Geen haar

De tuinen van het Westen worden gesloten', schreef Cyril Connolly in het Britse literaire tijdschrift Horizon. Toen hij deze melancholieke zin schreef, liep het tegen het einde van de oorlog. Het Westen had niet veel tuin meer om te sluiten. Hij bedoelde het dan ook overdrachtelijk. Er was te weinig moois over, en er was te veel gebeurd om je serieus met de rest bezig te houden. Het is de vraag of hij gelijk heeft gehad.

Dit zinnetje had ik niet onthouden als het niet door H.A. Gomperts was gebruikt in zijn inleiding bij het verschijnen van het eerste nummer van het literaire tijdschrift Libertinage. Ook aan dit beschouwinkje waren heimwee en melancholie niet vreemd. Het was al weer een paar jaar na de oorlog. De modekoningen hadden de New Look afgekondigd, over het algemeen jurken en ook wel rokken, lang, vaak tot bijna op de enkels, en wijd.

De mode inspireerde niet alleen Gomperts tot een wijsgerige interpretatie. Men vergeleek deze poëtische kleding met wat de vrouwen kort voor de Eerste Wereldoorlog hadden gedragen: ook heel lang, en daarvoor waren het nog de extravaganties van de crinoline en de queu de Paris geweest, als ik me niet vergis. Hadden de modekoningen van die tijd het onheil intuitief voorzien, hadden ze door hun ontwerpen afscheid willen nemen van de negentiende eeuw? Hadden ze voorvoeld dat de wereld hierna zou worden beheerst door de razernij van de explosiemotor en de draadloze communicatie?

Als je het zo bekijkt zou het geen kwaad kunnen, de modekoningen eerder te raadplegen, over meer dan de roklengte in het komend seizoen. Zo bekijk ik het niet. Filosofische verklaringen van de mode bestaat uit het achteraf lezen van de toekomst in knippatronen. Daar komt het op neer. Maar zoals men zegt, als je het later leest zeg je: dat we daar niet eerder aan hebben gedacht!

Na de Eerste Wereldoorlog (en ook al tijdens: denk aan Miss Pankhurst) begonnen de vrouwen ernst te maken met de emancipatie. In de wilde jaren twintig kwamen de korte rokken en zetten de garçonnes pothoeden op hun Bubikopf. Daarna houden de interpretaties op, tot de periode van de New Look is aangebroken. Wat de mannen in al die tientallen jaren hebben aangetrokken, nodigt niet tot nadere uitleg: altijd een das, een vest, bretels en een gleufhoed op. Was je gangster of bij de FBI dan zette je hem diep in je ogen of achter op je hoofd maar nooit af, en was je jong en je wilde wat, dan schuin.

En nu, de afgelopen jaren, zijn we langzamerhand tot de ontdekking gekomen dat we zijn aangeland in het sprookje van het p.model. Hebben de modekoningen van Nederland dit vaderlandse wonder zien aankomen? Ik zou niet weten waaraan ik dat op straat heb afgelezen. Wel, achteraf bezien, kom je tot de ontdekking dat de ontwikkeling of de geboorte van het p.model gepaard is gegaan met het verschijnen van nieuwe types op straat. Daarin verschilt Nederland trouwens niet zoveel van de rest van het Westen, voorzover ik dat kan beoordelen. Al langer heb je de yup of jup - de vrouw in kleding die niet wijd of strak is en niet lawaaiig van kleur maar wel urbaan elegant, en de man in grijs pak met nogal wijde broek, steeds meer een wit overhemd of, zijn ambitie niet meer meester zijnde, een blauw of rose overhemd met een vast wit boord. Allen zijn familie van de Masters of the Universe, zoals beschreven door Tom Wolfe in Het vreugdevuur der ijdelheden. 's Ochtends vroeg zie ik ze naar hun werk lopen, met de tred der ontembaren, in de geur van de tijdloosheid, met de allure van de onkwetsbaarheid. Ik vraag me af wat Cyril Connolly daaruit zou afleiden.

Dan heb je nog een ander type. Dat heeft het hoofd kaalgeschoren, zich in mindere of meerdere mate laten piercen, en op z'n zondags een camouflagebroek aan. In het begin geloofde je dat het Amerikaanse neonazis of Duitse rechtsradicalen waren. Nu kun je uit een zo'n geschoren hoofd geen politieke overtuiging of levensbeschouwing meer afleiden. Zelfs, zou ik zeggen, wijst het niet meer op radicalisme kortweg. Je hebt er veel onder die overigens een gematigde indruk maken. Het enige wat je uit hun verschijning bijblijft is het kaalgeschoren hoofd. Dat hoort tot een internationale mode.

Hoe komt dat? De enigen die ik me uit de film kan herinneren zijn Yul Brynner, Kojak en de Koreaan met de staalgerande bolhoed uit een 007. Geen van de drie voor de hand liggende role models. Wel heeft het kaal scheren een lange geschiedenis: het is verbonden met de beoefening van een vechtsport of gevangenschap en straf. Camouflage droeg je om niet te worden gezien; nu juist wel.

Dat iemand in de uitbundigheid van het p.model, Internet en de Global Village zich eens flink uitdost, kakelbont de straat op gaat, valt te verklaren. Maar dat juist nu steeds meer mensen zich vrijwillig van hun hoofdhaar laten ontdoen, dat is een raadsel van de mode waarover de eerste socioloog / wijsgeer / historicus zich nog uit moet laten.