Onze-lieve-vrouwe van de zomer

Ook wie nooit naar de Top 40 luistert, kent ze. Overal klinken de zomerhits, op de stranden en op de terrassen. Deze week de zomerhit van 1987.

Als zangeres van meer dan dertig hits in dertien jaar ('and still counting'), behoort Madonna Louise Veronica Ciccone tot de eredivisie van de top-veertigartiesten. Alleen de Rolling Stones, de Beatles en de Cats waren even succesvol, maar die hadden in hun hoogtijdagen, de prehistorie van de hitparade, heel wat minder concurrentie. Met de Stones heeft Madonna daarbij gemeen dat zij haar grootste hits scoorde in de maanden juli, augustus en september, zodat we haar na drie maanden studie met een gerust hart kunnen uitroepen tot de koningin van de zomerhits.

In het midden van de jaren tachtig leek het alsof er geen zomer voorbij ging die niet werd beheerst door de material girl met de fotogeniekste navel van Amerika. In 1985 was Madonna drie weken nummer één in de Top 40 met 'Into The Groove', een aanstekelijk dansnummer dat ze had geschreven voor de film Desperately Seeking Susan, waarin ze zelf de hoofdrol speelde.

Een jaar later, toen haar lp True Blue verkooprecords brak, bivakkeerde ze met 'Papa Don't Preach' wekenlang op de tweede plaats - nét onder het gelegenheidsduo MC Miker G & Deejay Sven, dat nota bene een grote zomerhit had met een rapversie van Madonna's oude hit 'Holiday'. En in 1987 stond ze de hele maand augustus aan de top met 'Who's That Girl', het titelnummer van een hopeloos geflopte screwball comedy met Madonna in de rol van een ex-gedetineerde.

Madonna, vorig jaar nog te zien als Evita in de verfilming van de gelijknamige musical, heeft altijd gezegd dat ze beter kan acteren dan zingen - iets wat de critici, getuige de negatieve ontvangst van films als Shanghai Surprise en Body of Evidence, altijd hebben tegengesproken. Het is dan ook ironisch dat haar grootste hit afkomstig is van de soundtrack van een film waarin ze zeer matig acteert. Wat overigens niet wil zeggen dat 'Who's That Girl' het definitieve bewijs is van Madonna's vocale genie. Het nummer wordt niet spectaculair gezongen, de voornaamste attractie is de mix van synthesizerdisco, salsa-accenten en spaanstalige achtergrondkoortjes ('?Quién es esta niña?'). Het succes in de Top 40 had ongetwijfeld ook te maken met het feit dat Madonna tijdens de 'Who's That Girl'-wereldtournee op 25 augustus 1987 haar eerste Nederlandse concert gaf, in een uitverkocht Feyenoordstadion.

De tekst van 'Who's That Girl', geschreven door Madonna en Patrick Leonard, is net als de titel erg toepasselijk. Hoewel Madonna sinds 1984 publiek bezit was - op één na de beroemdste vrouw ter wereld - bleef ze altijd ongrijpbaar. Ze was feministe, maar verkocht zichzelf blijmoedig als sekssymbool. Ze was oprecht katholiek, zoals mocht blijken uit de stellingname tegen abortus in 'Papa Don't Preach' ('I wanna keep my baby'), maar zocht in 1989 het conflict met de kerk door in een videoclip aan de rol te gaan met een zwarte Jezusfiguur.

Ze had een zwakke stem en weinig natuurlijke gratie, maar ze was onweerstaanbaar voor iedere muziek- en dansliefhebber. Ze was, kortom, precies het meisje waarover ze zingt in 'Who's That Girl': een onverstoorbaar lachende en dansende schoonheid aan wie iedereen vergeefs probeert te ontsnappen, en die duizend werkcolleges aan de universiteit lanceerde.

Ook op de actualiteit sloot de titel 'Who's That Girl' goed aan. In 1987 waren het vrouwen die het wereldnieuws domineerden. De zomer begon met de derde verkiezingsoverwinning van Margaret Thatcher in Engeland en de verkiezing van het pornosterretje Ilona Staller (Cicciolina) tot parlementariër in Italië.

Half juli speelde Danielle Mitterrand de beschermengel van de eerste officiële conferentie tussen Afrikaners en ANC'ers in Dakar, en leerde de wereld de naam van Anna Dankbaar, het Nederlandse medium dat hielp bij het opduiken van een brokstuk van de Kolossos van Rhodos (dat later een gewone steen bleek te zijn).

In augustus won Annie M.G. Schmidt de Constantijn Huygensprijs en Daphne Jongejans het Europees kampioenschap schoonspringen. Zelfs de men in the news hadden vrouwennamen: Pat Cash won Wimbledon, en Barbie werd in Lyon schuldig bevonden aan misdaden tegen de mensheid.

Zo bezien lijkt het onontkoombaar dat 'Who's That Girl' de zomerhit van het jaar 1987 werd. Maar die gedachte roept een probleem op: als er zich logica verbergt achter de wording van een zomerhit, dan zou je eerder verwachten dat 'La Isla Bonita', Madonna's eerdere hit in 1987, een doorslaand succes zou zijn geworden. Per slot van rekening had dat liedje alles wat een goede zomerhit nodig heeft: een mediterraan klinkende titel, een licht Caraïbisch ritme en een zonnige tekst over vakantieliefde. Maar het al in april uitgebrachte 'La Isla Bonita' kwam niet hoger dan de tweede plaats, en was uit de hitparade verdwenen voor de zomer goed en wel begonnen was. Gelovigen kunnen daar trouwens ook nog hemelse gerechtigheid in zien. In een zó slechte zomer als die van 1987 - regen, regen, regen, en pas eind juli de eerste zomerse dag - was 'La Isla Bonita' een vlag op een modderschuit geweest. In tropische eilanden waren de platenkopers niet geïnteresseerd, maar het mysterie Madonna ging met bakken tegelijk over de toonbank.