'De volgende paus zou een Afrikaan moeten zijn'; Staatssecretaris Moreels over België in Afrika

De druk op Congo om een VN-missie toe te laten tot massagraven, liep deze week hoog op. Was die belangstelling er maar geweest toen de moorden werden begaan, zegt de Belgische staatssecretaris van Ontwikkelingssamen- werking, Reginald Moreels.

BRUSSEL, 20 SEPT. Op de stoep van een betonkolos aan de Brusselse Regentlaan is een tengere blanke man druk in gesprek met een wat gezette zwarte man. Het lijkt alsof de Belgische staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking, Reginald Moreels, de Congolese minister van Buitenlandse Zaken, Bizima Karaha, nog een paar laatste adviezen geeft voordat deze vertrekt in een Mercedes.

Moreels vertelt even later dat hij Karaha op het hart heeft gedrukt dat Congo “alstublieft, alstublieft” een missie van de Verenigde Naties “vrijuit laat opereren”. De missie, die onderzoek wil doen naar massagraven van Rwandese Hutu-vluchtelingen, arriveerde al een maand geleden. Volgens Moreels lopen de vertragingen op door “structurele problemen en misverstanden”. Karaha gaf garanties. “Hij heeft gezegd: deze commissie mòet naar Oost-Congo, zo snel mogelijk. Maar hij zei ook dat de regering de verantwoordelijkheid heeft voor de veiligheid van die mensen.”

Moreels, die in februari als eerste de massamoorden in (toen nog) Oost-Zaïre wereldkundig maakte, geeft de nieuwe Congolese regering het voordeel van de twijfel. “Het is een beginnende overgangsregering met interne spanningen.” En: “Na 30 jaar corruptie is het niet gemakkelijk nu eensgezindheid te krijgen.” Hij waarschuwt dat de betrekkingen met de regering van Laurent Kabila niet mogen afspringen op misverstanden, “juist nu er zulke uitdagingen zijn op politiek, sociaal, economisch en cultureel gebied.”

Zonder het woord hypocriet in de mond te nemen, noemt Moreels het “enorm spijtig” dat de aandacht van de internationale gemeenschap zich toespitst op een onderzoekscommissie die de doden niet zal doen herrijzen. Dezelfde “fameuze internationale gemeenschap heeft niet zo'n ongelooflijke aandacht besteed aan de periode dat de massamoorden gebeurden, terwijl wij als Don Quichottes pleitten om iets te doen.”

Als het over Afrika gaat, is staatssecretaris Moreels niet te stuiten. Snel pratend geeft hij zijn visie op wat ten onrechte wordt gezien als het continent van bloed en tranen en dat “binnen 20 jaar een bijzonder grote rol zal spelen in de internationale gemeenschap.” Als het aan hem ligt, is de volgende paus een Afrikaan: “Dat zou politiek een belangrijk signaal zijn.” België heeft volgens Moreels een gepassioneerde verhouding met de Midden-Afrikaanse landen waarmee het koloniale banden heeft: Congo, Burundu en Rwanda. Er zijn mensen die “pro-Hutu zijn, anderen pro-Tutsi”. Maar politici moeten onpartijdig zijn, hoewel neutraliteit onmogelijk is, zegt hij.

Moreels (47) stapte recent in de politiek, als 'verruimingskandidaat' van de Christelijke Volkspartij (CVP). Hij was voorzitter van 'Artsen zonder Grenzen' en hij werkte als 'oorlogschirurg' in Angola, Liberia, Cambodja en Sarajevo. In mei 1995 werd Moreels senator en een maand later staatssecretaris. Hij kondigde aan dat hij niet de politiek in ging om zakken rijst en medicijnen naar de brousse te dragen. Hij wilde aan politiek doen en zo veel mogelijk op het terrein zijn.

In Afrika kun je volgens Moreels beter kritisch en constructief aanwezig zijn, dan moraliserend afwezig. Begrippen als mensenrechten en democratisering moeten uit elkaar worden gehaald. De opbouw van een democratie vergt tijd, verkiezingen moeten goed worden voorbereid. “Met een lege maag kun je niet gaan kiezen.” België wil daarom stapsgewijs de steun aan Congo opvoeren. Moreels heeft minister Karaha wel gezegd dat twee zaken onontbeerlijk zijn: respect voor mensenrechten en strijd tegen de corruptie.

Deze maand kondigde België een nieuwe richting aan in het Afrikabeleid: geen militaire samenwerkingsakkoorden meer, geen Belgische blauwhelmen naar vroegere koloniën. “Zoals het niet goed is Nederlandse soldaten naar Suriname of Indonesië te sturen.” De nieuwe Afrikapolitiek werd ingezet onder de vorige regering, die in 1995 aankondigde dat de tijd van het neokoloniale paternalisme voorbij was. Bij een verhouding tussen gelijkwaardige partners hoort volgens Moreels dat je duidelijke taal moet kunnen spreken. Hij pleit voor “een oprechte, harde dialoog”. Daarom is hij blij dat minister Karaha naar Brussel kwam. Daarom ook had hij onlangs een “zeer moeilijk gesprek” met Paul Kagame, de sterke man van Rwanda. “De afscheidswoorden van Kagame waren: Thank you for your honesty.”

Als staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking valt Moreels direct onder de premier, niet onder Buitenlandse Zaken zoals zijn voorganger. “Daarvoor is gekozen om partijpolitieke reden”, aldus Moreels, net als premier Dehaene van de CVP. “Reginald, ge ressorteert onder mijn voogdij maar ge krijgt de grootst mogelijke autonomie”, zou Dehaene bij zijn aantreden gezegd hebben. De premier is volgens Moreels de patron van de regering, een beetje zoals de Afrikanen een chef hebben. “Het is een man die torenhoog uitsteekt boven alle anderen, die een enorme politiek ervaring heeft, die begint meer en meer geïnteresseerd te raken in internationale politiek en naar wie men zich richt als consensus gevonden moet worden.” Soms zijn er meningsverschillen met Buitenlandse Zaken. Toen Moreels eerder dit jaar naar Congo wilde afreizen, waar Mobutu nog de macht had, bestond er bij Buitenlandse Zaken “geen overweldigend enthousiasme”. Hij ging toch, maar had geen officiële ontmoetingen.

Moreels was deze week in Parijs voor het “driejaarlijks examen” van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Hij moest het Belgisch ontwikkelingsbeleid verdedigen tegen de kritiek dat een begroting van 0,35 procent van het bruto nationaal product te weinig is, dat het ontbreekt aan macro-economische visie en dat er te weinig aandacht is voor milieu en de gelijkheid tussen man en vrouw. Moreels noemt de kritiek terecht, maar onderstreept dat de eindbalans positief was. De OESO prees zijn poging om een lange termijnbeleid te ontwikkelen. “Het ontbrak tot nu toe aan continuïteit”, zegt Moreels. Ontwikkelingssamenwerking was voor politici de “springplank naar een ander departement”.

Toen Moreels net was aangetreden, barstte een schandaal los rond het Algemeen Bestuur van Ontwikkelingssamenwerking (Abos) dat onder zijn verantwoordelijkheid valt. Het Abos bleek verantwoordelijk voor nutteloze projecten, zoals kostbare mobiele klinieken die gebruikt werden als kippenhok. Moreels zei dat hij hard zou optreden. Nu meldt hij dat uitvoering en controle van ontwikkelingssamenwerking gescheiden zullen worden. Groot probleem bij de Abos is volgens Moreels de politisering. “Dat kan ik niet zo maar veranderingen. We zijn een zwaar politiek verziekte maatschappij.”

Moreels had niet gedacht dat hij zo'n moeilijk departement zou erven. “Met Justitie is dit het moeilijkste en Justitie krijgt tenminste prioriteit.” Hij zou het liefst zien dat Ontwikkelingssamenwerking met Buitenlandse Handel en Buitenlands Beleid opgaat in een superministerie voor Internationale Samenwerking. Op de vraag of hij wil doorgaan in de politiek of zal terugkeren naar de operatietafel, antwoordt Moreels sibillijns: “Ik heb geen tijd te verliezen. De internationale solidariteit is een engagement voor het leven.”