Referendum niet meer on-Brits

LONDEN, 19 SEPT. Nog geen vijf maanden is Labour in Groot-Brittannië aan de macht en de partij heeft het volk al twee keer in een referendum om zijn mening gevraagd. Vorige week in Schotland, gisteren in Wales. Dat is nog maar het begin, want voor deze regeerperiode staan nog ten minste vier van dergelijke volksraadplegingen op de agenda.

Een gekozen burgemeester voor Londen. Toetreding tot de Europese monetaire unie. Een politieke regeling voor Noord-Ierland. En aanpassing van het kiesstelsel. Dat zijn de onderwerpen waarover de bevolking zich in een referendum uit mag spreken. Het referendum bloeit in het Verenigd Koninkrijk.

Lang werd het referendum als on-Brits en ongrondwettelijk beschouwd. De eerste die een aanval op dat taboe deed was Winston Churchill in 1945. Hij kwam met het voorstel om het volk over de voortzetting van de oorlogscoalitie te laten beslissen. Een suggestie die Labourleider Clement Attlee verontwaardigd van de hand wees. Hij zei dat hij niet “kon instemmen met de invoering in ons nationale leven van een instrument dat zo vreemd is aan onze tradities als het referendum, dat te vaak al heeft gediend als middel van nazisme en fascisme”. “Hitlers praktijken als het gaat om referendums en volksraadplegingen kunnen deze kunstgrepen in Groot-Brittannië onmogelijk geliefd hebben gemaakt.”

Het eerste Britse referendum werd uiteindelijk gehouden op 5 juni 1975. De vraag die aan het volk werd voorgelegd was of het Verenigd Koninkrijk al dan niet moest blijven deelnemen aan de Europese Gemeenschap. Dat referendum wás een kunstgreep. Alleen door een beslissing over het lidmaatschap uit handen te geven kon de toenmalige Labour-premier Wilson de onenigheid bezweren binnen zijn partij. Het bedwingen van interne verdeeldheid was ook een van de belangrijkste motieven voor Labourpremier Callaghan om in 1979 referendums te houden over beperkt zelfbestuur in Wales en Schotland. Die poging bleek uiteindelijk contraproductief te werken. Onvoldoende steun voor bestuurlijke decentralisatie, zowel in Wales als Schotland, luidde voor achttien jaar het einde van de Labourregering in.

“Overal ter wereld hebben politici een hekel aan het referendum”, constateerde de onafhankelijke Britse Constitution Unit nog geen jaar geleden. “Ze nemen machthebbers de beslissingen uit handen.” Voor referendums geldt ook het bezwaar dat de voormalige Sovjet-minister van Buitenlandse Zaken Molotov al aanvoerde tegen Stalin. “Het nadeel van vrije verkiezingen is dat je nooit helemaal zeker weet wie wint.” Dat de Britse Labourregering zich toch tot een stortvloed aan referendums verplichtte, heeft niets te maken met interne verdeeldheid. Labour was in dertig jaar niet zo eensgezind. De regering probeert met de referendums het vertrouwen in de politiek te herstellen. Constitutionele hervormingen moeten het kwaliteitsstempel van de kiezers krijgen. Volgens een opiniepeiling van het bureau Mori vindt driekwart van de Britten dat een referendum het bestuur democratischer maakt.