Futzen

VEERTIGDUIZEND JAAR geleden, ergens in Duitsland. In de verte meandert zilverig de Neander, op de voorgrond zien we twee Neanderthalers.

De één, een groot maar niet bijster snugger ogend exemplaar, stampt briesend rond. “Zo kunnen we wel aan de gang blijven!” neanderthalt hij, “hoe kunnen we nou ooit de kosten beheersen als iedereen maar wat aankeutelt en klungelt met onze dure stenen bijlen. Kijk deze: zo goed als nieuw, maar nu al splinters eraf. Of deze, een week oud, maar zo bot als een oeros. Wat doen ze er toch mee?” De ander, wiens oogjes van onder de zwaarbehaarde wenkbrauwbogen wat gisser, ja zelfs leep de wereld inkijken, antwoordt: “Weet je hoe dat komt? Dat komt door de 'futz-factor'. Ze doen maar wat, die mammoetfileerders en sabeltandschrapers van jou. Ze flossen hun tanden met jouw bedrijfsbijlen zodra je niet kijkt. Er zijn er zelfs die er stiekem mee op rotsen rammen en dreunen. 'Muziek' noemen ze dat, wat dat ook mag betekenen.” “Ha! Stelen van de baas zal je bedoelen!” brult de ander schamper, waarna beiden ietwat machteloos neerzitten en wat onbestemd nagrommen.

U ziet, zorgen en klachten over de kosten en productiviteit van bedrijfsmiddelen en personeel zijn zo oud als die middelen zelf. De Neanderthalers waren te stom om oplossingen te bedenken en stierven dan ook spoedig uit. De mens had meer succes bij het vinden van methoden om personeel tot grotere productieve hoogten te motiveren en oneigenlijk neuspeuteren tegen te gaan. Een belangrijke stap vooruit was bijvoorbeeld de zweep, die wereldwonderen mogelijk maakte als de piramiden en de Chinese muur. Maar werkelijk geavanceerde methodes van controle en maximalisatie van productiviteit zien we pas tijdens en na de Industriële Revolutie. Régouts legendarische deal met de kerk, 'hou jij ze dom, dan hou ik ze arm', is een voorbeeld van voor die dagen state-of-the-art-beheer van mensen en middelen, alleen nog overtroffen door de prikklok en de genadeloze lopende band.

Toen de beheersing van het doen en laten van werknemers eenmaal tot ook het kortste wc-bezoek was uitgebreid, ontstond een tegenbeweging. Hier en daar ontdekte men dat het domweg steeds verder uitpersen van mensen en middelen niet tot steeds betere resultaten leidde. Alleen maar hárd werken betekende vaak ook dom en slordig werken, zodat de winst die aan de ene kant geboekt werd aan de andere weer verloren ging. Volvo was een van de eerste bedrijven die, ergens in de jaren zeventig, met succes de lopende band weer inruilden voor kleine teams die een compleet (half-)product maakten. Beroepstrots, teamgeest en eigen verantwoordelijkheid bleken niet te onderschatten productiefactoren.

En toen kwam de computer de fabriek en het kantoor binnen, een stuk gereedschap dat vooral in de kantoorwereld oneindig veel complexer was dan alles wat men daarvoor kende. Met de computer kwamen de zorgen over kosten en effectiviteit ervan, en van het personeel dat ze bediende, uitgedrukt in het begrip TOC: 'Total Ownership Cost'. Daar valt heel wat onder: de kosten van onderhoud en reparatie natuurlijk, en van installatie van hard- en software en de bijbehorende trainingsprogramma's. Verder de salarissen van het bedienend personeel en de kosten van onvoorziene storingen in de apparatuur, waardoor mensen tijdelijk niet kunnen doorwerken, en soms zelfs gedane arbeid verloren gaat. Maar ook zit er de tijd in, die een werknemer niet direct productief is omdat hij een collega moet uitleggen hoe zijn computer werkt.

En dan is er nog de 'futz-factor', het oneigenlijk gebruik: personeelsleden die in de baas zijn tijd spelletjes zitten te spelen of recreatief over het Internet zwerven. Dat schattingen over de omvang van de TOC uiteenlopen, ligt bij zo'n ingewikkeld begrip voor de hand. Dat ze veelal hoog zijn óók. Er is gewoon nog maar weinig ervaring en routine. De ontwikkelingen gaan nog steeds zo snel dat te veel nieuw is, onbekend, nog maar half uitontwikkeld. Het is nog steeds vallen en opstaan, en opstaan kost geld en tijd.

Maar toch kan het geen kwaad om torenhoge magische getallen als de 20.000 gulden TOC per jaar voor een gemiddelde kantoor-PC van een mille of vijf, waar bedrijven als Microsoft geregeld mee schermen op gezag van het onderzoeksbureau Gartner Group, met een korrel zout te nemen. Immers, de software-industrie is zelf aanbieder van middelen om de TOC van computers te drukken, in de vorm van programma's waarmee je vooral het doen en laten van werknemers op de voet kunt volgen en sturen. Het is daarmee de enige industrie die er belang bij heeft om te benadrukken dat de onderhoudskosten van zijn producten hoog zijn. Vooral die 'futz-factor' wordt daarbij in het zonnetje gezet. Vroeger waren het verhalen over medewerkers die hele netwerken verstopten door ze vol te laden met illegale, liefst met virussen besmette spelletjes, tegenwoordig is het standaardbeeld dat van de employé die in de baas zijn tijd op het Internet urenlang naar blote meisjes gluurt. De pers, ook nooit vies van een gemakkelijk te begrijpen ranzig hapje, helpt vrolijk mee om het beeld van de geile gluurder achter zijn beeldscherm te bevestigen.

Maar is het echt zo erg? Of gaat het erom dat oneigenlijk gebruik bijna het enige aspect van de TOC is dat met software gemakkelijk is aan te pakken, door registratie van elke beweging van een employé? Er zijn andere, even serieuze maar minder gretig door de software-industrie geciteerde onderzoekers, zoals het bureau Interpose, die menen dat de futz-factor danig overschat wordt, en dat de TOC veel meer door salariskosten en de kwaliteit van het management wordt beïnvloed.

Tegen slecht georganiseerd werk, tegen slecht geïnstrueerde en gemotiveerde werknemers helpt geen technologie, geen registratie- en kliksysteem. En dan nog, hoe erg is het dat een werknemer soms wat futzend rondsurft? Het spreekt allerminst vanzelf dat hij die tijd anders volledig productief had doorgebracht, dat weten we van de lopende band. Een beetje gefutz moet misschien zelfs, dat houdt de geest fris. Het gaat erom dat ieders verantwoordelijkheid duidelijk is, en dat ieder die waarmaakt. Of dat met of zonder gefutz gebeurt is van minder belang.