Twijfel over toekomst piloon van Dam-monument; Beelden in een harsbad

BAMBERG, 19 SEPT. Van het Nationaal Monument op de Dam zullen 34 beelden en reliëfs na restauratie generaties lang geen problemen meer geven. Daar is de Duitse restaurateur H.W. Ibach van overtuigd. Maar over de 22 meter hoge gedenkzuil is hij minder positief. De piloon krijgt volgens hem niet de behandeling die nodig is. Ibach vindt dat de gemeente Amsterdam niet de juiste beslissing heeft genomen door alleen de beelden en reliëfs te laten conserveren. “De piloon zal binnen dertig jaar weer zodanig verweerd zijn dat er een nieuwe restauratie nodig is.”

Op de plek van het Nationaal Monument op de Dam prijkt sinds juni van dit jaar alleen een toren van bouwsteigers. Het monument is gedemonteerd en weggehaald. Bij Ibach Steinkonservierung in het Duitse Bamberg, zestig kilometer van Neurenberg, worden de 34 beelden en reliëfs geïmpregneerd met acrylhars. Bij uitharding wordt dit een veredeld soort plexyglas. De hars dringt met de methode, die alleen door Ibach wordt gedaan, tot in de kern van de stenen door, zodat het onmogelijk is dat vocht en vorst opnieuw voor een aantasting zorgen.

Bij een restauratiebedrijf in Maarssenbroek worden 427 blokken en platen van voornamelijk de piloon op een conventionele manier gerestaureerd. Dat Ibach niet het hele monument behandelt is volgens Ibach een 'politiek besluit geweest, niet een natuurwetenschappelijk'.

Eind 1995 liet een brokstuk van een van de sokkels van het Nationaal Monument los. Na onderzoek bleek het gesteente ernstig door vorst en vocht aangetast. Bij het ontwerp van het monument in de jaren vijftig hadden beeldhouwer J. Rädecker en architect J.J.P. Oud uit financiële overwegingen voor de verkeerde steensoort gekozen: travertijn. Deze zeer poreuze kalksteensoort uit Toscane houdt zich goed in een warm en zuidelijk klimaat. Zo is het Colosseum in Rome er 1900 jaar geleden mee gebouwd.

Een commissie van experts gaf de gemeente Amsterdam na onderzoek drie opties: niets doen en het monument langzaam laten afbrokkelen, compleet overnieuw bouwen of ingrijpend bouwkundig herstellen. De gemeenteraad koos de laatste, en duurste, optie. De kosten zijn begroot op 4,4 miljoen gulden. De gemeente Amsterdam en het Rijk betalen ieder de helft.

De beelden en reliëfs, zoals de vredesfiguur met moeder en kind, twee verzetshelden, het centrale reliëf met drie geketende mannen en platen met duiven, waren dermate aangetast dat daarvoor een voor travertijn nieuw procedé - het impregneren met acrylhars - nodig werd geacht. Alleen het Duitse bedrijf Ibach bleek hierin gespecialiseerd. Volgens architect B. Kwant, die de restauratie coördineert, was er van organisaties als de Stichting '40-'45 en het Nationaal Comité 4 en 5 Mei begrip voor dat het oorlogsmonument gedeeltelijk naar Duitsland moest. “We moesten wel goed duidelijk maken dat dit de beste methode was en het alleen in Duitsland kon gebeuren. Toen ze daarvan overtuigd waren, konden we onze gang gaan.”

In een grote hal van Ibach Steinkonservierung staat een van de twee verweerde leeuwen van het monument tussen beelden van de Kölner Dom en reliëfs van de Ziegestor in München. In een droogkamer liggen bij een temperatuur van zeventig graden de tweede leeuw, de vredesfiguur met moeder en kind en andere beelden te drogen. In een speciaal voor de behandeling van het monument aangeschafte vacuüm droogketel kunnen de stukken sneller drogen. Sinds er drie weken geleden twee reliëfs ingingen is er al 175 liter regenwater uit de poriën onttrokken. Er moet nog zo'n 30 liter uit.

Na het drogen worden de stukken in een vacuümruimte in een bad met acrylhars gedompeld. Als de hars is uitgehard kan geen regenwater de beelden en reliëfs meer binnendringen. Het is de verwachting dat de beelden na de behandeling ook veel witter blijven dan voorheen. Ibach zegt vooral kopzorgen te hebben over het drogen, want dat duurt langer dan verwacht. “Maar ik ben er van overtuigd dat we eind oktober de beelden klaar hebben, zodat het monument voor de dodenherdenking op 4 mei gereed is.”

Van de 427 dekplaten van het monument worden in Maarssenbroek de gaten en scheuren gerepareerd en gedicht met een mengsel van steensoorten. Deze conventionele methode is niet afdoende voor kleine haarscheuren. Het binnenwerk van de piloon wordt geheel vernieuwd met ringen van beton. Daartegen aan worden de travertijnen-dekplaten bevestigd. Net als Ibach is ook bouwkundig adviseur E. de Vaal er niet blij mee dat niet het hele monument wordt behandeld met acrylhars. “De piloon zal ongetwijfeld weer problemen gaan geven. Met acrylhars wordt het verweringsproces met een factor vijftig vertraagd.”

M. de Boer, die namens de dienst Binnenstad bij de restauratie betrokken is, is het niet eens met de kritiek. “Ibach heeft er natuurlijk alle belang bij om alles te mogen doen.” Het hele monument impregneren had een veelvoud van de 4,4 miljoen gulden gekost terwijl de dekplaten van de piloon er nog niet zo slecht aan toe waren, aldus De Boer. De behandeling van de beelden en reliëfs kost nu ruim een miljoen gulden. “Bovendien is de methode van Ibach niet omkeerbaar. Het plexyglas krijg je er nooit meer uit. Dat moet je dus alleen doen als het echt nodig is. Misschien zijn er in de toekomst betere restauratietechnieken.” Hij vreest niet voor kleurverschillen tussen de behandelde en niet-behandelde delen. “We zullen de piloon extra goed schoon maken.”