Reuzen-adviseurs omspannen de globe

Coopers & Lybrand en Price Waterhouse bundelen mondiaal hun krachten. Daarmee zijn er nog maar vijf grote spelers over in de branche. Valt er straks nog wel iets te kiezen voor hun cliënten?

Niet bekend

Vrijwel alle landen ter wereld zullen straks een kantoor van Coopers/Price herbergen. De geografische match van de twee firma's en de gecombineerde financiële kracht zijn de twee voornaamste redenen voor de fusie. Dat de toegenomen aansprakelijkheid van accountants bij faillissementen een derde reden is, werd gisteren door Coopers-topman in Nederland C. van Luijk ontkend.

De accountancy is niet zonder reden uitgegroeid tot de wijdvertakte adviespraktijk die firma's als Coopers en Price er op na houden. Geografisch groeiden de accountants mee met hun grootste cliënten, de multinationale ondernemingen. Topman P. Baart van Price Waterhouse in Nederland refereerde gisteren aan het verschil tussen internationalisatie van bedrijven, en globalisatie. In het eerste geval operereert de onderneming wel multinationaal, maar is in feite gefragmenteerd in verschillende landenorganisaties. De globale onderneming is veel sterker geïntegreerd en schuift zijn activiteiten gemakkelijker over de aardbol. De accountant moet dat tempo bijhouden. Coopers in Nederland is bijvoorbeeld goeddeels een samenklontering met Van Dien en Dijker & Doornbosch. Op internationaal niveau werden de Grote Acht van de jaren tachtig de Grote Zes, toen achtereenvolgens Klynveld en Peat Marwick samen gingen tot KPMG, en Ernst & Whinney en Arthur Young versmolten tot Ernst & Young.

De Grote Zes hebben allemaal een flinke spreiding van hun kantorennetwerk ter hand genomen. C. van Luijk van Coopers & Lybrand, die een van de vier internationale fusie-onderhandelaars was voor zijn firma, wees er gisteren op dat hun geografische spreiding prima aansluit: beide firma's waren al sterk in de VS, maar Coopers is groter in Europa, terwijl Price Waterhouse in Zuid-Amerika, Oost-Europa en Zuidoost-Azië een sterke partij is.

Waren financiën en strategie vroeger twee min of meer gescheiden circuits binnen een onderneming, sinds de management-revolutie van de jaren tachtig zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. De accountant is meegegroeid: hij is ook management-adviseur, informatietechnoloog, human resource manager, fiscaal adviseur, jurist en algemeen sparring partner voor het ondernemingsbestuur geworden. Van boekhouder tot consigliere: de omzetverdeling van Coopers/Price is er een voorbeeld van. Nog maar de helft van de 13 miljard omzet komt uit accountancy, 3 miljard uit de belastingpraktijk, 3 miljard uit management-consultancy en een half miljard uit overige activiteiten.

Het is juist deze veelomvattende rol van de accountants die zorgt voor kritische reacties op de fusie. Grote accountantsfirma's hebben multinationale cliënten nodig. Maar andersom geldt dat ook: grote ondernemingen kunnen niet meer met lokale accountantsfirma's werken. De keuze uit zes globaal aanwezige accountants is inmiddels teruggebracht tot een keuze uit vijf, en niets wijst er op dat de tendens naar schaalvergroting nu ten einde is. De markt is bovendien moeilijk toegankelijk voor opkomende kleintjes. In de computer- of telecommunicatiewereld blijken er voldoende niches om een paar jongens in een garage te laten uitgroeien tot succesvolle grootondernemers. In een sector waar je alleen meetelt met globale aanwezigheid wordt dat een stuk lastiger.

Juist het steeds adviserender karakter van de dienstverlening die firma's als Coopers en Price aanbieden maakt belangenverstrengeling een risico. Het is tot daar aan toe om de boeken van twee concurrerende ondernemingen te controleren, maar ze allebei van management-advies te dienen is een tweede.

P. Braat van Price Waterhouse wierp gisteren tegen dat, juist door de verbreding van hun activiteiten de zakelijke adviesconcerns geen oligopolie vormen. Ook bedrijven in informatietechnologie dijen uit in de richting van het management-advies. “Onze concurrenten zijn evengoed IBM of EDS.” En multinationals zijn mans genoeg om zich niet door één adviseur te laten ringeloren: er wordt vaker van accountant gewisseld dan vroeger.

In Nederland zal het er om hangen of de nieuwe combinatie met een verwachte omzet van tegen de miljard gulden en een kleine 4200 werknemers in 1997 marktleider KPMG van de eerste plaats verdringt. In de VS wordt Coopers/Price wel marktleider en in Groot-Brittannië wordt de positie van de combinatie zelfs overweldigend. Daar mogen Coopers en Price samen de helft van de 100 grootste Britse ondernemingen tot hun klantenkring rekenen, hetgeen al heeft geleid tot oproepen aan de anti-trust autoriteiten in Londen en Brussel om de fusieplannen eens goed onder de loep te nemen. In Nederland heeft de fusie dergelijke gevolgen niet. Price Waterhouse is bescheiden vertegenwoordigd onder de grote ondernemingen. Die zijn verdeeld tussen KPMG, Ernst & Young, Coopers & Lybrand en Deloitte & Touche. Dat de klanten hier niet echt een probleem in lijken te zien wordt onderstreept door (Moret) Ernst & Young: zowel ABN Amro, Aegon als ING openen elk jaar gebroederlijk hun boeken voor die firma.