In juryoverwegingen weegt 'verboden informatie' zwaarder

Voorstanders van juryrechtspraak hebben er een probleem bij. In deze rechtspraak, waarbij gewone burgers bepalen of de verdachte schuldig is of niet, komt het nogal eens voor dat de rechter bepaalde informatie die ter tafel komt als niet terzake doend bestempelt. De juryleden moeten dan bij het vellen van hun oordeel die informatie negeren. Zo'n rechterlijke opdracht kan soms tot gevolg hebben dat aan die informatie juist extra gewicht wordt toegekend (Personality and Social Psychology Bulletin, augustus 1997).

Onderzoekers van de Brown-universiteit in Providence, Rhode Island, lieten in totaal 184 mensen, verdeeld over vijf groepen, het transcript van een rechtszaak lezen, met de opdracht zich in te leven in de positie van een jurylid. Dit transcript was gebaseerd op een echte rechtszaak waarin een verdachte werd beschuldigd van moord en winkeldiefstal. Bij vier van de vijf groepen deelnemers - de vijfde was een controlegroep - hadden de onderzoekers een belastende getuigenverklaring aan het transcript toegevoegd. Deze was in de helft van de gevallen emotioneel gesteld (bijvoorbeeld: 'Deze verdachte heeft eerder een vrouw aan stukken gesneden'), en in de andere helft neutraal en zakelijk (bijvoorbeeld: 'Deze verdachte is al eerder beschuldigd van een roofoverval met dodelijke afloop'). De verklaringen waren verder gelijkwaardig. Bij beide soorten verklaringen tekende de verdedigende partij protest aan. Dit werd in de helft van de gevallen door de rechter toegekend ('objection!' - 'sustained') en in de andere gevallen geweigerd ('objection' - 'overruled').

Het bleek dat de groep deelnemers die de emotioneel gestelde getuigenverklaring had gelezen én wist dat die niet mocht worden gebruikt, het waarschijnlijker achtte dat de verdachte schuldig was en strengere straffen eiste dan de deelnemers uit de vier andere groepen. Deze groep velde dus een negatiever oordeel over de verdachte dan de groepen die de extra getuigenverklaring niet of in zakelijke vorm hadden gelezen. Het opmerkelijkst is dat hun oordeel negatiever was dan dat van de groep die ook de emotioneel gestelde getuigenverklaring had gelezen, maar die wél mocht gebruiken. Bij de deelnemers die de emotioneel gestelde informatie hadden gelezen, leidde de opdracht om die informatie te negeren er dus toe dat ze die juist extra zwaar meewogen.

Een mogelijke verklaring is dat de mensen die de emotionele getuigenverklaring lazen en de opdracht kregen die te negeren, geïrriteerd raakten omdat ze deze ogenschijnlijk zo belangrijke informatie niet mochten gebruiken en haar daarom meer gewicht gaven, een verschijnsel dat 'reactance' wordt genoemd. De deelnemers zelf ontkenden dit overigens. De onderzoekers achten het waarschijnlijker dat de desbetreffende deelnemers wel degelijk hun best deden de informatie te negeren, maar dat dat er juist toe leidde dat de informatie in hun hoofd bleef hangen. Doordat emotionele informatie zo sterk de aandacht trekt, lukt het niet goed om in plaats ervan aan afleidende dingen te denken. Ook wekt emotionele informatie veel associaties op, wat het onderdrukken ervan extra lastig maakt: het is minder overzichtelijk en daardoor moeilijker dan de opdracht om neutrale informatie te negeren. Daarnaast roept emotionele informatie allerlei gevoelens op die - onbewust - gebruikt kunnen worden als interpretatiekader voor de overige informatie, met in dit geval een negatief eindoordeel over de verdachte als resultaat.