Boeddha

Weergaloos mooi waren de doelpunten van Dinamo Kiev. Strak, droog en hard. Ze vlogen er in en wilden er niet meer uit. Hemelen van het net.

Het was een ouderwets avondje: de multinational uit Eindhoven overklast door stumperds uit een ver, arm land. Geld versus honger. Voetbal van vóór de Champions League. In een flits zag ik Garrincha lopen, niet bij PSV, bij Kiev. Feilloos knetterend langs de lijn. Getekend en geketend door de sloppenwijk van zijn vader, niet door Umbro, Adidas of Nike.

Ik wentelde mij in het welbehagen van het leedvermaak. Wat was het een genot om na elk doelpunt in die beteuterde gezichtjes van Valckx, Stam en Jonk te kunnen kijken. Het leek wel of zij uit de Oekraïne kwamen: ondervoed, bronchiaal geteisterd, het dodelijke wit van Tsjernobyl om de neus. Watermanagers van de donkerste riolen.

Kiev, was dat niet het lachertje van de Champions League? Lang voor de plechtigheid - zo ontaard is het hedendaagse voetbal - werd PSV een forfaitscore toegedicht tegen de amateurs uit de Oekraïne. In Eindhoven en omstreken werd al gedronken op de volgende wedstrijd: PSV-Barcelona - de echte Europese start van de Provinciale Sport Vereniging. Het vervelende opwarmertje tegen Kiev was eigenlijk beneden de stand van Philips. Zolang een huwelijk nog enigszins draaglijk is kom je daar niet het huis voor uit.

De afstraffing van PSV was een gepaste sanctionering van de ridicule superioriteit waarmee de Nederlandse topclubs de wereld toegrijnzen. Spanje en Italië mogen nog in een adem vernoemd worden met hun van status doorzinderde kwek, de rest is kreupelhout. Enige historische verdieping had Dinamo Kiev ontmaskerd als het machtigste collectief van de jaren tachtig. Als systeemdenkers avant la lettre, althans lang voor Van Gaal zijn vooruitgang introduceerde. Dinamo was een pletwals, met Belanov en Zavarov als onaardse ballerino's. Maar er zijn dingen die het skyboxplebs in deze contreien kennelijk niet wil weten. Wat niet ingepolderd is, is zonder verleden.

Ook na de nederlaag lieten de PSV-woordvoerders zich betrappen op hautaine blindheid. Zij hadden het nog steeds over het wapen van de counter dat Kiev naar de overwinning had geleid. Hoezo counter? Dinamo speelde modern voetbal, snel en scherp, intuïtief in de combinatie, met een jeugdig elan dat het middenveld en meer nog de spitsen van PSV deed verbleken tot breiende ouwe vrijsters. Die nog net wisten dat ze bestonden, maar niet meer waarom. Het snijdende voetbal van Kiev was conceptueel, sterker, het was het resultaat van een systeem. Met Valeri Lobanovski als conceptualiserende God de Vader. Van laf voetbal was absoluut geen sprake.

Ik heb er veel Koude Oorlogen voor over om Kiev straks in de finale van de Champions League te zien schitteren. En mij dan weer krom van ontroering te kunnen vergapen aan de mooiste Boeddha van deze planeet: Valeri Lobanovski. Sinds woesdagavond weet ik hoe ik ze heb gemist, de echte Russen. Met hun inwisselbare klompengezichten, de huid ruwer dan boomschors, de blik oneindiger dan een Groningse akker. Knal Lobanovski een pet op het hoofd en je hebt de perfecte generaal om de 1 mei-parade in Moskou af te nemen. Zet hem een rode paprikaneus op en Popov danst weer in het circus. Leg hem een halve nacht op een bevroren stoep in Moskou en er kreunt een clochard zoals Heineken of Johnny Walker hem niet kunnen verzinnen. Valeri Lobanovski is van alle tijden, van alle standen, van alle genen. Hij is vooral een man met een goddelijk voetbalverstand.

Mooier dan de coach van Dinamo Kiev kan niemand in de dug-out zitten. De onweerspreekbaarheid van zijn verschijning is de grootste intimidatiefactor die ik in het moderne voetbal ben tegengekomen. In zijn schaduw is Louis van Gaal een kleuterleider, Arie Haan een mompelende mummie en Leo Beenhakker een wereldvreemde jetsetter. Zo imponerend als Lobanovski op de bank de benen spreidt, de handen aan de binnenkant van de dijbenen laat rusten en het gezicht uren lang gesloten houdt als een kolenschop, zo imponerend kan geen wereldleider zich boven het volk verheffen. Hem in het valse stadionlicht als een in brons gegoten standbeeld zien zitten, lichtjaren verwijderd van het pulpvoetbal, is een verademing.

Moge Dinamo Kiev met het commandovoetbal van Valeri Lobanovski de Champions League winnen.