Wereldbank maant Thailand

HONGKONG, 19 SEPT. De Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) vinden dat Thailand meer haast moet maken met de hervorming van de financiële sector. Dat heeft Wereldbank-president James Wolfensohn vanmorgen gezegd.

Aan de vooravond van de jaarvergadering van het IMF en Wereldbank in Hongkong neemt de druk op Thailand toe om uitvoering te geven aan het overeengekomen hervormingsprogramma. Hierover zijn vorige maand afspraken gemaakt na goedkeuring van een hulppakket van 17,2 miljard dollar, waaraan het IMF en Japan bijna de helft bijdragen. Het hulppakket kwam tot stand nadat in juli een financiële en betalingsbalanscrisis in Thailand uitbrak, die vervolgens ook andere landen in de regio trof. IMF en Wereldbank gaan ervan uit dat de crisis vrij snel voorbij kan zijn als de juiste maatregelen worden genomen.

Ook de Japanse minister van Financiën, Hiroshi Mitsuzuka, drong er gisteren bij zijn Thaise collega op aan het hervormingsprogramma snel uit te voeren. IMF-topman Michel Camdessus zei gisteren dat het IMF “tevreden” is over de macro-economische maatregelen op het gebied van het overheidsbudget, monetaire maatregelen en wisselkoersen. Maar het tempo van de hervorming van de financiële sector vervult hem met ongeduld. De Thaise regering maakte twee maanden geleden de sluiting bekend van meer dan de helft van negentig niet-bancaire financiële instellingen als gevolg van de grote last aan 'slechte' leningen, voornamelijk in de vastgoedsector.

President Wolfensohn zei vanmorgen dat de Wereldbank, net als het IMF, Thailand een jaar geleden al had gewaarschuwd voor de financiële gevaren. De druk op Bangkok houdt mede verband met de onzekerheid over het voortbestaan van de Thaise coalitieregering. De Thaise premier Chavalit Yongchaiyudh verzekerde vanmorgen in Bangkok tegenover Camdessus dat zijn regering vastbesloten is het hervormingsprogramma uit te voeren. De IMF-topman was in Bangkok voor een bijeenkomst van Aziatische en Europese ministers van Financiën.

De financiële crisis in Zuidoost-Azië is de komende dagen een belangrijk gespreksonderwerp in Hongkong. Morgen komen de ministers van Financiën van de Groep van zeven industrielanden (G7) bijeen. En zondag vergadert het Interim-Comité, het beleidsbepalende IMF-orgaan van ministers en bankpresidenten. De Amerikaanse minister van Financiën, Robert Rubin, kondigde gisteren aan dat de VS in Hongkong met nieuwe plannen zullen komen om de informatievoorziening en openbaarheid van kerngegevens van centrale banken en financiële instellingen van de bij het IMF aangesloten landen te verbeteren. Rubin zei dat hiermee wordt voorgebouwd op verbetering na de 'Mexico-crisis' van eind 1994. In Hongkong komen ook voorstellen aan de orde over verbetering van het banktoezicht, waarover een groot aantal landen al overeenstemming heeft in het kader van het Basel-comité van de Bank voor Internationale Betalingen.

Op de agenda staat ook de uitbreiding van het IMF-toezicht tot het kapitaalverkeer, wat vrij kapitaalverkeer moet bevorderen. In april werd al een voorstel gelanceerd over aanpassing van het IMF-reglement, dat nu alleen over het lopende betalingsverkeer gaat. De voorzitter van het Interim-Comité, de Belgische minister Philippe Maystadt, onderstreepte eerder deze week, zonder direct naar de Zuidoostaziatische 'crisislanden' te verwijzen, dat lidstaten toestemming kunnen krijgen het kapitaalverkeer tijdelijk te beperken.

De Britse minister van Financiën Gordon Brown wil in Hongkong mede namens de Gemenebest-landen een voorstel op tafel leggen voor versnelling van de schuldverlichting van de armste landen. Dit in het kader van het schuldeninitiatief van IMF en Wereldbank, waarover vorig jaar overeenstemming werd bereikt. Oeganda en Bolivia profiteren er vanaf 1998 als eerste van. Volgens Brown moet voor het jaar 2000 zeker driekwart van de negentien in aanmerking komende landen profiteren. Hij sluit aan bij een initiatief van onder meer kerken. Bij handhaving van de huidige criteria en procedures is het voorstel onhaalbaar. Wereldbankpresident Wolfensohn zei vanmorgen wel te willen, maar dat de donorlanden dan meer geld moeten fourneren. Gezien de terughoudendheid van belangrijke industrielanden ziet het daar niet naar uit.