Royal Winnipeg Ballet brengt pure dans

Gezelschap: Royal Winnipeg Ballet, met Ballo della Regina, Balanchine/Verdi, Giselle, pas de deux, Perrot, Coralli/Adam, The Leaves are Fading, Tudor/Dvorák, L'Etiquette, Laughlin/collage. Gezien: 18/9, Lucent Danstheater, Den Haag. Aldaar: 19/9.

Zeven jaar geleden was het oudste Canadese balletgezelschap - het Royal Winnipeg Ballet - voor het eerst in Nederland te zien. Er werd toen slechts eenmaal opgetreden (in Arnhem) en ook nu brengt de in 1939 opgerichte groep weer zo'n bliksembezoek aan ons land met ditmaal twee voorstellingen in Den Haag.

Aan het eind van de jaren '80 was er een evidente band tussen het Canadese gezelschap en de Nederlandse (klassieke) danswereld. Nederlandse choreografen studeerden er werken in en de geliefde en gewaardeerde ex-Nationale Ballet solist Henny Jurriëns was er eerst als danser en daarna als artistiek leider aan verbonden tot een fataal auto-ongeluk die veelbelovende nieuwe carrière afbrak. Het is een middelgroot gezelschap, dat zowel de romantisch klassieke avondvullende ballettten op het repertoire heeft staan als werken van eigentijdse choreografen die vanuit de klassieke ballettechniek werken of werkten, zoals Balanchine, Ashton, Tudor, Kylián, Van Manen, Van Dantzig of Van Schayk.

De beperkte omvang van de groep is een kracht: de goed getrainde, technisch trefzekere dansers werken als een hecht ensemble, ze stralen een ongeforceerde saamhorigheid uit en hebben niet de eenvormigheid van lijf en karakter die een groot gezelschap vaak zo saai kan maken. De 'gelijkheid' van de Winnipegse dansers zit in andere zaken. Een opvallend en verademend aspect van de groep is dat men niet met technische prestaties bezig is alsof het om het halen van een Olympische medaille gaat. Er wordt naar de muziek geluisterd, er zijn nuances in beweging zichtbaar en de in veler ogen zo verderfelijke 'spitz' wordt gebruikt zoals die gebruikt hoort te worden: als vanzelfsprekend aan de voet zittend, daaraan scherpte en lichtheid gevend.

Op het programma in Den Haag staat uit een hier nog niet eerder geziene Balanchine, zijn in 1978 gemaakte Ballo della Regina op muziek van Verdi. Daarnaast wordt The Leaves are Fading gedanst, een melancholiek werk op composities van Dvorák van de in 1987 gestorven Anthony Tudor, de befaamde Engelse choreograaf wiens werk in Nederland nauwelijks te zien is geweest. Verder de vorig jaar gemaakte choreografie L'Etiquette van Joe Laughlin, waarvan het Royal Winnipeg Ballet in Den Haag zijn eerste voorstelling gaf. Het is een programma waarin de pure dans centraal staat met als hoogtepunt die overbekende pas de deux uit de tweede akte van Giselle, adembenemend mooi gedanst door de unieke Evelyn Hart met Zhang Wei-Qiang als haar nobele partner. Het is niet alleen mooi in de vorm, maar vooral in de betekenis die aan die vorm gegeven wordt. Een hoog opgeheven been, een wijde sprong, een snelle draai, een fraai gewelfde voet zijn bij Hart nooit louter fysieke handelingen, het zijn spirituele gebeurtenissen, een zucht, een ademtocht, een trilling van de ziel, die zichtbaar maken waar het in dit duet om gaat en over dient te gaan. Evelyn Hart brengt in haar onwaarschijnlijk lichte manier van dansen steeds verrassende en onvermoede nuances aan die een wonderlijke spontaniteit suggereren en oude dingen nieuw weten te maken. Een bijzondere danseres.

Balanchine's Ballo della Regina en Tudor's The Leaves are Fading tonen beide, hoewel volstrekt verschillend, hoe inventief deze choreografen met de klassieke ballettechniek omgingen, hoe ze simpele basispassen door tempo- en richtingswisselingen virtuoos en ongewoon wisten te maken. In één programma is de sfeer, de aankleding, de muziekkeuze en de choreografische opbouw in soli, duetten en groepswerk van die twee balletten wat te gelijkvormig.

Het luchtige L'Etiquette lijkt als tegenwicht te moeten dienen. Het is een milde satire op het Franse hofleven in de tijd van Lodewijk de XIVde met zijn vele loze buigingen en strijkages. Het is aardig en pittig van opzet met al die scherp opensnappende waaiers, die kleine voet- en armbewegingen, verwijzend naar historische dansen, die bizarre kostumering, het drukdoenerige gedrag en de fraaie diaprojecties die de handelingen steeds in andere imposante entourages situeren. Er zit echter veel te weinig ontwikkeling in de choreografie, een echt statement ontbreekt en het geheel gaat als een nachtkaars uit. Het werk werd wel goed en met de nodige esprit gedanst, zoals er de hele avond goed gedanst werd met Suzanne Rubia en Steven Hyde als opvallende solisten, naast die wonderbaarlijke Hart.