Hoed u voor vitaal burgerschap

Frits Bolkestein is een vitale lijsttrekker, die midden in het politieke leven staat en daar met volle teugen van geniet.

Mee eens... ?

Of toch maar niet, omdat in dit positieve oordeel naar uw gevoel iets binnen geslopen is dat het beeld van de VVD-voorman beschadigt. Als dat laatste het geval is weet ik precies hoe dat komt. Het gebruik van het woordje 'vitaal'.

Frits Bolkestein mag blaken van gezondheid, dadendrang en levenslust , door hem vitaal te noemen schrompelt hij ineen tot een pensioengerechtigde die actief bezig wil blijven met zijn hobby. In het beste geval een soort rolmodel in een reclame voor een levensverzekeringsmaatschappij. Wat voor de één een Harley Davidson is, een drumstel of een jeugdige minnares, is voor de vitale Frits zijn eigen, met zorg onderhouden, politieke richting.

Voor de bewonderaars van Bolkestein is deze connotatie uiteraard ongewenst.Maar voor de vijanden biedt het een mogelijkheid om dat wat in hun ogen zo overduidelijk is, fijntjes onder woorden te brengen. 'Petje af voor de vitaliteit waarmee mijn opponent zijn bizarre standpunten verdedigde!' Met zo'n afsluiter kan Jacques Wallage proberen een debat over bijvoorbeeld het minderhedenbeleid alsnog naar zich toe te trekken.

Dat doet hij natuurlijk niet, omdat zijn eigen lijstrekker bijna even oud is, die van het bevriende D'66 nog ouder, en omdat het publiek in de zaal meestal ook een zeer vitale leeftijd bereikt heeft. In zo'n omgeving moet men uiterst behoedzaam omgaan met het begrip vitaliteit.

Het is daarom opmerkelijk dat de partij-ideologen, in tegenstelling tot de politici in het veld, helemaal geen moeite hebben met het begrip. In de vele studeerkamertjes waar op dit moment hevig gezweet wordt op het verkiezingsprogramma moet het senioren-epitheton al maanden rondgonzen, want in de aanzetten en schetsen die naar buiten komen is het vitaal voor, en vitaal na. Alle denkers, van GroenLinks tot de RPF, en van De Beus tot Van der List, komen tot dezelfde conclusie: zij willen een vitale arbeidsmarkt, een vitaal middenveld, een vitale democratie, ja, zelfs een vitale staat, bevolkt met vitale burgers die blijk geven van, hoe kan het ook anders, vitaal burgerschap.

Om dat laatste draait het in de moderne ideologie. Wat het precies inhoudt, is op dit moment, nu we nog steeds in de ontwerpfase zitten, moeilijk te zeggen. Maar dat het door alle politieke partijen in ons land vurig nagestreefd gaat worden in de komende decennia, staat buiten kijf. Daarom lijkt het mij zinvol om toch alvast enige zorg over deze ontwikkeling uit te spreken. Want hoe je het ook wendt of keert, het vitale burgerschap is niet voor iedereen bereikbaar.

In de Volkskrant van afgelopen woensdag omschrijft de CDA-ideoloog Zijderveld de vitale democratie als “een staats- en samenlevingsvorm, waarin burgers initiatieven ontplooien en als volwassen mensen in tal van organisaties en instellingen hun leven inrichten”. Dat gebeurt “in een voortdurende interactie tussen overheidsdienaren en vrije burgers in een vitale civil society”. Die voortdurende interactie is gebaseerd op 'wederzijds respect en vertrouwen' en is daarom 'zin-, betekenis- en waardevol'.

Wat Zijderveld hier zo mooi zweverig zegt, zal in de andere partijen wat minder christelijk worden geformuleerd, maar toch in grote lijnen worden onderschreven: wij burgers moeten zelf meer aan de bak. Het is gedaan met ons luie, calculerende bestaan als staatsconsument. We zullen voortaan zelf de samenleving zo vitaal mogelijk moeten inrichten. Als volwassen mensen.

Als ik mij daarbij iets probeer voor te stellen zie ik een eindeloze stoet van burgers van het ene speeltuinbestuur naar het andere buurtcomité hobbelen. Vol respect en vertrouwen onderhandelen zij met het lokale bestuur over de hoogte van de verkeersdrempels, over het onderhoud van de gemeenschappelijke kruidentuin en over het toedelen van bijzondere bijstand voor het installeren van een inbraakalarm bij het enige echte arme gezin dat in de straat nog over is. Ook zie ik in de beter gesitueerde gemeenten debating societies, kunstgenootschappen, en Rotary-afdelingen floreren. Oranjeverenigingen beginnen aan een tweede jeugd en politieke partijen boeken zowaar na veertig jaar weer ledenwinst.

Maar wat ik nog meer zie is dat al deze burgers de vijftig ruim gepasseerd zijn. Het zijn allemaal actieve senioren, die nu ze hun vut- en pensioenpremies incasseren, tijd over hebben voor hun civil society. De jongere burgers, die zich nog staande moeten houden in de rat-race van de moderne arbeidsmarkt, hebben die tijd niet. Als zij 's avonds laat opgebrand thuis komen, zijn ze te moe voor het vitale burgerschap.

Dit zal ongetwijfeld leiden tot een heerschappij van vutters in het openbare leven. Ik weet niet of Zijderveld en zijn mede-denkers deze ontwikkeling hebben voorzien of zelfs heimelijk nastreven. (Hoe oud is de gemiddelde partij-ideoloog eigenlijk?) Wat ik wel weet is dat dit soort burgerschap voor een levende democratie een ernstige bedreiging vormt. Het wordt een dodelijk saaie boel. Al die rijpe volwassenen die overlopen van wederzijds respect en vertrouwen! Het kan niet anders of dit heeft een even oubollig als star conservatisme tot gevolg. Hoe vitaal de lijsttrekkers ook zullen blijven ogen.