'Een zootje getallen zegt niks'

ONTWERP EEN mooiere toekomst: duurzamer, toleranter, veiliger, schoner, eerlijker. Dat is de opdracht waar op dit moment zo'n 25.000 jongeren op 150 scholen en in 100 groepen uit het jeugd- en jongerenwerk hun tanden op stuk bijten. De plannen die ze bedenken worden op 8 oktober per provincie beoordeeld. Elke provincie heeft drie prijzen van 3.000 gulden te vergeven om deze ideeën door de bedenkers ook daadwerkelijk te laten uitvoeren. Op 24 november wordt uit de provinciale winnaars het beste project gekozen en bekroond met de Nationale Jeugd Prijs Idee Trofee ter waarde van 5.000 gulden.

Codename Future heet dit landelijke project dat nu voor het tweede jaar wordt georganiseerd. Het is een initiatief van de Jongerenraad voor Milieu en Ontwikkeling, een platform waar zo'n veertig jongerenorganisaties bij zijn aangesloten. Het oorspronkelijke idee voor Codename Future komt uit Zweden, waar al sinds 1989 een vergelijkbaar project met veel succes wordt uitgevoerd. Ligt de nadruk in Zweden vooral op een beter milieu, in Nederland worden ook sociale kwesties, zoals zwerfjongeren, racisme en vandalisme erbij betrokken. Zes ministeries, een aantal fondsen en maatschappelijke organisaties zoals de ANWB, de Heide Maatschappij en Jeugd in Beweging ondersteunen Codename Future financieel. De gedachte achter dit project is dat jongeren vaak goede ideeën hebben over verbetering van hun leefomgeving, maar dat ze door gebrek aan invloed en geld nergens terecht kunnen met die plannen.

Vorig jaar oktober wonnen Arno (16), Martijn (17) en Marvin (16) van scholengemeenschap Huizermaat in Huizen een Future Award met hun plan voor de 'energywatch'. Ze wilden een apparaatje ontwikkelen waarmee het elektriciteitsgebruik niet in kilowattuur werd uitgedrukt, maar in centen. “Mensen hebben nu thuis meters met een zootje getallen, maar dat zegt ze niets”, legt Martijn uit. “Ze moeten zien hoeveel geld ze per uur kwijt zijn”, vult Marvin aan, “en dat het bedrag omlaag gaat als ze bijvoorbeeld een lamp uitdoen”.

De drie jonge uitvinders staan onder het prototype van hun energywatch die aan de muur hangt in het deel van de school waar de lokalen voor de exacte vakken en van verzorging zijn gevestigd. Als scheikundedocente Gerry Tiemersma een paar TL-buizen aandoet, springen de digitale letters binnen tien seconden van 52 cent naar 73 cent. Juist deze vleugel van de school heeft veel apparaten die ook in gewone huizen te vinden zijn, zoals een ijskast en een boiler. Als de apparaten en alle lampen aan zijn, staat de energywatch gemiddeld op ƒ 1,50 per uur. Bij het verlaten van de school moet hij ongeveer dertig cent aangeven. Is het bedrag hoger, zoals de rector laatst voor het weekend merkte, dan kan er blijkbaar nog iets uit. Het bleek de boiler te zijn. De uitwerking van het apparaat zal in woonhuizen groter zijn, vermoeden de jongens, “want docenten zijn op school waarschijnlijk iets nonchalanter dan thuis”.

De ontwikkeling van de energywatch was technisch gezien een ingewikkelde klus, die de drie bedenkers met hun Havo-vier-kennis van de exacte vakken niet zomaar konden uitvoeren. Ze kregen daarbij volop steun van het Regionale Energiebedrijf Gooi en Vechtstreek (REGEV), dat de meters ontwikkelde. Ze hebben daarvoor menige middag na schooltijd bij dit energiebedrijf doorgebracht om hun idee toe te lichten en te onderhandelen over het kijk- en bedieningsgemak. Zo moest het ook aanpasbaar zijn aan een hogere energieprijs en zelfs aan de invoering van de euro.

Over het resultaat zijn ze uiterst tevreden: het is uiteindelijk een uiterst simpel apparaat geworden. Vlak voor de zomervakantie kon het op school met enige feestelijkheid worden onthuld. Moeten ze geen octrooi op hun uitvinding vragen? “Als er een bedrijf komt dat het wil gaan maken, okay”, zegt Arno. “Maar een octrooi aanvragen kost ontzettend veel geld en dat hebben we niet.” Bovendien hebben ze wel iets anders aan hun hoofd, want ze zitten nu alle drie in hun eindexamenjaar. “Ach”, zegt natuurkundedocente Anneke Thurlings, “het is tenslotte een onderwijsproject en geen uitvinderswedstrijd”. Het is zo al leerzaam genoeg geweest, vindt ze. “Deze leerlingen hebben zelf een idee tot uitvoering gebracht, ze hebben moeten overleggen en onderhandelen, telefoneren, wegen moeten zoeken en verschillende presentaties gegeven over het project. Eigenlijk is dit precies wat straks in het studiehuis moet gaan gebeuren.”

Met een heel ander plan wonnen Anoek Waarle (16) en Kim Groot Kormelink (17), VBO-leerlingen van scholengemeenschap 't Beeckland in Vorden vorig jaar oktober een Future Award van 5.000 gulden. Ze kozen voor het onderwerp zwerfjongeren en hebben het afgelopen schooljaar het geld gebruikt om een video over het leven van zwervers te maken. De video en de bijbehorende lesbrief zijn bedoeld voor leerlingen van de achtste groep van de basisschool en de eerste klassen van het voortgezet onderwijs. Scholen kunnen bovendien een zwerver uitnodigen om met de leerlingen te komen praten over hun dakloze bestaan.

Inmiddels hebben Anoek en Kim eindexamen gedaan en zitten ze op het middelbaar beroepsonderwijs. Eigenlijk is alles gelukt, behalve het vinden van leeftijdgenoten die voor de camera wilde vertellen hoe ze in hun zwervende bestaan terecht waren gekomen. “Dakloze jongeren willen liever niet voor de camera, want ze hebben de hoop dat ze zo snel mogelijk weer een gewoon leven gaan leiden”, legt Kim uit. De zwervers die aan het woord komen, vallen eerder in de categorie 'oudere jongeren', maar de video is er niet minder indrukwekkend door geworden. “Voordat we hieraan begonnen, had ik zelf het beeld dat zwervers allemaal vies en drugsgebruikers waren”, zegt Anouk, “maar dat is achteraf een slecht idee. Nu we in contact met ze zijn gekomen denk ik er heel anders over. Ze zijn niet vies, en kunnen er vaak niets aan doen dat ze dakloos zijn geworden.” Ook Kim dacht vaak van 'bah' als ze zwervers zag. “Maar het zijn zulke leuke mensen”, laat ze er enthousiast op volgen, “als je met ze praat, zijn het helemaal geen zwervers meer, maar gewoon mensen zoals wij.”

Via via legden de twee VBO-leerlingen contact met een pas geopend onderkomen voor daklozen in Nijmegen. Na wat oriënterende bezoeken was het ijs gebroken en kon er gefilmd worden. Twee docenten van school bedienden de videocamera. “Ik had nog nooit geïnterviewd”, zegt Kim, “en zeker niet voor de camera. Ik vond het eerst doodeng, maar die mensen praten zo makkelijk over hun situatie.”

De lesbrief is een gezamenlijk product van een maatschappelijk werker, een van de daklozen en de twee leerlingen. Kim en Anouk hebben vooral bekeken of de teksten wel pasten bij het niveau van de scholieren. De film en de lesbrief waren voor de zomervakantie klaar. Er was een vertoning op school voor alle leerlingen in het bijzijn van staatssecretaris Netelenbos, en in ook het huis van de daklozen is nog een presentatie gehouden. Op dit ogenblik is er een brief naar alle scholen voor voortgezet onderwijs in Gelderland onderweg met het aanbod dat ze de video en de lesbrief van Kim en Anouk tegen portokosten kunnen bestellen. En als scholen dat willen, kan ook nog een echte dakloze over zijn leven komen vertellen.