India en Pakistan praten maar doen geen zaken

Premier Gujral van India en premier Sharif van Pakistan zullen elkaar volgende week ontmoeten in New York. De vooruitzichten dat beide aartsrivalen een doorbraak bereiken over het grote twistpunt in hun relatie, Kashmir, zijn somber.

NEW DELHI, 20 SEPT. De aarzelende pogingen van de aartsrivalen India en Pakistan om de gespannen wederzijdse betrekkingen te verbeteren, lijken voorlopig te zijn vastgelopen. Deze week werden in de Indiase hoofdstad New Delhi drie dagen van beraadslagingen tussen de staatssecretarissen van Buitenlandse Zaken afgesloten zonder enige tastbare vooruitgang. Het voornaamste struikelblok tussen beiden blijft de kwestie-Kashmir.

Met spanning wordt nu uitgezien naar het treffen van de Indiase premier Inder Kumar Gujral en zijn Pakistaanse ambtgenoot Nawaz Sharif dinsdag in New York, waar beiden de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bijwonen. Daags tevoren zullen de twee premiers bovendien elk een ontmoeting hebben met de Amerikaanse president Bill Clinton. Gujral en Sharif moeten proberen het periodieke overleg, dat een half jaar geleden begon, nieuw elan te geven, nu de vaart er al in een vroeg stadium uit dreigt te raken.

De Indiase staatssecretaris K. Raghunath en zijn Pakistaanse collega Shamsad Ahmad stonden donderdag enigszins met de mond vol tanden, toen ze na hun vastgelopen overleg de pers te woord moesten staan zonder enige concrete resultaten te kunnen melden. “We zijn er zeker van dat de serieuze dialoog moet doorgaan”, bracht Raghunath slechts uit. “We hopen onze besprekingen voort te zetten in dezelfde geest als waarin de leiding van de twee landen dit proces zijn begonnen”, beaamde Ahmad.

De jongste gespreksronde, de derde op dit niveau sinds eind maart, was onder een minder gunstig gesternte begonnen dan de vorige. Eind augustus kwam het tot ongewoon hevige artilleriebeschietingen tussen het Indiase en Pakistaanse leger langs de bestandslijn in het omstreden Kashmir. Volgens India waren daarbij aan Pakistaanse zijde tientallen doden gevallen, terwijl ook de Indiërs zelf enkele doden hadden te betreuren. Pakistan ontkende echter dat het grote verliezen zou hebben geleden.

Bovendien werd begin deze week bekend dat India had besloten twee Pakistanen, die waren verbonden aan de ambassade in New Delhi, uit te wijzen op verdenking van spionage. Zoals gebruikelijk aarzelde Pakistan geen moment en wees ter vergelding ook twee mensen van de Indiase ambassade in Islamabad uit.

Pakistan had voor de gespreksronde van deze week geëist dat India instemt met de oprichting van een speciale werkgroep over Kashmir. India weigerde dat en zei dat daarover nader zou kunnen worden overlegd in New Delhi. Tijdens de vorige gespreksrondes waren beiden het eens geworden over het opzetten van een aantal werkgroepen van deskundigen die zich zouden moeten buigen over de belangrijkste kwesties in de bilaterale betrekkingen.

Islamabad is er zeer op gebrand een aparte werkgroep over Kashmir op te zetten. India leek daarmee aanvankelijk akkoord te zijn gegaan maar hield later de boot toch weer af over dit gevoelige onderwerp. Ook deze week kreeg Pakistan in dit opzicht zijn zin niet. De beide staatssecretarissen maakten geen enkele melding van de werkgroepen.

Kashmir is al sinds de deling van het Brits-Indische rijk in 1947 de voornaamste twistappel tussen India en Pakistan. New Delhi vindt dat het overwegend door moslims bewoonde gebied in zijn geheel aan India toebehoort, Islamabad houdt daarentegen vol dat het bij Pakistan hoort. India heeft tweederde van het gebied in handen, Pakistan eenderde. Reeds twee keer hebben beide landen oorlog gevoerd over het omstreden gebied in de Himalaya.

India kampt nog altijd met de naweeën van een in 1990 begonnen opstand in Kashmir, die door de Indiase strijdkrachten met harde hand werd onderdrukt. In totaal kwamen daarbij zo'n 20.000 mensen om het leven. Mede door deze episode is het vertrouwen van de lokale islamitische bevolking in de Indiase regering tot het nulpunt gedaald.

Premier Gujral, een ervaren diplomaat, heeft laten doorschemeren dat hij de betrekkingen met Pakistan hoopt te verbeteren door zich in eerste instantie te richten op minder omstreden kwesties dan het probleem-Kashmir, bij voorbeeld door initiatieven te ontplooien op het terrein van de handel. Die staat voor twee zo grote landen op een erg laag pitje en beiden zouden van een toename kunnen profiteren.

In Pakistan ligt de kwestie-Kashmir echter zo mogelijk nog gevoeliger dan in India en het is de vraag of Sharif het aandurft met India zaken te doen zonder dat er een oplossing is gevonden voor deze hoofdvraag.

De Pakistanen zouden gaarne zien dat de Verenigde Staten een soortgelijke rol zouden spelen tussen India en Pakistan als ze al jaren tussen Israel en de Palestijnen doen. Hoe meer internationale aandacht voor de kwestie-Kashmir, hoe beter, vinden zij.

India voelt daar echter niets voor en heeft de staf van president Clinton al laten weten geen enkele prijs te stellen op bemiddeling in zijn conflict met Pakistan, dat het als een bilaterale aangelegenheid beschouwt. In plaats daarvan hoopt Gujral zich tijdens zijn ontmoeting met Clinton te concentreren op de economische betrekkingen tussen India en de VS. Ook hoopt hij Clinton te winnen voor het standpunt dat India, als grote Aziatische mogendheid, recht heeft op een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, wanneer die zou worden uitgebreid.