Hollands Dagboek

Anton van Kalmthout (52) is universitair hoofddocent strafrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant. Hij is daarnaast visiting professor aan de universiteit van Krasnojarsk, hoofdstad van Siberië. Deze week organiseerde hij daar een symposium over de hervorming van het gevangeniswezen in Siberië, waar nog altijd duizenden gevangenen in de oude kampen zijn ondergebracht.

Woensdag 10 september

Sinds zaterdag zit ik weer in Krasnojarsk, vanwege zijn militaire en nucleaire installaties tot voor kort voor vrijwel iedereen verboden gebied. De enigen die werden toegelaten om nooit meer terug te keren zijn de miljoenen dwangarbeiders en politieke ballingen die de beruchte eindeloze gevangenisroute 'Velikiy Katorzny Put' naar Krasnojarsk of verder aflegden.

Ik ben hier nu voor de vijfde keer. Nu niet als gastdocent, maar als lid van een delegatie van de Raad van Europa. Dankzij mijn contacten met vroegere collega's aan de faculteit, Valeri Zoubov en Alexander Oess, thans Gouverneur en Vice-Gouverneur van het District Krasnojarsk, kreeg ik vorig jaar toegang tot enkele gevangenissen en strafkolonies. De schokkende ervaringen wisten de Raad van Europa te overtuigen van het nut hier een seminar te organiseren over mensenrechten en behandeling van gevangenen.

Vanochtend zijn de sprekers Vladimir Sjajesjnikov, directeur-generaal van het gevangeniswezen, Professor Oetkin uit Tomsk en Professor Gorelik uit Krasnojarsk. De laatste twee zijn cynisch over de door de Sjajesjnikovs geventileerde hervormingsplannen. Hun kritiek wordt door veel van de 225 deelnemers gedeeld. Betwijfeld wordt of Rusland het Europees Mensenrechten- en Folterverdrag zal kunnen ratificeren. Hervorming van het gevangeniswezen met zijn meer dan een miljoen gevangenen kost miljarden dollars.

Voor de delegatie geldt het bezoek aan de gevangenissen als lakmoesproef. Na vrouwengevangenis nr. 22 en nr. 31 gisteren en eergisteren bezoeken wij nu Reformatory 6. In het District Krasnojarsk, 3,5 miljoen inwoners maar vijf maal zo groot als Frankrijk, zijn 35 gevangenissen, met in totaal bijna 41 duizend gevangenen. Drie daarvan zijn uitsluitend bestemd voor de 3636 gevangenen met tuberculose.

Met verbazing zie ik de veranderingen die in een jaar tijd lijken te hebben plaatsgevonden. De ruimtes die ons worden getoond zijn smetteloos schoon. Wij betreden woonverblijven met nog slechts twaalf bedden en televisie, overal tevreden blikkende en fris gewassen gedetineerden.

Is er in één jaar tijd zoveel verbeterd? De veranderingen lijken wel erg recent. Mijn jas plakt tegen de nog niet opgedroogde muur, de geur van verf is te opvallend. Ik weet voor een ogenblik te ontsnappen uit de stoet van delegatieleden, tv-camera's en officials. Ongemerkt loop ik een andere barak in: daar is weer het beeld van vorig jaar: 32 man opgesloten in een ruimte van zes bij zes meter, stapelbedden van driehoog. Ik ben ontgoocheld en niet meer in staat de mogelijk èchte verbeteringen van de schijn te onderscheiden.

's Avonds tijdens het copieuze buffet in de directiekamer wordt het mij te gortig. Ik krijg ineens genoeg van al die wodka-toasten op vriendschap, het mooie Siberische land, gastvrijheid en openheid. Als het mijn beurt is voor de toast herinner ik mijn gastheren aan mijn ervaringen en gesprekken van het vorig jaar. Ik kan niet nalaten op te merken dat openheid iets anders betekent dan het openen van flessen.

Donderdag

Mijn interventie van gisterenavond heeft succes gehad. Tot dan toe was tot op het hoogste niveau geweigerd ons ook toe te laten tot een Huis van Bewaring. Daar binnenkomen is tot nu toe vrijwel niemand gelukt. Om 9.00 uur krijgen we verlof Gevangenis Nummer 1 te bezoeken.

Het ochtendprogramma wordt omgegooid. Om 12.00 uur passeren wij de 'cactus-beveiliging': drie dikke, hoge muren met prikkeldraad, daartussen een aantal waakhonden, wachtorens en gewapende bewakers op de hoeken. Het kan nog erger. Om 13.00 uur volg ik de directeur in het labyrinth van onderaardse gangen en gewelven. Nog nooit is hieruit iemand ontsnapt, vertelt de directeur trots. Wij kijken elkaar verbijsterd aan. Welk mensbeeld ligt hieraan ten grondslag? Wie zijn hier de 'anti-sociale elementen'?

Om 14.00 uur een normale lunch met de directeur. Privé blijkt ook hij te worstelen met het systeem dat hij moet uitvoeren. Om 15.30 uur ontvangst door de Rector Magnificus, die ons om 16.00 uur een afscheidsdiner aanbiedt. 23 Gasten aan tafel, dat betekent 23 toasts en nog vier pazachoks (afzakkertjes). Het smaakt mij niet. Meeste medelijden heb ik met de rector die ons bij het dessert verlaat, op weg naar zijn volgende diner, het vijfde van die dag.

Even na 18.30 uur op bezoek bij de schilder Valery Kudrinski, vriend van Viktor Astafjev, de schrijver. We spreken over zijn dubbeltentoonstelling volgend jaar met Carla Kleekamp in Hilversum. Volgens afspraak neem ik al enige aquarellen mee naar Nederland. Tot mijn verrassing bevindt zich daartussen ook een portret van mij, gemaakt naar een foto die hij in juni in Tilburg gemaakt heeft. De dag wordt afgesloten met een Russisische sauna bij de Vice-Gouverneur. Als ik door de dekaan van de juridische faculteit van Krasnojarsk met berketwijgen wordt afgeranseld, stel ik mij voor dat de decaan van onze faculteit zijn gasten zo zou ontvangen.

Vrijdag

Om 18.30 uur plaatselijke tijd word ik opgehaald door de dekaan, vice-rector en twee collegae van de faculteit. Mijn belangrijkste zorg is of ik het red om vanavond om acht uur in de schouwburg in Tilburg te zijn voor de uitreiking van de Tilburg Moderne Industriestad Prijs. De Tilburgse Kunstichting, waarvan ik voorzitter ben is een van de drie genomineerden.

In Moskou word ik volgens afspraak opgewacht door twee politieagenten in burger. Binnen twee en half uur weten zij mij handig langs alle obstakels en opstoppingen naar de internationale luchthaven Sjeremetjevo te loodsen. Een van deze begeleiders blijkt vorig jaar mijn lezing over drugs te hebben bijgewoond. Aanleiding om mij tijdens de rit te informeren over de toenemende drugsproblematiek in Moskou.

KLM, NS en taxi zorgen dat ik om 19.25 uur thuis onder de douche sta. Kostuum, schoenen en het nieuwe overhemd liggen al klaar. In de trein heb ik op een ansichtkaart van Krasnojarsk enkele steekwoorden genoteerd voor het geval de prijs aan de Kunststichting wordt uitgereikt.

Tijdens de toespraak van Burgemeester Stekelenburg en de diapresentatie van de genomineerde instellingen, heb ik moeite mij los te maken van de beelden van gisteren. Als de prijs inderdaad aan de Tilburgse Stichting wordt toegekend kost het mij moeite de zaal in gepaste woorden toe te spreken. Pas in de loop van de avond en nacht, als ik met directeur Jan Doms en mijn medebestuursleden de gelukwensen in ontvangst mag nemen, besef ik weer thuis te zijn.

Zaterdag

Ik slaap slecht en sta dus maar vroeg op. Het is gelukkig mooi weer. Na de weekendboodschappen werk ik tot 15.00 uur in de tuin. Daarna schiet ik met mijn zoon Louk nog even de Vrije boekhandel in en bezoek vanwege de nationale monumentendag op de terugweg met hem het Duvelhok. Vroeger een markante textielfabriek, nu een schitterend monument, dat is getransformeerd tot werkplaats voor kunstenaars en cursisten.

Zondag

Zondag is de dag voor het gezin. Het pas gebouwde kippenhok is nog steeds leeg. Dus willen de kinderen naar de zondagse dierenmarkt in het Belgische Mol. Over de meeste dieren zijn we het gauw eens. Moeilijker ligt het met de wens van Louk, die alleen maar geïnteresseerd is in een struisvogel. Gelukkig blijkt op de markt dat de prijs zo hoog is dat zelfs bij een veranderd spaargedrag het minstens drie jaar duurt voordat hij dit bedrag bij elkaar heeft. We beperken ons dus tot wat kleiner vee. Om twee uur rijden wij weer naar huis, met achter in de auto een cavia voor dochter Willemijn, vijf kwartels, twee krielkippen en een parelhoender.

De kinderen trakteren mij nog op enkele wiskunde-opgaven en een opstel over fietsendiefstal. Met zes gestolen fietsen in de afgelopen twee jaar is de laatste opgave aanzienlijk makkelijker dan de eerste.

Maandag

Het programma van vandaag is gevuld met afspraken, vergaderingen en afwerken van urgente post. Het academisch jaar is weer begonnen. Dit betekent een cumulatie van achterstallige zaken uit de vakantieperiode met actualiteiten van het nieuwe semester.

De eerste afspraak is om 10.00 uur. Afgelopen vrijdag heb ik in de schouwburg kort kennis kunnen maken met Yvonne van Rooij. Samen met Maurice Ackermans, hoofd voorlichting van de KUB, tref ik haar nu weer in haar werkkamer. Dank zij Maurice heeft onze nieuwe bestuursvoorzitter toegezegd eind november Staatssecretaris Schmitz en de buitenlandse deelnemers aan het internationale symposium over vreemdelingenbewaring te verwelkomen en in te leiden.

Evenals vrijdagavond ben ik verbaasd hoe haar openheid en spontaniteit contrasteert met het beeld wat de media mij steeds hebben voorgespiegeld. Het bewijst maar eens weer hoe misleidend deze kunnen zijn.

Wat zij beslist niet wil is een obligate, loze inleiding. Uitvoerig discussiëren wij dan ook over inhoud en doel van het symposium en het huidige vreemdelingenbeleid. Het spontane aanbod om actief mee te denken over de invulling van nog enkele open plaatsen op de lijst van beoogde sprekers betekent weer een hele zorg minder.

Na de vergadering spreek ik met Marc Groenhuisen over de Russische strafwetgevingscommissie die deze en volgende week naar Nederland komt. Marc heeft zich intensief met de voorbereiding en organisatie daarvan beziggehouden. Wij nemen kort de onderwerpen door, waarover ik volgende week met deze delegatie zal spreken.

Dinsdag

Van 10.00 uur tot 14.30 uur rustig doorwerken aan de afronding van mijn rapport over de toepassing van de borgtocht in de Westeuropese strafrechtssystemen. Op de avond voor mijn vertrek naar Siberië heb ik de eerste versie doorgefaxt naar de wetgevingscommissie van het Afrikaans Nationaal Congres, die om dit vergelijkend overzicht had gevraagd. In het parlement bestaat veel verzet tegen de interventie van President Mandela om de vrijlating op borgtocht bij zware misdrijven drastisch te beperken. Velen beschouwen dit als een aantasting van de grondwettelijke vrijheidsrechten. In Europa bestaat daarentegen weinig affiniteit met een systeem dat het recht op vrijheid koppelt aan financiële draagkracht. Dankzij goed speurwerk van Wilco Anker, onze student-assistent in het Max Planck Instituut te Freiburg kan ik de lacunes in mijn eerste versie aanvullen.

's Avonds komt onze goede vriend Afshin Ellian op bezoek. Volgende week verschijnt zijn eerste Perzisch-Nederlandse dichtbundel. Hij leest ons enkele nieuwe gedichten voor en luisteren naar de cd met gedichten van mijn broer Kees, die Afshin in het Perzisch wil bewerken.

Woensdag 17 september

Vroeg op, want om 8.45 uur beginnen mijn eerste colleges strafrechtsvergelijking. Dit jaar zal dit gaan over 'Probation and Community Sanctions in Europe'. Vanwege de deelname van buitenlandse studenten is de voertaal Engels. Dit blijkt gelukkig minder remmingen bij de studenten op te leveren dan het vorig jaar. Het lijkt mij een geïnteresseerde en enthousiaste groep.

Om 12.00 uur neem ik de trein naar Breda voor mijn maandelijkse vergadering van de Commissie van Toezicht van de vrouwengevangenis. Bij afwezigheid van de voorzitter zit ik de vergadering voor. Vorige week maandag vertoonde ik in de vrouwengevangenis van Krasnojarsk een video over de Bredase gevangenis, gemaakt voor nieuwe gevangenen. Een groter contrast met de gevangenis in Krasnojarsk is nauwelijks denkbaar. Hoewel niet geagendeerd, vormt dit het belangrijkste gespreksonderp. Het kost daarna moeite de overige gesprekspunten niet te relativeren.

Na de vergadering nog een rogatoire commissie. De vrouw om wie het gaat is naar haar mening ten onrechte en via een onjuiste procedure van een half-open inrichting naar Breda overgeplaatst, waardoor zij haar dochtertje niet meer bij zich mag houden. Ik leg haar de procedure uit en noteer de inhoud van haar verweer.

Om 17.45 uur van de gevangenis naar het Bisschoppelijk Paleis voor een souper met Mgr. Muskens. De Bisschop is eind november een van de prominente forumleden op het congres over vreemdelingenbewaring. Veel onderwerpen komen aan de orde. Zijn uitnodiging om mee te denken over de Bisschoppelijke Brief voor de Migrantenweek 1997 neem ik graag aan.

20.45 uur. In de trein ligt het Algemeen Dagblad met een paginagrote foto van het Schaduwkabinet. Bisschop Muskens is daarin gesitueerd als Minister van Sociale Zaken. Hoewel niet alle beoogde bewindslieden mijn voorkeur hebben lijkt mij Muskens geen slechte keus.