Postcoïtum-test (2)

Zoals de acht schrijvers terecht opmerken in hun brief van 13 september (in een reactie op het artikel 'Postcoïtum-test, een vruchteloos onderzoek' van 30 augustus) is er inderdaad nogal wat medische polemiek over het routinematig uitvoeren van deze test.

Dit is niet tot Nederland beperkt. In de internationale vakliteratuur zijn tot op heden twee meta-analyses verschenen over de waarde van de test. Meta-analyses zijn volgens de brief ongeveer de sterkste bewijsvoering die denkbaar is. Alhoewel wij die mening niet noodzakelijk delen, stellen wij vast dat beide meta-analyses tot de conclusie komen dat de voorspellende waarde van de test uitermate zwak is. 'Disappointingly poor' werd het genoemd. De schrijvers verwijzen naar een derde zogenoemde meta-analyse in het Tijdschrift voor Fertiliteitsonderzoek die met de eerdere in tegenspraak is.

Vanwaar de tegenspraak? Zoals de schrijvers melden is de uitkomst van een meta-analyse natuurlijk afhankelijk van de manier waarop men de overdaad aan studies selecteert. Strenge selectiecriteria zoals door hen genoemd, betekenen dat men alleen die onderzoeken selecteert waarin werd onderzocht of echt vergelijkbare groepen patiënten beter af zijn indien men de test wel of niet verricht. Dit soort onderzoek is bekend als gerandomiseerd onderzoek. Geen van de meta-analyses is echter gebaseerd op dit soort onderzoek, omdat er maar één dergelijk onderzoek over de postcoïtum-test bestaat. Weliswaar toonde dit onderzoek eveneens aan dat patiënten niet beter af zijn met dan zonder de test.

De schrijvers voeren twee andere argumenten aan ten faveure van de test. Het eerste is het zogenoemde model-Snick. Volgens dit model zou de postcoïtum een goede voorspellende waarde hebben. Dit is juist. Echter indien men de testuitslag vervangt door drie zaken die reeds bekend zijn (de zaad-analyse, de leeftijd van de vrouw, en al dan niet eerdere zwangerscbappen) blijkt de voorspellende waarde van het model gelijk. Het tweede argument is het tijdstip van de test. Het lijdt geen twijfel dat dit zeer belangrijk is. Met vrijwillige proefpersonen hebben wij dit onderzocht en in de vakliteratuurbeschreven. Helaas, zelfs met een goede bepaling van het tijdstip blijft de meerwaarde van de test ter discussie. Wat dit wel doet, is een reeks extra onderzoeken creëren om een ander weinig zinvol onderzoek uit te voeren.

Niet bekend

Het is helaas niet uniek dat een medische test, die weinig of geen waarde heeft, uitgebreid wordt toegepast en fel wordt verdedigd. Twintig jaren geleden was het algemeen beleid in Nederland en elders om vrouwen met problemen in de zwangerschap 24-uurs urines te laten verzamelen voor het bepalen van oestrogenen, waarmee men meende te weten inhoeverre de baby bedreigd was. Toen één van ons, 20 jaren geleden, voorstelde om bij de helft van de zwangeren geen urine te verzamelen en te onderzoeken of zij misschien niet beter af waren dan vrouwen die soms weken lang urine moesten verzamelen, kreeg hij van collega's, onder wie twee gewaardeerde hoogleraren, te horen dat dit absoluut ondenkbaar was en niet door de beugel kon. Tegenwoordig wordt deze urineverzameling nergens meer in Nederland uitgevoerd en de uitkomsten voor moeders en kinderen zijn alleen verbeterd. De lessen hieruit zijn ons bijgebleven.