Verborgen kunst

Art & Project, Nieuwesluizerweg 42, Slootdorp. Vr. t/m zo. 12-17u; Galerie Delta, Oude Binnenweg 113, Rotterdam. Di t/m za 11-17u. Galerie Phoebus, Eendrachtsweg 61, Rotterdam. Wo. t/m zo. 13-17u.

In galeries is meer kunst te zien dan alleen het werk dat aan de muur hangt. Er is altijd verborgen kunst aanwezig, in ladenkasten, op zolders, in moeilijk toegankelijke depots.

Als je als bezoeker de galeriehouder die geheimen wilt ontfutselen, moet je doorvragen. “Snuffelen in onze ladenkasten en depots? Nee, dat willen we de mensen niet aandoen. We willen de mensen niet laten schrikken.” Adriaan van Ravesteijn is samen met Geert van Beijeren galeriehouder van de fameuze galerie Art & Project, die sinds enkele jaren in Slootdorp gevestigd is. Ze leveren kunst aan menig museum. Maar de laden opendoen voor een nieuwsgierige bezoeker, gaat niet zo maar: “Daar zijn we nou net voor uit Amsterdam verhuisd om niet meer in de rommel te zitten,” zeggen ze. De verhuizing van de galerie uit Amsterdam naar Slootdorp was de eerste stap in een proces van afzondering, blijkt. Want, zeggen de galeriehouders: “We houden er mee op, dat wil zeggen: we maken het seizoen af en sluiten 30 augustus. Daarna ontvangen we alleen nog maar mensen op uitnodiging.” De besloten ontvangstruimte van de galerie mag museaal genoemd worden. Van Ravesteijn wijst naar een Struycken tussen een rij beelden en twee vazen van Coupier en Geert Lap op een hoge kast. Ook staat er werk van Daan van Golden, Carel Visser, Salvo, Ray Smith en een Flanagan.

Deze ruimte, waar het publiek geen toegang heeft, kan dienst doen als bewijs dat het voor een particulier zonder eigen museumzalen toch mogelijk is om zich te omringen met veel moois. De nu fraai geëxposeerde minimalistische beelden van Leo Vroegindeweij, waarin verschillende metalen als tin, zilver, goud, maar ook natuursteen, siliconen rubber, glas en bijenwas zitten verwerkt, zouden het er ook uithouden. Maar die staan nu ruim opgesteld in de toonzalen van de galerie.

Op een manshoge ladenkast in een ruimte die bedoeld is voor een preview staat een portret van de acteur Cas Enklaar, geschilderd door Emo Verkerk. Twee van de laden -'hier ligt ons pensioen'- mogen even open. In de eerste liggen met technische precisie vervaardige tekeningen van Hans Broek; Californische landschappen met tientallen villa's en ook tekeningen van verschillende modellen Rolls Royces.

Op de enorme zolder met gedeeltelijk gedemonteerde beelden ligt een grappig klein sokkelloos beeldje dat qua vorm iets heeft van een sinaasappelschilletje. Het is gemaakt van strak blauw gekleurd metaal. Wat deze Flanagan kost? “Geen idee. Hij is bekend van zijn hazen, die zijn ongelooflijk duur, maar deze? Nee, ik weet het echt niet. Maar als je een prijs wilt weten van iets kleins dat je gezien hebt... die Cas Enklaar van Verkerk kost negenduizend gulden.”

In Rotterdam is een galerie die sinds 1990 een speciaal ladenkastproject organiseert. Op dit moment presenteert galerie Phoebus van Mirjam de Winter een dubbeltentoonstelling met landschapstekeningen van Willem den Ouden en computertekeningen van Bernadette Beunk. Haar nieuwe ladenkastproject is in voorbereiding. Maar een kijkje in haar kluis - achtergelaten in haar pand door een notaris - levert alvast een paar verrassingen op. Een zilveren kandelaar van Iris le Rütte. Een figuurtje dat zijn handen ophoudt voor twee kaarsen heeft bij wijze van standaard een zilveren schaduw van zichzelf gekregen. Plaats dus voor vier kaarsen. Ook bevindt zich in de kluis een serie recente kleine olieverfschilderijen van de 97-jarige J.K. van de Wint-Rotmans, de moeder van R. W. van de Wint, ondermeer bekend door de grote panelen die hij in het interieur van de Tweede Kamer maakte. De doekjes van zijn moeder stellen eenvoudige geometrische patronen voor, losjes geschilderd in vrolijke kleuren. Sommige schilderijtjes lijken sterk op werk van Rob van Koningsbruggen. In haar vroegere werk schilderde mevrouw van de Wint ook weleens een huisdier, maar dat werk heeft De Winter niet voorradig.

Hans Sonnenberg van galerie Delta aan de Oude Binnenweg in Rotterdam trekt zonder problemen laden open: “Wat wil je zien? Ik heb alles. Oude Cobra, niet van die flauwekul van gisteren, Informeel, Zero, Engelse en Amerikaanse Pop-Art, ja ook Hockney en Warhol, jonge Duitse expressionisten, Fetting, Gruppe Normal en jonge Rotterdammers want die moet je ook in de gaten houden.” Op de derde etage, 'hier mag niemand komen', staat een mooie Milan Kunc tegen de muur. Tegen een achtergrond van bladgoud is een enorme drol zichtbaar waarop een wegwerker met een bulldozer aan de slag is. 'Schnell wachsende Entwicklung' heet het. De prijs van 21000 DM staat nog vermeld op de achterkant. Ook een speels doek van Peter Angermann met twee verliefde schepen met gezichten in de haven trekt de aandacht. “Hij schilderde dit hier in Rotterdam na een buitenechtelijke wip. Leuk ding, hè?” Maar van de enorme vracht ongeordende doeken lijkt Sonnenberg niet vrolijk te worden. “Je bent vaak blij met een dooie mus,” sombert hij: “Deze talentvolle jongen bijvoorbeeld is ermee opgehouden. Hij trof een rijke meid, familie van het Engelse Koningshuis. Tja, je doet wat werk voor jan joker.”

Voor een kijkje achter de schermen van galerie Swart in Amsterdam, sinds 1964 een van de toonaangevendste galeries op het gebied van hedendaagse kunst, is het te laat. De laden zijn zo goed als leeg. Riekje Swart: “Ik heb voor de zomer alles uitgezocht en het meeste teruggestuurd naar de kunstenaars. Volgend voorjaar stop ik er mee. Er komt nog wel een afscheidstentoonstelling, aanstaand voorjaar.” En op dit moment exposeert ze werk van de kunstenaar d'Orazio, een van haar laatste exposities.