Westen moet opkomen voor rechten Slowaakse Hongaren

Als de internationale normen op het gebied van democratie en mensen- en minderheidsrechten niet worden gegarandeerd, gaat de uitbreiding van Europa naar het oosten ons veel geld kosten. Slowakije kan het volgende Joegoslavië worden, vrezen Bert Wiskie en Laszlo Marácz.

In een 'donkere' hoek van Europa tikt een tijdbom. Binnen het tijdsbestek van een week is de positie van de 600.000 zielen tellende Hongaarse minderheid in Slowakije ernstig verslechterd. Eerst gaf de Slowaakse premier Mear zijn Hongaarse ambtgenoot Horn te kennen, dat ontevreden Hongaren uit Slowakije 'kunnen' vertrekken. Nauwelijks een week later accepteerde het Constitutioneel Hof in Bratislava een omstreden taalwet, die in strijd is met alle richtlijnen van de Raad van Europa. Zo mag in gemeentehuizen van volledig door Hongaren bewoonde gebieden geen Hongaars meer worden gesproken op straffe van boetes. Mears politiek kan worden samengevat met 'Slowakije voor de Slowaken' en 'Weg met de Hongaren'.

Drie jaar geleden wijdde het Britse blad The Economist een artikel aan het, vanuit etnisch oogpunt, meest complexe gebied van Europa: het oostelijk gebied van het Karpatenbekken. Hier, op het snijvlak van Hongarije, Slowakije, Polen, Oekraïne en Roemenië leven enige miljoenen Hongaren en talrijke andere minderheden als een kleurrijke lappendeken van talen, etnische afkomst en godsdiensten door elkaar als gevolg van de territoriale herverdeling van Midden-Europa bij het verdrag van Trianon in 1920. Het verdrag van Trianon werd na afloop van de Eerste Wereldoorlog door de overwinnaars aan Hongarije opgelegd, waardoor het land ruim tweederde van zijn territorium kwijtraakte en miljoenen Hongaren buiten de grens terechtkwamen. De bijdrage in het gezaghebbende weekblad was niet alleen een inventarisatie, maar impliceerde ook een waarschuwing. Zou dit gebied misschien het volgende Joegoslavië worden? Zou hier het zolang verborgen gezicht van het nationalisme de grimas van de 'etnische zuivering' vertonen?

In tegenstelling tot de gangbare opinie onder West-Europese beleidsmakers en diplomaten bestaat in de VS grote ongerustheid over de veiligheidssituatie in dit gebied. Zowel de CIA als de National Security Agency beschouwen het als zeer explosief. De expertise van de regio is bij de Amerikanen overigens ook beduidend groter dan in West-Europa. Veel Amerikaanse beleidsmakers zijn eerste of tweede generatie-emigranten uit dit gebied.

De anti-Hongaarse stemming die nu in Slowakije blijkt, is niet uniek en beperkt zich ook niet tot dit land. Het raakt ook andere minderheden in het gebied zoals zigeuners, Tsjechen, Polen, Roemenen, Roethenen, SIowaken en joden. De potentiële nieuwe leden van de EU hebben echter te horen gekregen, dat de territoriale en minderhedenkwesties als consequentie van Trianon nog vóór de toetreding tot de Unie op bilaterale basis moeten worden geregeld. Maar in de Europese aandacht voor hun problematiek zou, méér dan een moralistische imperatief, een praktische overweging een grote rol moeten spelen.

Wat zich nu in Centraal-Europa afspeelt, raakt direct het integratieproces van deze landen tot de EU en de NAVO. De schending van de rechten van de Hongaarse minderheid en het gebrek aan ontwikkeling van democratische structuren vormen keerzijden van dezelfde medaille. Centrale regeringen in een aantal Midden-Europese landen weigeren beslissingsbevoegdheid te delegeren en gebruiken beschuldigingen van 'afscheiding' en 'revisionisme' aan het adres van hun minderheden om het democratiseringsproces te saboteren. Het gebrek aan persvrijheid, waarop deze week in Wenen tijdens een internationaal forum voor journalisten werd gewezen speelt in dit proces een belangrijke rol.

De huidige Hongaarse regering heeft zich tot nu toe zeer coulant opgesteld jegens haar gesprekspartners Oekraïne, Roemenië en Slowakije en minimum-opties voor de over de grenzen levende Hongaren geaccepteerd. De parlementaire oppositie in Boedapest en de vertegenwoordigers van de minderheden in met name Roemenië en Slowakije hebben deze minimum-opties weliswaar heftig bekritiseerd, maar iedereen houdt zich in woord en daad aan deze verdragen.

De vraag is echter hoe lang het geduld van de Hongaarse minderheden nog op de proef kan worden gesteld. Een getergde Hongaarse minderheid kan snel radicaliseren en zich willen afscheiden van Slowakije. De roep naar burgerlijke ongehoorzaamheid van de kant van de Hongaarse minderheid wordt inmiddels luider.

Slowakije is inmiddels door een gebrek aan democratisch gehalte gediskwalificeerd uit de eerste groep van landen die zich mogen aansluiten bij de EU en NAVO. Maar de verslechterende positie van de Hongaren roept nog een aantal andere vragen op. Hoe reageert de NAVO als er in Slowakije geweld plaatsvindt jegens de Hongaarse minderheid? Kan een nieuw lid als Hongarije, met haar logistieke sleutelrol - een basis in Zuid-Hongarije tijdens het beëindigen van de oorlog in ex-Joegoslavië - lijdelijk toezien als de Hongaarse minderheid in nog grotere problemen raakt? Dergelijke veiligheidskwesties kunnen snel actueel worden als de passieve houding ten aanzien van de Hongaarse minderheid in Slowakije in de West-Europese hoofdsteden de boventoon blijft voeren. Als er pogroms plaatsvinden, zoals in de vroege jaren negentig in het Roemeense Târgu Murecçs, zal de NAVO, gedwongen door gebrek aan politieke besluitvaardigheid, dan niet dezelfde inertie vertonen als tijdens 'Joegoslavië'? En accepteren Westerse politici en de NAVO dan nieuwe 'etnische zuiveringen', die een dramatische precedentwerking in de rest van Midden-Europa kunnen hebben? Worden Nederlandse militairen dan weer verzocht om als 'peace-keepers' naar het betrokken gebied te worden uitgezonden?

De integratie van Slowakije in de EU wordt nu met name bemoeilijkt door de aantasting van de rechten van de Hongaarse minderheid. Deze minderheid kan echter een brugfunctie vervullen in de uitbouw van de 'civil society' en de integratie van de beide economieën. Een concreet en in het Westen nog onbekend voorbeeld voor een dergelijke integratie is de Euroregio van de Karpaten, die overigens op geen enkele wijze specifiek op de Hongaarse minderheden gericht is. In dit regionaal samenwerkingsverband van provincies en steden van Zuidoost-Polen, Oost-Slowakije, Noordoost-Hongarije, West-Oekraïne en Noordwest-Roemenië proberen politici, ondernemers en vertegenwoordigers van NGO's met zeer bescheiden middelen de economische en culturele integratie van het gebied van Zuidoost-Polen tot in Noordwest-Roemenië en de 'civil society' te bevorderen. Maar ook hier zijn de tegenkrachten enorm. Zo heeft de Slowaakse overheid de burgemeester van de Oost-Slowaakse stad Koce verboden om in het kader van Euroregio intensief met Hongaarse partners samen te werken.

De Europese Commissie zou er goed aan doen dergelijke samenwerkingsinitiatieven te adopteren en ze financieel te ondersteunen. Dat gebeurt nu helaas nog weinig. De uitbouw van de democratie en de 'civil society' in de jonge democratieën in Midden- en Zuid-Oost Europa kan niet los worden gezien van de rechten van de Hongaarse en andere minderheden. Tegen alle tendenzen van de Europese Unie in, waarin het regionale aspect en de rol van minderheden steeds meer worden onderstreept, verhardt op dit moment de context in Centraal-Europa. Dit oprukken van politiek cynisme en opportunisme, die ook zo'n belangrijke rol speelden tijdens de oorlog in Joegoslavië, zou voorkomen moeten worden.

Een West-Europees tweesporenbeIeid tegenover deze regio, waarbij het samenwerken wordt beloond en het 'gelijkschakelen' van minderheden wordt bestraft, zou het integratieproces en de uitbouw van de 'civil society' in deze landen kunnen bevorderen. Met als aangename bijkomstigheid dat de West-Europese burger de integratie van Centraal-Europese landen in de EU later minder in zijn portemonnee zal voelen.