Zelfs de honden hadden weer te eten; Franklin Delano Roosevelt en de blues

De Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt werd verafgood door de meeste Amerikaanse zwarten. Meer dan honderd blues- en gospelsongs zijn aan hem gewijd. Op de cd 'Roosevelt's Blues' en in het gelijknamige boek is dat Afro-Amerikaanse eerbetoon aan 'FDR' bijeengebracht.

Guido van Rijn: Roosevelt's Blues: African-American Blues and Gospel Songs on FDR. University of Mississippi Press, 292 blz. Prijs $18.00. De cd Roosevelt's Blues (Agram ABCD 2017) is te bestellen via tel. nr 023-5266958.

'I got the blues, I got blues,' zingt een vrouwenstem a capella. Maar meteen in het volgende couplet blijkt dat ze het niet meent, dat ze alleen lippendienst bewijst aan de traditie, die nu eenmaal wil dat je een bluessong droevig begint. De zangeres heeft het namelijk nog nooit in haar leven zo goed gehad: haar kinderen hebben weer te eten, haar schulden zijn betaald, de schoorsteen rookt en het huis is schoon. 'Roads all paved and health restored,' zingt ze triomfantelijk; 'Sumpin' for everybody, even the dogs.'

De brenger van al dit goeds, die in deze blues van Annie Brewer ook direct wordt aangesproken, is Franklin Delano Roosevelt, president van de Verenigde Staten van 1933 tot 1945. In de geschiedenisboeken is hij de man die met een omvangrijk economisch stimuleringsprogramma (de 'New Deal') Amerika uit de crisis haalde, en die met grote daadkracht leiding gaf aan de strijd tegen Japan en nazi-Duitsland. In de ogen van zijn Afro-Amerikaanse tijdgenoten was hij veel meer: een vaderlijke vriend die - als eerste president sinds Abraham Lincoln - de levensomstandigheden van de negerbevolking verbeterde en voorwaarden schiep voor gelijkberechtiging. Geen wonder dat 'FDR' in de blues, de muziek van de zwarten, een veelbezongen personage is. Terwijl zijn twintigste-eeuwse voorgangers het moeten doen met af en toe een verwijzing, zijn Roosevelts leven en werken geboekstaafd in meer dan honderd songs, van de 'President Blues' die Jack Kelly in 1933 opnam ter ere van zijn inauguratie tot de prachtig gonzende gospel 'Tell Me Why You Like Roosevelt' die Otis Jackson schreef om zijn dood te gedenken.

Vierentwintig van deze bluessongs, gospels en gezingzegde preken zijn te vinden op de cd Roosevelt's Blues, die is uitgebracht door het Nederlandse blueslabel Agram. De cd vormt het muzikale complement van een gelijknamige studie, waarop de Nederlandse bluesspecialist Guido van Rijn twee jaar geleden promoveerde en die nu in een handelseditie is uitgebracht door de University Press of Mississippi. Van Rijn verzamelde 128 topical songs uit vooral het Interbellum, transcribeerde en analyseerde de teksten, en gebruikte ze als oral history. Niet ten onrechte: omdat het zwarte proletariaat in de politiek en de media nauwelijks aan het woord kwam, zijn de teksten van bluesartiesten misschien wel de belangrijkste historische bron voor de 'black experience' in de periode-Roosevelt.

In Roosevelt's Blues laat Guido van Rijn zien waarom Roosevelt zo geliefd was bij de blueszangers: het pakket van maatregelen dat hij nam om werkloosheid en armoede tegen te gaan, kwam voor een belangrijk deel ten goede aan de zwarte bevolking, waarvan aan het begin van de jaren dertig 40 procent zonder werk zat. Er is dan ook een wereld van verschil tussen de sarcastische 'Starvation Blues' van Charley Jordan uit 1931 ('Now, I almost had a square meal the other day/ But the garbage man come, and he moved the can away') en de optimistische 'Roosevelt Blues' van Annie Brewer zes jaar later. Roosevelts optreden zorgde zelfs voor een aardverschuiving in het kiesgedrag van de Afro-Amerikanen: stemden ze tot het midden van de jaren dertig steevast op de Republikeinen, de partij van de grote emancipator Lincoln, in 1936 gingen ze en masse over naar de Democraten van Roosevelt. 'He was an earthly father,' zong Otis Jackson in het religieus getinte 'Tell Me Why You Like Roosevelt', 'Cause he took my feet out of the miry clay.'

Broodrijen

De teksten van de bluesmen, zo stelt Van Rijn, geven de verklaring voor het veranderde stemgedrag van het zwarte electoraat. Geen opzienbarende conclusie, maar daar moet Roosevelt's Blues het ook niet van hebben. De aantrekkingskracht van Van Rijns studie ligt in de verzameling van het materiaal en in het kleurrijke beeld van Amerika in de jaren dertig en veertig dat uit tekst en muziek oprijst. Alleen al de geciteerde en op de cd gereproduceerde preken van Rev. J. M. Gates uit Atlanta (een man die zijn roeping als bluesartiest gemist heeft) zijn een feest voor de historisch geïnteresseerde muziekliefhebber, en de bluesminnende historicus. “Er zijn geen rijen voor brood in de hemel,” oreert de dominee in een swingend ritme. Waarna hij in samenspraak met zijn congregatie moet toegeven dat dankzij president Roosevelt ook de broodrijen op aarde verdwenen zijn.

De verafgoding van FDR, die zich overigens terughoudend opstelde in openbare contacten met negers om zijn blanke kiezers niet van zich te vervreemden, had vele oorzaken. Het hielp dat hij familie was van Theodore Roosevelt, de president die in 1901 de zwarte leider Booker T. Washington op het Witte Huis had ontvangen (en naar wie veel zwarten vernoemd waren). En het hielp ook dat hij een vrouw had, Eleanor, die zich met hart en ziel inzette voor de emancipatie van de zwarte bevolking. Maar het belangrijkst was dat Roosevelt zijn zwarte kiezers het idee gaf dat hij persoonlijk begaan was met hun lot; dat hij meer deed dan miljarden dollars in de economie pompen.

Een van de sterkste songs op de cd, Memphis Minnie's vet gezongen 'Sylvester And His Mule Blues', illustreert de effectiviteit van Roosevelts manier van politiek bedrijven. De blues vertelt in zes coupletten het (naar Van Rijn aantoont) waar gebeurde verhaal van de zwarte boer Sylvester, die in financiële moeilijkheden zit en het Witte Huis belt om om hulp te vragen. Niet alleen krijgt hij, bij toeval, Roosevelt zelf aan de telefoon, ook belooft de president hem gunstig krediet te laten verlenen - wat onmiddellijk gebeurt. Een legende is geboren, en Sylvester Harris uit Mississippi zal tot aan de dood van Roosevelt als dank elk jaar met Thanksgiving een kalkoen naar het Witte Huis sturen.

Pooier

Er staan meer opvallende liedjes op Roosevelt's Blues, vooral over de zogeheten alphabetical agencies die de concrete invulling waren van het New Deal-beleid. De met een falsetstem gezegende pianist Joe Pullum zingt een ode aan de CWA, het openbare-werkenprogramma dat meer dan vier miljoen mensen door de winter van 1933-34 hielp. De steelgitarist Casey Bill Weldon kruipt in de huid van een pooier die zijn meisjes kwijtraakt omdat ze nu onderhouden kunnen worden door mannen die werken voor de WPA, een ander netwerk van werkverschaffingsprojecten: 'And all the womens hollerin', and they're hollerin' night and day/ I'm gonna quit my pimp, get me a man on that WPA.' En de obscure blueszanger Jimmie Gordon richt zich in 1936 direct tot Roosevelt omdat hij bang is dat die na de verkiezingen het steunprogramma PWA zal afschaffen: 'Lord, Mr. President, listen to what I'm going to say:/ You can take all of the alphabet, but please leave that PWA.'

Een ander alphabetical agency, de OPA die tijdens de oorlog de rantsoenering controleerde, is onderwerp van 'You Can't Get That No More' van Louis Jordan. Ingeleid door een lome trompet zingt de grootmeester van de jump 'n' jive over alles dat je niet meer kunt krijgen omdat het oorlog is. Hij begint met gewone boodschappen en mooie kleren, en eindigt met seks: want Uncle Sam heeft alle stoere binken opgeroepen voor militaire dienst en alle mooie meiden in de defensie-industrie tewerkgesteld. 'That's all, you just can't get it no more.'

Jordans jukeboxsucces is niet de enige politieke blues waarin double-entendres regeren. De cd opent met een opname van de 'Red Cross Blues' (1933) van Walter Roland. Het is een braaf nummer over misstanden en discriminatie bij een voedeldistributiecentrum van het Rode Kruis. Maar in het boek Van Rijn staat een variant waarin een discussie van 'two tall women' over de kwaliteit van het 'Red Cross meat' heel wat meer suggereert. Voor de liefhebbers van de dubbelzinnige metaforen waarin de blues excelleert, is dat een geruststelling: zelfs wanneer bluesartiesten politieke kwesties aanroerden, of zich direct wendden tot de president, bleven ze hun taal en thema's trouw.