Minima blijven moeilijk te bereiken

De Tweede Kamer gaat onderzoeken waarom eenderde van degenen die recht hebben op huursubsidie, er geen gebruik van maken. De gemeente Leiden voert campagne tegen het niet-gebruik.

LEIDEN, 20 SEPT. Bijna acht jaar lang leefde de 82-jarige Marga Kloosterman (een pseudoniem) ver onder haar stand. Zonder dat ze het zelf wist, had ze recht op individuele huursubsidie. Al die tijd was ze in de veronderstelling dat ze daarvoor niet in aanmerking kwam. “Pure onwetendheid. Als ík volgens de gemeente al echt arm ben en huursubsidie hoor te hebben, dan moeten er superarme mensen zijn die er veel meer recht op hebben”, zegt ze.

Begin deze maand publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een onderzoek waaruit blijkt dat eenderde van de mensen die recht hebben op huursubsidie, daar geen gebruik van maakt. Daardoor lopen ze jaarlijks een bedrag van gemiddeld zo'n tweeduizend gulden mis. Dit is voor de Tweede Kamer aanleiding om een onderzoek naar het zogenoemde niet-gebruik in te stellen.

Kloosterman is weduwe en moet rondkomen van een AOW-uitkering van 1.350 gulden en 63 cent per maand. Daarnaast krijgt ze 38,17 gulden weduwenpensioen. Haar netto jaarinkomen komt daarmee in totaal net iets uit boven de door het SCP gehanteerde armoedegrens van 16.000 gulden.

Maandelijks betaalt ze 406,22 aan 'kale huur'; gas, licht en electra kost 170 gulden. Daar komt tweehonderd gulden bij voor de telefoon, kijk- en luistergeld, hulp in de huishouding en verzekeringen. De rest, een kleine honderdveertig gulden per week, gebruikt ze om van te leven. De krant krijgt ze al drieëntwintig jaar van haar zoon. “Ik hou het allemaal niet zo heel erg bij, hoor. Ik zie wel wat ik per maand overhou. Ik leef zuinig en heb iedere dag gewoon te eten. Alleen kleding koop ik nooit meer. Gelukkig ben ik nooit zo'n uitgaanstype geweest, dus veel weg hoef ik ook niet”, vertelt Kloosterman. “Eigenlijk heb ik het best goed, vind ik zelf.”

Kloosterman woont in een oud arbeidershuisje aan de Leidse Sumatrastraat, midden in De Kooi. Samen met het Noorderkwartier is het een typische Leidse volksbuurt. Veel oude arbeiderswoningen, wat jaren-zeventighoogbouw, veelal vervallen. Hier concentreert zich een groot deel van de Leidse minima.

Wethouder van sociale zaken in Leiden, J. Laurier, weet van de problemen van het niet-gebruik van subsidieregelingen. In Leiden is het percentage niet-gebruik niet veel anders dan landelijk: dertig procent. Laurier: “De oorzaken lopen uiteen. Sommigen van de minima met recht op bijzondere bijstand of huursubsidie weigeren de hand op te houden bij de lokale overheden. Anderen deinzen terug voor de papieren rompslomp die gepaard gaat met de aanvraag van dergelijke middelen of hebben überhaupt geen weet van de mogelijkheid financiële bijstand van de gemeente te krijgen.”

Maar Leiden heeft, meent Laurier, de door minister Melkert van Sociale Zaken geworpen 'armoedehandschoen' opgenomen, door lokaal aan armoedebestrijding te doen. “Vorig jaar hebben we een grote campagne gehouden om mensen bewust te maken van de mogelijkheden om bijvoorbeeld bijzondere bijstand of huursubsidie aan te vragen. Vooral via intermediairs als buurtverenigingen en ouderenraden hebben we een groot deel van de doelgroep bereikt. Maar nog steeds is er een deel van de minima dat, bewust of onbewust, geen gebruik maakt van de voor hen gemaakte regelingen.”

De campagne van de gemeente is echter geheel aan Kloosterman voorbij gegaan. Niettemin kwam ze door toeval in contact met de Stichting Ouderenwelzijn in Leiden. De stichting bood thuishulp nadat ze was geopereerd aan haar knie. De huishoudelijke hulp maakte haar attent op de mogelijkheid voor huursubsidie en bijstand. De huishoudelijke hulp kost haar nu nog maar vijf gulden per week, ze krijgt een bijdrage voor de taxi en er ligt ook een aanvraag voor huursubsidie.

Kloosterman is blij met de extraatjes. “Niet dat ik zelf vond dat ik het slecht had. Wij hebben altijd heel sober geleefd. Je kunt het zo moeilijk maken als je zelf wilt.”