Aangeklaagd

DE KWETSBAARSTE inwoner van de hoofdstad is niet de voetganger, noch de fietser, het is de fiets zelf. Zodra die door zijn baas alleen wordt gelaten is hij vogelvrij.

Zo vind je na het weekend in de Amsterdamse binnenstad aan hekken en rekken gekreukelde exemplaren waar feestgangers zich op hebben uitgeleefd. Zijn ze niet vastgeketend, dan lopen ze het gevaar in de gracht te verdwijnen. De meest verwaarloosde bewoner van Amsterdam is dan ook geen lang leven beschoren. De woning van zijn baas kent geen fietsenhok, hooguit een rek ergens verderop. Daar wordt hij gemaltraiteerd door de bezitters van andere fietsen die ook een plekje wensen aan het veel te schaarse hekwerk.

Op zekere dag kwam de Amsterdamse politie tot de ontdekking dat het niet veilig is om bij donker te rijden op een onverlichte fiets. Daarom werd er een actie gestart waarbij alle fietsers die niet aan de eisen voldeden, konden kiezen tussen een nieuwe verlichtingsset of een boete. Arme agenten. Zij kregen de liters adrenaline over zich heen, die de Amsterdamse fietsenbezitter in de loop van decennia heeft opgespaard. Fietsen mogen gestolen, in elkaar getrapt, moeten geketend aan ongeschikte of verwrongen rekken, maar het kwetsbaarste mechanisme, de verlichting, dient wel intact te zijn. Gekkenwerk dus. De verlichtingsactie werd dan ook afgeblazen toen zij nog maar amper was begonnen, de Amsterdamse burger achterlatend met de vraag wat er gebeurt met al die verlichtingssetjes waar de gemeente mee is blijven zitten.

Niet de Amsterdammer met de onverlichte fiets dient aangeklaagd, maar de aanklager zelf, de gemeente die zich al jaar en dag onverschillig toont voor het wel en wee van de fiets. Hier moest ik aan denken toen ik in Het Onderwijsblad, het orgaan van de Algemene Onderwijsbond, las over de lotgevallen van een leraar die werkt op een school voor VBO, voorbereidend onderwijs, zoals het lager beroepsonderwijs tegenwoordig genoemd wordt. Ook daar was sprake van een autoriteit die zelf schromelijk te kort schoot om vervolgens de consequenties daarvan toe te schrijven aan de fouten van een ander en de brutaliteit bezat die ander te bestraffen. Die ander, een leraar, moest cijfers geven voor de werkstukken die leerlingen dienden te maken als onderdeel van het eindexamen. De leerlingen waren niet alleen vaak absent, ook in andere opzichten lieten ze zich weinig gelegen liggen aan gebruikelijke regels: liefst dertig van hen leverden hun werkstuk voor het examen niet in. De leraar besloot die leerlingen een nul te geven. Geen vreemd cijfer voor iets dat er niet is, zou je denken, maar dat blijkt fout gedacht. Nul is geen cijfer volgens de regels van het examenspel en dus werd de leraar verweten dat hij te kort was geschoten: het inleveren van cijfers die niet bestaan, betekende dat hij geen cijfers had ingeleverd. De leraar maakte vervolgens van de nullen enen en voldeed daarmee alsnog aan zijn plicht. Het bestuur concludeerde dat hij zijn cijfers niet tijdig had ingeleverd en gaf hem een berisping.

Waar veel absentie heerst en waar leerlingen massaal hun examenwerk niet inleveren, daar is sprake van een schoolklimaat waarin geen leraar kan functioneren. Niet die leraar, maar de directie van de school hoort in de beklaagdenbank.