Column

Fax aan Gronings Studenten Corps

Vrinden en vrindinnen

Twee vervelende incidenten deze week. Een dood en de ander bijna. Kan gebeuren.

Dat van die bijna dode zou ik me niet te veel aanrekenen. Het is natuurlijk dom van zo'n jongen om zo lam als een duivel naast zijn tentje te gaan liggen tukken. Dan vraag je om moeilijkheden. Daarbij begreep ik dat hij de hele week niet meer dan vier uur geslapen had. Een tennisvrindje van mij werkt op de Intensive Care van het Academisch en vertelde dat ze hem er waarschijnlijk wel doorheen sleuren. Hij zal wel wat blijven hinkepinken en trekkebenen, maar ik heb begrepen dat het geen tophockeyer was. Er zijn erger dingen. De dronken kampbeul, die over hem heen reed, hoeft zich geen zorgen te maken. Heb even een golfvrindje van mij gebeld. Hij zit bij Stibbe en vertelde dat ze in Leiden ook een keer zo'n soort zaak bij de hand hebben gehad. Ten eerste wordt het voor het OM heel moeilijk om te bewijzen dat die chauffeur compleet afgetankt was en daarbij vond het incident niet op de openbare weg plaats, kortom: peanuts!

De dode is lastiger. Jullie hadden hem een liter jenever in zijn mik gepompt. Is op zich niks mis mee, zij het dat hij het wel even had moeten uitkotsen. Slordig dat daar niet iets beter op gelet is. Maar ik begrijp dat wel! De rest was natuurlijk ook zo kachel als een mand natte washandjes en dan gebeuren die dingen. Juridisch is het heel interessant dat hij gestikt is na een epileptische aanval en dat houdt in dat hij in principe een 'natuurlijke' dood gestorven is. Ik heb nog een oud hockeyvrindje, een maat bij Loeff, gebeld en die zei dat de epilepsie zo goed als zeker jullie redding is. Toeval dus. Mocht de officier een dwarse knor zijn die problemen gaat maken dan bel ik mijn bridgemaatje J.W. wel even. Die serveert zo'n man wel af. Daarover geen angst. Complimenteer zijn huisgenoten nog even met de ontroerende advertentie. Vooral de tekst: Het was kort, veel te kort sneed dwars door mijn ziel.

Vorige week liep ik toevallig langs De Blauwe Engel op de Grote Markt en hoorde het hele café deinen op het hitje 'Leven na de dood' van mijn collega Freek de Jonge. Heb er een leuk coupletje voor jullie bij verzonnen:

En wat dacht de oude corpsbal

toen ie een liter in hem goot?

Er is leven, er is leven na de dood!

Raad jullie niet aan om dat komende week al te zingen. Zie het als een ranzig grapje.

Vervelender vind ik het dat ik jullie weer zo moet verdedigen in het openbaar. Mensen begrijpen het gewoon niet. Een zoontje van vrinden is zojuist ontgroend in Rotterdam en moest meer dan tien uur op een en dezelfde stoeptegel staan en onderhand werd hij verrot gescholden. Een beetje softe kennis van ons had het gisteren over nazi-methoden en dat die ouderejaars in hun hart SS-ers zijn. Die begrijpt het gewoon niet. Ik heb maar niet verteld dat hij ook nog een uur of zeven achter elkaar kniebuigingen en push-ups heeft moeten maken, tien nachten tot huilens toe is wakker gehouden en toen hij een iets te grote muil had een paar stevige knauwen (uiteraard met de vlakke hand!) heeft gehad. Daar wordt dat pak halvamel een vent van, zoals wij allen op de club kerels zijn geworden. En vrinden voor het leven! Mensen snappen het niet.

Wel nog even een paar tips voor de begrafenis. We gaan toch niet geblazerd? Let even op: jacquet met zwart vest, zwarte das, geen sieraden (dus ook het horloge en de tegelring af!), zwarte sokken en zwarte schoenen. Dat vind ik namelijk altijd zo'n blamage! Dat je een corpsbal op een begrafenis ziet en dat hij er bij loopt als de eerste de beste knorremans. Vreselijk. Jongens sterkte en wat mij betreft: de rozen.