Zwaar regime kweekt desperado's

Alleen de extra beveiligde inrichting Vught is tegen helikopters bestand. Maar daar protesteren gevangenen weer tegen het 'inhumane' regime.

AMSTERDAM, 19 SEPT. Het aantal gevangenen dat uit een gesloten inrichting ontvlucht, is in Nederland “niet zorgwekkend hoog”, constateerde de Evaluatiecommissie-Hoekstra vijf jaar geleden. Zij klasseerde ons land internationaal gezien “in de middenmoot”. Er was toen al sprake van een dalende lijn in de ontvluchtingen die zich heeft doorgezet - tachtig uitbraken in 1988 tot zeventien vorig jaar. Door de bank genomen worden bijna alle uitbrekers trouwens binnen een jaar weer gepakt.

Toch zag de commissie-Hoekstra twee redenen tot zorg: het gaat vaak om gedetineerden die nog een lange straf tegoed hebben en er is nogal eens sprake van hulp van buitenaf. Dat zijn precies de kenmerken van de mislukte helikopterbevrijding in Sittard die gisteren eindigde met de dood van de piloot. Het is de vijfde maal in dit decennium dat dit middel in Nederland is beproefd; de laatste twee maal zonder succes, al bleef een dodelijke afloop tot nu toe uit.

Gevangenen en hun helpers gebruiken allerlei eigentijdse hulpmiddelen om uit te breken. Een heftruck hielp in 1992 een gedetineerde over de muur in Veenhuizen. In hetzelfde jaar hielp een motorrijder in Breda een veroordeelde bankrover te ontkomen toen hij werd overgebracht naar een ziekenhuis nadat hij zichzelf in de gevangenis ernstig had verwond.

Een helikopter was in 1975 in de speelfilm Breakout de “modus operandi” van Charles Bronson om Robert Duvall uit een Mexicaanse gevangenis te plukken. De plot was ontleend aan de werkelijkheid. In 1971 wist een Amerikaanse miljonair per heli te ontsnappen uit een gevangenis in Mexico City waar hij 28 jaar moest uitdienen voor een moord die hij zei niet te hebben gepleegd.

Twintig jaar later was het de beurt aan Leeuwarden waar in 1991 de leider van een Turkse heroïnebende per helikopter van de luchtplaats werd opgepikt. Een pikant detail was dat deze mogelijkheid was meegenomen in de “droogzwemoefening” voordat de gevangenis na herinrichting werd opgeleverd, zij het alleen om te concluderen dat er weinig tegen te beginnen was zonder het gevangenisregime geheel te bederven.

IJzeren kooien zijn een effectief antwoord, zo bleek al eerder in New York. Daar liet in 1981 een piloot die een drugshandelaar probeerde te laten ontsnappen tevergeefs zijn helikopter dansen op het metalen net over de bovenverdieping van een huis van bewaring. De extra beveiligde inrichting (EBI) in Vught die op aanbeveling van de commissie-Hoekstra is ingericht, heeft een afgeschermde luchtplaats, palen en draden op de daken, dubbele buitenmuren, dubbele tralies, twee keer zoveel camera's als gebruikelijk is en extra procedures rond bijvoorbeeld luchten en bezoek. Maar om ook de andere gevangenissen, zoals Sittard, zo uit te rusten was te kostbaar. Beter dan zich te laten leiden door incidenten is het om de selectie van gedetineerden te verfijnen, verklaarde staatssecretaris Kosto (Justitie) in 1993 na de helikopterontsnapping van een gedetineerde in Grave. Vluchtgevaarlijke gevangenen waarvan wordt vermoed dat ze zeer kapitaalkrachtig zijn, worden overgebracht naar Vught.

De ironie wil, zoals de commissie-Hoekstra noteerde, dat juist na de inrichting van afdelingen met extra beveiliging in andere gevangenissen in 1990 dertien procent van de opgeslotenen heeft weten te ontkomen. Dat was een veelvoud van het gemiddelde ontsnappingspercentage. Een EBI is als een “onderzeeboot”, zoals een Britse gedetineerde het eens plastisch uitdrukte; een vorm van “intensieve veehouderij die zijn eigen desperado's kweekt” in de woorden van een Nederlandse deskundige. Toch dient extra beveiliging juist om binnen de muren een zo humaan mogelijk regime te behouden.

“De EBI is het moeilijkste onderwerp voor het gevangeniswezen, waar ook ter wereld”, concludeerde de toenmalige hoogleraar penologie Tulkens (zelf gepokt en gemazeld in het gevangeniswezen) op een hoorzitting van de Tweede Kamer begin 1994. Verschillende Kamerleden waren het eens met deze diagnose: de EBI “balanceert op de grens van een humane tenuitvoerlegging”. Johan V. (de Hakkelaar), die verblijft in Vught en alleen gescheiden door glas met zijn familie kan praten, trachtte in juli een kort geding aan te spannen omdat hij meer fysiek contact wilde met zijn zoon. Zijn advocaat blies de zaak uiteindelijk af wegens een procedurele fout waardoor V. niet zelf op de zitting kon verschijnen. Maar toen zijn rechterhand Koos R. later eenzelfde klacht indiende steunde de Haagse rechtbankpresident het gevangenisregime.