DE GODFATHER VAN DE WHITBREADRACE

Bij de start van de zevende Whitbread Round The World Race, morgenmiddag in het Engelse Southampton, worden de Nederlandse deelnemers uitgezwaaid door de 71-jarige Conny van Rietschoten. Hij is de enige schipper die 's werelds zwaarste zeilwedstrijd twee keer wist te winnen. Voor de nieuwe generatie is de oude rot een soort godfather. “Laat ik dat maar als een compliment beschouwen.”

Varen doet Conny van Rietschoten alleen nog maar voor de gezelligheid. Met een vriend zeilt hij een paar keer per jaar langs de Portugese zuidkust, langs de vloedlijn van een zonnig strand, waar hij bijna elke dag een wandeling maakt. De Rotterdamse koopmanszoon is bedrijfsleider in ruste. Hij bewoont een riante villa in de Algarve, waar het Engelse tv-station Sky de fraaiste zeilbeelden op de kabel brengt. Hij tuurt regelmatig door een verrekijker naar de horizon, op zoek naar olietankers, vissersboten en zeiljachten. De oceaan is zijn achtertuin. “Het voordeel van water is dat je het niet hoeft te maaien”, zegt Van Rietschoten.

Zijn humor wordt gelardeerd met een deftige, onvervalst Rotterdamse tongval. De herinneringen aan de strenge leermeester vervagen bij het aanhoren van oude anekdotes en nieuwe inzichten. Van Rietschoten is milder geworden, sinds hij vijftien jaar geleden voor het laatst in het middelpunt van de belangstelling stond. Tienduizenden liefhebbers stonden op de kade tussen Hoek van Holland en Rotterdam. Vlak voor het binnenvaren van de Nieuwe Waterweg maakte zijn tweemaster een spectaculaire manoeuvre, waarbij de spinnaker onder het kantelende schip belandde. “Dat is waar ook”, reageert de tweevoudige winnaar van de Whitbreadrace.

Het vraaggesprek vindt plaats in de Rotterdamse Veerhaven, waar de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging De Maas onlangs haar clubhuis heeft verbouwd. Met gepaste trots loopt Van Rietschoten met een kaarsrechte rug door de nieuwe Flyerzaal, die indirect naar hem vernoemd is. De Flyer I en de Flyer II staan als modelboten opgesteld in een vitrinekast. Vergeelde foto's uit 1978 tonen een kapitein met rossig haar en een baardloze prins Bernhard. De prins was de enige hoogwaardigheidsbekleder die vóór het ontkurken van de champagne aan boord mocht.

“Daar kan ik me vaag iets van herinneren”, zegt Van Rietschoten. “Ik herinner me wel de schepen die van Hoek van Holland achter ons aan voeren naar Rotterdam, een ongelooflijk schouwspel. Zo'n ontvangst valt je in het zakenleven niet ten deel. Ik durf te stellen dat we met de Flyer veel enthousiasme hebben teweeggebracht. In die tijd werd je al gauw beticht van geldverkwisting. Ik heb er gelukkig niks van gemerkt.

“De eerste keer vond ik meedoen belangrijker dan winnen, hoewel de meeste mensen dat niet geloofden. Die dachten dat Van Rietschoten alleen op daden was gefixeerd. Ik wilde de race juist safe zeilen. In de eerste Whitbread waren drie mensen verdronken. Vergeet niet dat ik veel verantwoordelijkheid had. Er zaten knapen van achttien bij. Ik was voor hen een soort vaderfiguur en moest vertrouwen uitstralen. Soms deed ik net alsof. Maar echt bang ben ik gelukkig nooit geweest. Een schipper met bevende handen is geen goede schipper.

“Wij voeren op vijftig graden zuiderbreedte, waar altijd ijsbergen op de loer liggen. Ons probleem was dat we geen radar mochten voeren. Wij mochten geen hulp van de kant inroepen. Wij moesten die ijsbergen met het blote oog zien waar te nemen. De jongens op het voordek hielden het niet langer dan een half uur uit. Dan waren ze kleddernat en bevroren ze helemaal.

“Gelukkig had ik een klein kacheltje aan boord. Die gaf extra ballast maar ook comfort. De kooien waren ook iets gerieflijker dan de Spartaanse hutten van tegenwoordig. Nu liggen ze met z'n allen tussen de natte zeilen. Alle luxe gaat ten koste van de snelheid. Wij hadden het probleem dat we met een tekort aan water kampten. De jongens konden zich niet drogen, want zout water droogt niet op. Maar ze mochten ook niet stinken. Ze moesten zich daarom met alcohol wassen.

“'s Avonds werd ik wel eens overmand door twijfels. Stel dat je op zo'n ijsberg vaart? Dan ga je onmiddellijk naar de haaien. Wij hadden het geluk dat we geen ijsbergen zijn tegengekomen. Toen we bij thuiskomst een film van de tocht maakten, bleek dat een gemis. Uit nood hebben we beelden vanaf een ander schip met mooie ijsbergen op de achtergrond stiekem bij ons gemonteerd. Dat stond wat stoerder.

“Voor mijn eerste race heb ik nog advies gevraagd bij een paar kapiteins uit de Rotterdamse haven. Ik wilde weten hoe zij de ijsbergen hadden ervaren. Tot mijn verbazing bleken die zeelui nooit zo zuidelijk te varen. Zij vonden het levensgevaarlijk. 'Daar moet jij helemaal niet wezen', kreeg ik een paar weken voor de start te horen. Toen ik tijdens de race via de radio hoorde dat de concurrentie in zuidelijke richting zeilde, zijn wij daar ook als de donder naartoe gevaren. Het doel heiligde de middelen.

“Voor de start had ik een lijst met huisregels gemaakt. Die kreeg iedereen van tevoren onder ogen. Als iemand commentaar had, kon hij dat voor vertrek kenbaar maken. De meesten zeiden niks natuurlijk. Als het een beetje uit de hand liep, zei ik altijd: 'joh lees de regels nog eens door'. Dan had je verder geen geduvel. Bij het proefzeilen merkte ik gauw genoeg of iemand berekend was voor zijn job. Wij hadden een navigator die ons letterlijk op de klippen voer. Die heb ik meteen naar huis gestuurd. Het vertrouwen was ondermijnd.

“De eerste selectieprocedure gebeurde op kantoor. Wanneer iemand zich aanmeldde als bemanningslid moest hij altijd een brief schrijven, die ik vervolgens doorstuurde naar zo'n handschrift-meneer. Die kon mij precies vertellen wat voor vlees ik in de kuip had. Door die brieven kreeg ik een aardig idee van iemands karakter. Zoals u ziet heeft zeezeilen veel raakvlakken met het bedrijfsleven.

“Ik moest in die tijd - we praten over de jaren zeventig - rekening houden met het feit dat mensen van verschillende pluimage negen maanden met elkaar moesten doorbrengen. We luisterden aan boord naar de radio waar het wereldnieuws werd besproken. Ik wilde elke politieke discussie vermijden. Je kan aan boord over drank en vrouwen praten, maar beslist niet over politiek. Drinken was trouwens ook verboden. In de haven mochten ze weliswaar een paar biertjes drinken, maar alles met mate. Een Schots bemanningslid had een kwaaie dronk en maakte ruzie met onze wachtleider Koekebakker. Ik heb die kerel meteen op het vliegveld naar huis gestuurd.

“Eén van de huisregels was dat je niet mocht schreeuwen, ook niet wanneer er een storm over het dek raasde. Ze leerden met handbewegingen dingen duidelijk te maken. Verder mochten ze niet klagen over het eten en ook geen eten overboord gooien. Dat klinkt misschien kinderachtig, maar als je van tevoren geen goede afspraken maakt, kun je ruzie krijgen om een pot pindakaas.

“De indruk bestond dat ik een strenge schipper was, maar ik denk dat meneer Timmer van Philips tienduizend keer strenger was. Alleen was ik de kapitein en de financierder van een groot project. De Whitbread is geen vakantietrip. Ik nam alleen kerels die in hun specialisme beter waren dan ik. Ik was niet bekwaam als kok of als zeilmaker of als wachtleider. Daarom deden we het samen.

“Niemand geloofde dat ik een paar jaar voor mijn eerste race nog nooit van de Whitbread had gehoord. Als kind had ik veel gezeild, maar in de oorlog lagen alle boten aan de kant en na de oorlog moest ik gewoon werken. Pas toen we het bedrijf hadden verkocht, kreeg ik meer vrije tijd. Toen las ik eens een boek over de Whitbread. Ik dacht bij mezelf: dat is nou eens leuk om ook te proberen.

“Het heeft mij behoorlijk veel moeite gekost voor de eerste race een geschikte bemanning te vinden. Ik had nooit veel wedstrijden op zee gevaren en was voor de meeste zeilers een onbekende. In het begin was ik maar een doodgewone jongen uit Rotterdam. Gaandeweg kreeg ik meer vertrouwen van de bemanning. Tijdens die eerste race merkten ze dat ik een beetje kon zeilen. Als iemand in de mast moest klimmen, nam ik het roer over. Toen ik eenmaal gewonnen had, was het een koud kunstje voor de tweede race mensen te charteren.

“Ik zorgde ervoor dat we een paar maanden konden proefvaren. Die boot moest op tijd van de helling. Sommige concurrenten gingen met een spiksplinternieuwe boot van start en braken prompt een mast of een giek. Zo'n amateuristische voorbereiding is tegenwoordig ondenkbaar. Elke oneffenheid wordt op de werf gladgestreken. Ze laten niets meer aan het toeval over. Ik weet niet of romantisch het goede woord is, maar in onze tijd was de Whitbread in elk geval avontuurlijk.

“Mijn bemanning verdiende niks. Alleen de wachtleider kreeg een vergoeding, want hij moest zijn job opzeggen. Verder heb ik de vlucht betaald voor iemand die tijdens een tussenstop naar huis moest voor een begrafenis. Tegenwoordig heb je alleen maar professionals in de Whitbread. Jongens die dag en nacht met zeilen bezig zijn. Echte topsport bedrijven. Ik bedreef misschien geen topsport, maar het was beslist geen kinderachtig spelletje.

“Aanvankelijk was ik niet van plan nog een keer van wal te steken. Zo leuk was het nou ook weer niet. Zeezeilen is veel afzien en het kost je ook een behoorlijke duit. Tot ik op een dag op de werf in Vollenhove een boot op stapel zag van een Duitser - ik geloof van de dirigent Von Karajan - leek het me een aardig idee met dat ding in de zuidelijke oceaan te varen. Met dat schip hebben we een wereldrecord gezeild en zijn we in het Guiness Book of Records gekomen. Dat was een leuke bijkomstigheid.

“Eerlijk gezegd denk ik nog maar weinig terug aan die races. Je hoeft jezelf niet voortdurend op de borst te slaan na zo'n prestatie. Eén jongen is tijdens het zeilen overboord geslagen en verdronken. Zijn vader stuurt met kerst nog altijd een briefje om te melden dat zijn zoon het altijd zo fijn heeft gehad aan boord. Het doet mij deugd dat de jongens van toen bijna allemaal nog zeilen. Ik ben volgens hen de oorzaak van hun mislukte carrièreplanning. De meesten hebben nooit een normale baan gehad.

“Meneer Bouscholte van de nieuwe Nederlandse Whitbread-boot is ook een professional. Hij heeft bewezen iets in zijn mars te hebben. Veel singlehanded races gevaren. Natuurlijk is het een nadeel dat de boot op zo'n laat moment een andere schipper heeft gekregen, maar beter laat dan nooit. Stel dat de bemanning tijdens de race het vertrouwen verliest in een schipper. Dan is de schade onherstelbaar. Ik las in de krant dat Bouscholte mij de godfather van het Nederlandse zeilen noemt. Laat ik dat maar als een compliment beschouwen.”