De roem van de Kennedy's is tot een cliché versleten; Een stralende mythe

De Kennedy's, de koninklijke familie van Amerika, hebben lange tijd politiek profijt gehad van hun roem. Na de moord op JFK en zijn broer Bobby nam de fascinatie voor alles wat met de familie te maken had alleen maar toe. Maar de nieuwe generatie, geplaagd door schandalen, betaalt voor de roem een hoge prijs. De mix van politieke bevlogenheid en onweerstaanbare glamour, de succesformule van de Kenndy's, blijkt uitgewerkt. De betovering is verbroken.

Tot in het slotkoor van de opera Jackie O, die dit voorjaar in Houston in première ging, klinken de plechtige woorden door waarmee John F. Kennedy in 1961 het Amerikaanse presidentschap aanvaardde. “De fakkel is doorgegeven aan een nieuwe generatie”, sprak de jongste president die het land ooit gekend had bij zijn inauguratie. “De fakkel is doorgegeven”, echoot het koor de beroemde woorden na, in een postmoderne potpourri van muzikale thema's.

De opera van componist Michael Daugherty en librettist Wayne Koestenbaum is een serieus stuk muziek. Maar de woorden van Kennedy zijn 36 jaar later verbleekt, versleten en verworden tot een cliché dat de spot drijft met zijn eigen zwaarwichtigheid. Het is niet veel meer dan een souvenir uit een voorbij tijdperk, als een oud model auto of een liedje dat lang geleden in de hitparade stond.

Hetzelfde lot is andere klassiek geworden zinnen uit Kennedy's toespraak beschoren, zoals het veelgeciteerde: “Vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar vraag wat jij kan doen voor je land.” Van de grote verwachtingen, de belofte van een nieuw begin en een stralende toekomst, is een generatie later nauwelijks nog iets over.

Voor de mythe van de Kennedy's - Amerika's koninklijke familie die ondanks alle tegenslagen nooit opgaf - geldt langzamerhand hetzelfde. De moord op John F. Kennedy, in 1963, maakte aan de fascinatie van het Amerikaanse volk voor de Kennedy's geen einde. De moord op zijn broer Robert (Bobby), in 1968, evenmin. En het huwelijk van Johns weduwe Jacqueline met de Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis blies het vuur alleen nog maar verder aan. Een lange reeks schandalen met drank en vrouwen bracht de familie in opspraak, jaar in jaar uit, maar fataal was dat nooit.

Een Kennedy geeft niet op, was altijd het parool van de familie. Maar nu Joseph P. Kennedy II (Joe), de oudste zoon van Robert F. Kennedy, zèlf laat blijken dat hij geen vertrouwen meer heeft in de legendarische kracht van de Kennedy-campagnes, lijkt de betovering verbroken. Vorige maand trok Joe Jr., geplaagd door schandalen en negatieve publiciteit, zich terug uit de strijd om het gouverneurschap van Massachusetts, van oudsher de thuisbasis van de Kennedy's. Achttien keer stond bij verkiezingen in Massachusetts een Kennedy kandidaat, en achttien keer gaven de kiezers de Kennedy hun vertrouwen. Joe Jr. wilde niet de eerste zijn die in het stof bijt.

Dat nu een Kennedy terugdeinst voor de kiezers betekent niet het einde van de familie als machtsfactor in de Amerikaanse politiek. Behalve Joe, die lid blijft van het Huis van Afgevaardigden, is nog een handvol andere familieleden in de politiek actief, allemaal als Democraat. Voorop staat de invloedrijke senator Edward M. Kennedy (Ted), die in de voetsporen is getreden van zijn vermoorde broers John en Robert. Zijn zuster Jean Kennedy Smith is door president Clinton benoemd tot ambassadeur in Ierland, een belangrijke post gezien de vredebesprekingen over Noord-Ierland.

Teds dertig jaar oude zoon Patrick is lid van het Huis van Afgevaardigden voor een district in Rhode Island. Teds nicht Kathleen Kennedy Townsend, de oudste van Roberts elf kinderen, is plaatsvervangend gouverneur van Maryland. Een aangetrouwde Kennedy, Andrew Cuomo, de man van een andere dochter van Bobby, is minister van Huisvesting. En John F. Kennedy Jr., de zoon van de voormalige president, is weliswaar geen politicus, maar als oprichter en hoofdredacteur van het politieke glossy magazine George laat hij toch zien dat hij politiek bloed in de aderen heeft.

Huiveringwekkend

In de jaren vijftig verklaarde zijn vader, met een koelheid die achteraf huiveringwekkend is: “Zoals ik in de politiek ben gegaan omdat Joe stierf, zo zal mijn broer Bobby zich voor mijn senaatszetel verkiesbaar stellen als mij iets overkomt (Joe was de oudste broer, die als eerste door stamvader Joseph Kennedy was voorbestemd voor een politieke carrière, tot hij omkwam in de Tweede Wereldoorlog, red.). En als Bobby dood gaat, neemt Ted het van hem over.” En zo gebeurde het.

Maar nu Ted (65) bijna 35 jaar in de Senaat zit en naar verwachting bezig is aan zijn laatste ambtstermijn, ontbreekt een duidelijke opvolger. In de meest politieke familie van Amerika is opeens geen vanzelfsprekende kandidaat meer te vinden om, in de woorden van JFK, de fakkel over te nemen. De een is te jong, de ander ontbeert charisma, is te veel verwikkeld in schandalen of schuwt de publiciteit. En bovenal: de fameuze Kennedy-magie, die onnavolgbare mix van politieke bevlogenheid en onweerstaanbare glamour, lijkt te zijn uitgewerkt.

Decennialang sprak het vanzelf dat wie deel uitmaakte van de Kennedy-clan een beslissende voorsprong had op zijn politieke tegenstanders. Toen Ted Kennedy in 1962 voor het eerst campagne voerde voor een zetel in de Senaat, was zijn leuze: Hij kan meer doen voor Massachusetts. Iedereen begreep waarom. Met een broer in het Witte Huis en een andere broer als minister van Justitie was een stem voor de jonge en onervaren Ted Kennedy een stem voor de vertegenwoordiger van een invloedrijk politiek netwerk, bijeengehouden door nauwe familiebanden. En tot aan zijn meest recente herverkiezing, in 1994, heeft de hele, kinderrijke familie zich steeds hartstochtelijk voor zijn campagnes ingezet, zoals ook hij op zijn beurt altijd klaar staat om een familielid in tijden van verkiezingen een handje te helpen.

Maar tegenwoordig kan de familieband voor leden van de Kennedy-clan met politieke ambities ook een zware belasting zijn, zoals Joe Jr. onlangs heeft ondervonden. Al meer dan elf jaar vertegenwoordigt hij in het Huis van Afgevaardigden hetzelfde kiesdistrict in Massachusetts dat ooit John F. Kennedy naar Washington zond, en later een andere fameuze Democraat, voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Tip O'Neill. Het is een district dat Cambridge, met de twee prestigieuze universiteiten Harvard en het Massachusetts Institute of Technology (MIT) omvat, maar ook een verarmde voorstad en een zwart getto van Boston.

Zoals elke goede politicus weerspiegelt Joe Jr. zijn kiesdistrict. Hij zet zich in voor betaalbare huisvesting voor arme huurders, voor de hightechindustrie en voor overheidssubsidie voor fietspaden. Hij kritiseert de terughoudendheid van banken bij de verstrekking van hypotheken aan zwarten en hij bestrijdt kinderarbeid in de Derde Wereld. Net als zijn oom Ted in de Senaat doet, werpt hij zich vaak op als een kampioen van de armen. Hij is een Democraat die zich nog graag onderscheidt van de conservatieve Republikeinen die het in het Congres voor het zeggen hebben.

Affaire met de oppas

Maar zijn politieke opvattingen speelden bij zijn besluit om zich terug te trekken geen enkele rol. Het was zijn persoonlijke leven, en dat van familieleden, dat hem opbrak. Zijn ex-vrouw Sheila Brewster Rauch publiceerde dit voorjaar een vernietigend boek over hun huwelijk, met de titel Shattered Faith. Ze schreef dat hij haar onder zware druk had gezet om hun huwelijk door de katholieke kerk met terugwerkende kracht nietig te laten verklaren, alsof het nooit had plaatsgevonden, een praktijk die het katholieken mogelijk maakt om voor de kerk te hertrouwen.

Op een partijbijeenkomst bood Joe, inmiddels hertrouwd, in het openbaar zijn verontschuldigingen aan voor zijn mislukte eerste huwelijk. Maar het boek bleef in de winkel liggen, voor politieke tegenstanders een goudmijn vol negatieve uitspraken over Joe Kennedy als bullebak en slechte huisvader.

Die affaire was nog niet van de voorpagina's verdwenen, of een nieuwe storm stak op. Joe's jongere broer Michael, de manager van zijn campagne voor het gouverneurschap, ging niet alleen scheiden maar werd ook onderworpen aan een justitieel onderzoek. Hij bleek jarenlang een seksuele relatie gehad te hebben met de minderjarige oppas van zijn kinderen, die begon toen het meisje veertien jaar was. Tot een vervolging is het niet gekomen, want de oppas zag er van af om een klacht in te dienen. Maar de kwestie wierp een smet op de kandidatuur van Joe. Wist hij van de verhouding van zijn broer? En zo ja, waarom had hij er niets tegen ondernomen?

Het schandaal riep in de media herinneringen wakker aan andere Kennedy-schandalen. In 1969 was Ted Kennedy 's nachts met een vrouw in zijn auto te water geraakt op het eiland Chappaquiddick. De vrouw, die niet zijn echtgenote was, verdronk en Kennedy maakte zich uit de voeten om zich pas de volgende dag bij de politie te melden. Jarenlang bleef de affaire als een donkere schaduw boven zijn carrière en zijn presidentiële ambities hangen.

Een andere affaire die opnieuw in de media werd opgehaald dateerde van minder lang geleden. In 1991 bracht Ted Kennedy het paasweekeinde door in Palm Beach, waar hij met zijn zoon Patrick en neef William Kennedy Smith een kroegentocht maakte die uitmondde in een drama. Een vrouw klaagde neef Kennedy Smith aan wegens verkrachting, een beschuldiging waarvan hij uiteindelijk werd vrijgesproken. Maar intussen had het hele land wel ademloos de hele rechtszaak gevolgd, inclusief de beschrijvingen van liederlijk gedrag van oom Ted.

Ook John en Robert Kennedy gedroegen zich in hun persoonlijk leven vaak verre van voorbeeldig en hadden menige buitenechtelijke verhouding, zo is inmiddels bekend geworden. Maar zij slaagden erin om de vuile was binnen te houden, of voorkwamen op zijn minst dat de affaires afbreuk deden aan de mythe van Camelot, zoals de sterk geïdealiseerde Kennedy-tijd in navolging van het hof van koning Arthur wel werd genoemd. Vader Joseph Kennedy zou herhaaldelijk diep in de buidel hebben getast om onwelkome verhalen rigoureus de kop in te drukken.

Maar de tijden zijn veranderd en de Kennedy's kunnen niet overal meer mee wegkomen. Sinds de jaren zestig is de gesloten cultuur van de Amerikaanse politiek opengebroken, vooral door het trauma van Vietnam en het Watergate-schandaal. Tussen politici en journalisten bestaat niet meer de oude-jongens-krentenbrood-sfeer van weleer, die ervoor zorgde dat allerlei onaangename feiten over het persoonlijke leven van een politicus de krant niet haalden. Op terughoudendheid van de pers hoeft niemand meer te rekenen.

Zelfs John F. Kennedy Jr. voelde zich afgelopen maand verplicht om zijn neven Joe Jr. en Michael in zijn tijdschrift George een standje te geven. Hij omschreef hen als poster boys for bad behaviour - schoolvoorbeelden van slecht gedrag. In zijn hoofdartikel haalde hij, om het hun nog eens goed in te peperen, het motto aan van hun grootmoeder Rose Kennedy. De moeder van de eerste generatie politieke Kennedy's hield haar kinderen altijd voor dat ze weliswaar in rijkdom opgroeiden, maar daarom ook verplichtingen hadden jegens de maatschappij: Van wie veel heeft gekregen, wordt ook veel verwacht.

De hele Amerikaanse pers deed verslag van deze breuk in het front van de Kennedy's. Dat Kennedy's elkaar ooit nog zouden afvallen, was jarenlang ondenkbaar geweest. “Vraag niet wat je voor je familie kan doen, maar vraag wat je voor je tijdschrift kan doen”, hoonde Joe in een reactie op het artikel van zijn neef. Alles bij elkaar was het meer slechte publiciteit dan zijn campagne voor het gouverneurschap kon verdragen, en hij gooide de handdoek in de ring.

Politieke kinderliedjes

De bekendste Kennedy is nu waarschijnlijk John F. Kennedy Jr. Sinds hij als driejarig jongetje voor het oog van de camera's naar de kist salueerde waarin zijn pas vermoorde vader werd begraven, is hij een lieveling van het Amerikaanse publiek. Zijn moeder, Jackie Kennedy Onassis, voedde hem en zijn drie jaar oudere zus Caroline beschermd op, zoveel mogelijk buiten de publiciteit. Ze gaf hun niet de klassieke-Kennedy opvoeding, die kinderen van jongs af aan klaarstoomde voor de politiek. Rose Kennedy zei dat ze haar kinderen zelfs in slaap wiegde met politieke liedjes. En alle kinderen die oud genoeg waren om aan tafel te zitten, moesten kunnen meepraten over onderwerpen die speelden in de actualiteit.

Maar ook zonder die opvoeding is JFK Jr. voldoende Kennedy om zich nauw met de politiek verbonden te voelen. Hij lijkt echter meer geïnteresseerd in het politieke spel, dan in de inhoud. Zijn vader besefte al haarfijn hoe groot de waarde was van de belangstelling van de media voor zijn beeldschone vrouw en zijn jonge gezinnetje. Welbewust liet Kennedy zich in zijn persoonlijke leven veelvuldig fotograferen en filmen. De politicus als filmster, als celebrity, werd een van pijlers van het succes van de Kennedy's.

Het politieke tijdschrift van zijn zoon, George, benadert alle politici als beroemdheden. Het septembernummer kondigt op het omslag onder meer artikelen aan over De toptien van extravagante WitteHuisbruiloften en De twintig meest fascinerende vrouwen in de politiek. John Jr. zelf is sinds jaar en dag een regelmatig onderwerp voor de traditionele roddelpers - tot zijn huwelijk vorig jaar gold hij als de meest begeerde vrijgezel van het land. Zijn eigen blad mengt oppervlakkige politieke analyses met human interest en advertenties voor mode en parfum. Bracht zijn vader zijn eigen privéleven in de publiciteit, althans dat deel waarmee hij dacht zijn voordeel te kunnen doen, JFK Jr. voltooit die ontwikkeling en heft voor de hele politiek het onderscheid tussen Hollywoodsterren en politici op.

Voor de Kennedy's die nog politieke ambities hebben, is dat geen onverdeeld genoegen. Aan de ene kant hebben alle Kennedy's altijd geprofiteerd van de glans die hun familienaam met zich meebracht. Toen de onhandige en verlegen Patrick Kennedy in 1994 bijvoorbeeld campagne voerde voor zijn zetel in het Huis van Afgevaardigden, drukten zijn vermoorde ooms, zijn vader Ted en zijn alom bekende familieleden alleen al door hun verwantschap een belangrijk stempel op zijn imago. Geen moment liet hij de kiezers vergeten dat hij deel uit maakte van de hoogste Amerikaanse politieke adel.

Familiezonden

De keerzijde is dat de media nu al het doen en laten van de Kennedy's in de gaten houden. Geen misstap gaat meer ongemerkt voorbij. En elke Kennedy van de nieuwe generatie wordt nu geassocieerd met de zonden van zijn familieleden. De Kennedy's betalen nu de prijs van hun roem, constateerde menig krant de afgelopen weken. Ze hebben de aandacht van de media over zichzelf afgeroepen. En wat de media ontdekten was geen vervolg op Camelot, maar een verzameling verwende jongens die denken dat ze zich alles kunnen veroorloven.

Een gewone politieke familie zal het wel nooit worden. Als politici mogen de Kennedy's hun vanzelfsprekende populariteit hebben verspeeld, als onderwerp van roddeljournalistiek en historisch onderzoek hebben ze hun aantrekkingskracht nog niet verloren. Dit najaar alleen al verschijnen er in de VS zeker zes nieuwe boeken over de Kennedy's, als aanvulling bij de kasten vol die er al over hen bestaan. En ook de succesvolle veiling van meubels, sieraden en bric à brac uit het bezit van wijlen Jackie Kennedy Onassis, liet vorig jaar zien dat de fascinatie van een bepaald publiek voor het verleden van de Kennedy's nog niet voorbij is. Maar weten jonge kiezers nog waarom de Kennedy's ooit zo opwindend waren?

Het levende symbool voor de veerkracht en het uithoudingsvermogen van de familie is senator Edward Kennedy. Al herhaaldelijk is hij politiek afgeschreven, en steeds weer kwam hij terug. Na de moord op Robert, die in 1968 hard op weg was om de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen in de wacht te slepen, werd Ted alom aangespoord om zich kandidaat te stellen. Hij deed het niet. En vier jaar later maakte het Chappaquiddick-schandaal zijn kandidatuur onmogelijk. Pas in 1980 zou hij een poging wagen, maar de zittende president Carter schakelde hem uit in de voorverkiezingen. Bij de verkiezingen van 1994 kon hij maar ternauwernood zijn senaatszetel behouden, en moest hij aanzien hoe zijn partij in beide huizen van het Congres in de minderheid raakte.Desondanks heeft Ted Kennedy net zijn vruchtbaarste politieke jaar achter de rug. Als belichaming van de linker vleugel van de Democratische Partij leek de tijd tegen hem. Maar met veel politiek vernuft en stug doorzetten was hij een van de weinige Democraten die de afgelopen jaren wetgeving door het in meerderheid Republikeinse Congres kregen, nog wel een verhoging van het minimumloon en uitbreiding van ziektekostenverzekeringen. Vele miljoenen Amerikanen worden er direct door geraakt in hun dagelijks leven.

Hetzijn geen onderwerpen die tot de verbeelding spreken zoals de grote projecten van zijn broers in de jaren zestig: de belofte dat een mens op de maan zou landen, het ontwikkelingswerk van het Peace Corps en de strijd voor burgerrechten voor zwarten. Maar voor de oude politieke leeuw die de boedel van zijn dynastie beheert, zijn het belangrijke overwinningen. Al was het maar omdat ze de fakkel brandend houden.