'Dijkstal te passief in zaak-Brinkman'

DEN HAAG, 20 SEPT. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) had veel meer kunnen sturen in de crisis die tot het voorgenomen ontslag van de Rotterdamse politiechef J.W. Brinkman heeft geleid. Dat concludeert J. Naeyé op een vraag van de advocaat van Brinkman, C.L. van Leeuwen. Naeyé is de enige hoogleraar politiewetenschap in Nederland.

Volgens Naeyé had Dijkstal ook de vertrouwensbreuk (tussen korpsbeheerder Peper en het regionaal college van burgemeesters enerzijds en Brinkman) inhoudelijk moeten toetsen. “Het lijkt mij niet verdedigbaar dat de minister van Binnenlandse Zaken door de Politiewet 1993 wordt gedwongen tot marginale toetsing van de argumenten voor ontslag die op het niveau van de politieregio worden aangedragen”, aldus Naeyé. Dijkstal heeft er zich steeds op beroepen dat hij zich terughoudend moest opstellen.

Van Leeuwen heeft deze twee conclusies gistermiddag ingebracht tijdens een besloten hoorzitting over het bezwaarschrift van Brinkman tegen zijn ontslag bij het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel. Hij heeft de brief van Naeyé eveneens gestuurd aan de Tweede-Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken. Op 2 oktober spreekt de commissie met Dijkstal over de affaire-Brinkman.

Naeyé is zeer duidelijk in zijn oordeel dat Dijkstal meer had kunnen sturen in de affaire-Brinkman. “Als deze wordt opgevat als een bestuurs- en beheerscrisis die het aanzien en vertrouwen in het aansturen van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond aantast, kan de minister van Binnenlandse Zaken op elk gewenst moment aanwijzingen aan de korpbeheerder geven”, concludeert Naeyé. “Het is niet zozeer de vraag of de minister een aanwijzing kan geven, maar of hij die wil geven.”

Omdat de minister van Binnelandse Zaken exclusieve verantwoordelijkheden heeft op het gebied van benoeming, schorsing en ontslag van de korpschef had Dijkstal 'een zelfstandig oordeel' over de aangevoerde ontslaggrond moeten vormen, zo meent de Amsterdamse hoogleraar. Korpsbeheerder Peper liet Dijkstal eind juni weten dat het regionaal college (de burgemeesters van de 22 Rijnmondgemeenten) het vertrouwen in Brinkman had opgezegd. Van Leeuwen meent dat “de houding van Dijkstal niet langer houdbaar is”. De president van de Haagse rechtbank schortte het ontslag van Brinkman twee weken geleden op en gelastte een onderzoek of deze als korpschef naar Rotterdam kan terugkeren.