen als die van Joes Kloppenburg en Meindert Tjoelker mogelijk zijn geworden doordat het sterven en rouwen uit de taboesfeer is gehaald en aan het rouwen een persoonlijke invulling wordt gegeven. “De nabestaanden van mensen die aan aids leden of de mensen die door aids stervende waren, hebben veel aanzetten gegeven tot het op een eigen wijze afscheid nemen.”

In Leeuwarden worden ook op stoep-

randen, trottoirs, parkeermeters, bomen en standbeelden brandende kaarsjes en bloemen neergelegd. Het duurt de wachtenden te lang om langs het voetgangersbrugje te schuifelen, waarna de kleine brandende monumentjes ontstaan. D. van der Leij (20) blikt op de stoep in de vlammen van enkele neergezette kaarsjes. Ook hij is ooit in elkaar geslagen, door acht mannen. “Om niks”, zegt hij. “Ze hadden flink wat bier op.” Hij pijnst er niet over anderen aan te spreken op wangedrag, zoals Tjoelker deed. “Ik ga gewoon iedereen uit de weg en rijd hard weg op mijn fiets.” De herdenking vindt hij zinvol. “Zinloos geweld moet stoppen. Zo kan het niet langer.”

Hoogleraar Verrips ziet als schaduwzijde van het rouwritueel, dat mensen zich daardoor onvoldoende rekenschap kunnen geven van de dagelijkse werkelijkheid. “Om dit soort geweld te doorgronden is het nodig om morele oordelen even opzij te zetten.”

In Tilburg spreekt burgemeester J. Stekelenburg de honderden mensen rond de boom toe. Hij hoopt dat er een signaal zal uitgaan van de twee minuten stilte, dat deze bijeenkomst “een keerpunt” zal zijn, “want we zijn blijkbaar niet op de goede weg”. Onder de toehoorders is Ivan de Kort (24): “Vanavond heb ik mijn mes thuisgelaten, dat doe ik anders nooit als ik uitga. Zonder wapen ben je kansloos.” Zijn vriend Michael van Es (18) beaamt zijn woorden. Hij heeft altijd een mes op zak, zegt hij, “om mezelf te verdedigen”.

Hoogleraar Verrips: “Het ironische is dat vandaag op de herdenking van Meindert mensen staan die overmorgen tot geweld zullen overgaan.”