Wuft uit de put; Films van beeldende kunstenaar Henri Plaat

Hij leende ooit een filmcamera om voor zichzelf reisimpressies vast te leggen. Inmiddels heeft beeldend kunstenaar Henri Plaat meer dan dertig films gemaakt, surrealistische films en reisverslagen, goed voor ondermeer een Gouden Kalf. Zijn nieuwste film wordt met ander werk volgende week in Amsterdam getoond.

Henri Plaat exposeert tot 12 oktober bij galerie Nanky de Vreeze, Lange Leidsedwarsstraat 1017, Amsterdam. Open wo t/m za van 12 tot 18 uur. De films van Henri Plaat zijn 28 september te zien in De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam. Aanvang van de voorstellingen: 20.15 u en 22.00 uur. Informatie: (020-) 5535151. Ook op het Nederlands Filmfestival zijn films van hem te zien, op 28 sept en 1 okt in 't Hoogt, Hoogt 4, Utrecht.

Het is of de kunstenaar en filmer Henri Plaat (1936, Amsterdam) altijd bezig is een offensief te voeren tegen de vergankelijkheid. Wat hij in zijn werk verbeeldt, lijkt steeds op het punt te staan om te verdwijnen. Met name in zijn tekeningen wekken de aan hiërogliefen herinnerende, uitwaaierende tekens de indruk dat ze op de tocht staan en vroeg of laat van het vel papier zullen worden weggeblazen. Zijn geschilderde, geabstraheerde landschappen schijnen herinneringen aan reeds lang van de aardbodem verdwenen plekken. In zijn films doet de optisch waarneembare wereld zich in al zijn verpletterende schoonheid voor als een schimmenrijk, dat in onze verbeelding voortleeft dank zij Plaats kunstzinnige en technische ingrepen.

Hoe Henri Plaat in uiteenlopende technieken vorm geeft aan hetzelfde thema is te zien op zijn expositie in de Amsterdamse galerie Nanky de Vreeze en in het hoofdstedelijke cultureel centrum De Balie, waar zijn films worden vertoond. Op zijn galerietentoonstelling presenteert Plaat een nieuwe reeks collages. De volledig abstract-geometrische voorstellingen roepen gedachten op aan architectonische resten van niet-westerse culturen en raadselachtige, in zichzelf verzonken landschappen.

In de collages zit de tijd verstopt in de kleur en het gebruikte materiaal, waaronder stroken oud papier, bladzijden uit laat negentiende-eeuwse Franse romannetjes of de vergeelde linnen stroken die de achterkant vormen van een wandelkaart uit 1920. De verknipte onderdelen worden voor het merendeel als een gouache beschilderd waarna Plaat de verf er weer gedeeltelijk afspoelt in zijn badkuip. Daardoor blijft het verwerkte materiaal zoals de pagina's met letters, door de voorstelling heen schemeren. Na behandeling ogen de collages soms als decoratief afgebladderde muren maar in hun schijnbare verweerdheid kunnen ze ook een indringend beeld oproepen van onaangeraaktheid en verstilling of juist van een ragfijne doorschijnendheid, die het beeld iets imaginairs geeft.

De melancholieke en soms desolate stemming die uit zijn werk opstijgt, is nooit eenduidig. Plaat stelt er andere eigenschappen tegenover zoals een zekere mate van grilligheid, een goed gevoel voor ongerijmde voorvallen en een bizar gevoel voor humor. In zijn collages kan een geometrische vorm het vrijpostige gedrag van een arabesk vertonen zoals de driehoeken bijvoorbeeld die zich een wonderlijk ogend knikje in de bovenhoek hebben aangemeten.

Wat het hoofdstuk amusementswaarde betreft, gaan kunst en leven bij Plaat eveneens moeiteloos in elkaar over. Zo kan hij tijdens een wandelingetje zichtbaar bevangen raken door de fraaie aanblik van een oud bos om onverhoeds een afgevallen boomblad van de grond op te rapen en er uit voor te lezen als was het een brief: 'Lieve ouders. Na de geschiedenis met het brood en het mes lijkt het me beter om maar niet meer thuis te komen, Hansje.' Het kan eveneens voorkomen dat de kunstenaar tijdens een gesprek over koetjes en kalfjes plotseling met een Zarah Leander-achtige stem en bijpassende theatrale gebaren, te kennen geeft: 'En nu ga ik heen want na de pauze moet ik optreden.'

Tussen de bedrijven door maakte Henri Plaat ook wel geluidsbanden waarin hij zijn fantasiëen uitleeft naar aanleiding van de recente geschiedenis. Hierin kan je hem horen optreden als een radio-reporter die verslag uitbrengt over een gezellig avondje van Hitler en Eva Braun in hun Berlijnse bunker of als een vooroorlogse zanger die in het Duits zingt over het ontbreken van lever, nieren, longen en nog wat organen om te eindigen met het vrolijke refreintje: 'Ich bin holl. Ja ganz holl!'

Plaats surrealistisch getinte humor en zijn fascinatie voor hetgeen hij ooit omschreven heeft als 'de schoonheid van destructie en verval' bepaalt ook het klimaat van zijn films.

De eerste films die Plaat in de jaren zestig maakte - met een geleende camera - waren voor eigen gebruik bestemde, visuele dagboeken over zijn reizen. Sindsdien heeft hij meer dan dertig films laten onstaan, aanvankelijk op 8mm, later op 16 mm en in lengte variërend van drie minuten tot meer dan een half uur. Onder de veertien films, uit de periode van 1972 tot nu, die in De Balie zullen worden vertoond, bevinden zich korte geënsceneerde films die Plaat als 'surrealisme in theatervorm' omschrijft en reisdocumentaires.

Zo zie je in 2nd War-Hats (1986), een op 16mm gemaakte film in kleur die bekroond werd met de L.J. Jordaan-Prijs, tussen de ruïnes van het gebombardeerde Warschau menselijke hoofden uit geopende putten omhoogsteken die wufte dameshoeden showen. Over deze Plaat-produktie meldde het jury-rapport: hier gaan 'dood, frivoliteit en schoonheid hand in hand (-). De houterige cameravoering en de hakkelende montage verhullen niet dat Plaat precies weet wat hij wil. Zijn filmtaal is autonoom.'

Films als Other thoughts I(1981), Other thoughts II (1990) en de zojuist voltooide Other thoughts III die in De Balie zijn première beleeft, tonen aan dat Henri Plaat zijn meer theaterachtige films waarin hij soms trucages toepast omwille van het slapstick-effect, naar willekeur afwisselt met zijn indrukwekkende reisdocumentaires.

Gouden Kalf

Als cineast slaagt Plaat er in om de aandacht gevangen te houden met films zonder verhaal en zonder symboliek. De camera beweegt niet of nauwelijks. Zoomen doet Plaat nooit, hij houdt steeds afstand. Soms zie je een toevallige passant door het beeld lopen. Of je ziet een groepje kinderen in lachen uitbarsten terwijl het voor de camera poseert. Of een gordijn dat even in de wind beweegt.

Films als Spurs of Tango (1980) die bekroond werd met een Gouden Kalf of Other thoughts II zijn montages van puur op zichzelf staande fragmenten uit de werkelijkheid. De ontstaansgeschiedenis van Fragments of Decay (1983), een twaalf minuten durende film in zwart-wit en kleur, is typerend voor zijn werkwijze. Plaat die reizen maakte naar ondermeer IJsland, Griekenland, Turkije, Marokko, Pakistan, India, Egypte, Noord- en Zuid-Amerika, China en Tibet, stelde de film samen uit materiaal dat afkomstig is uit acht of negen verschillende landen. Door het ontbreken van het verhaallijn luistert de opeenvolging van de beeldenreeks zeer nauw. Hoe smeed je beelden als die van de dokken in New York, van een dood paard in de droge bedding van een Turkse rivier, van een gebedsmolen, vervallen huizen, eenzame bergmassieven, in schaduwen opgaande stegen, azuurblauwe waterstromen en van een debiele Griekse jongen tot een eenheid? De mislukking ligt altijd op de loer. In de regel brengt Plaat het avontuur tot een goed einde. Het resultaat is dan adembenemend. De losse fragmenten lijken zich, zonder dat het aanwijsbaar is, te schikken naar de geheime kleurenschema's en composities die de filmer voor ogen zweven. Shots in zwartwit, soms plotseling afgewisseld door kleur, zijn wonderschoon belicht en blijven secondenlang staan, zonder aan spanning in te boeten. De uitsneden van het beeld schijnen tot op de millimeter overwogen. Wat zichtbaar maar ongrijpbaar is, wordt in de reisfilms van Henri Plaat met zo'n precisie geregistreerd dat je er weemoedig van wordt.