Optimistische extremisten

Deze week hoorde ik een voor mij onbekende variant op het thema één Nederlander, één kerk, twee Nederlanders, twee kerken. De Ieren kennen iets soortgelijks. Eén Ier, één mening; twee Ieren twee meningen; drie Ieren, mening afhankelijk van de gesprekspartner.

Generaliseren mag tegenwoordig niet meer, maar soms wordt de verleiding erg groot. Na twee weken Noord-Ierland is mij duidelijk dat Ieren een groot gevoel voor humor hebben. Bovendien zijn ze onverwoestbaar optimistisch, zoals onderstaande anekdote duidelijk maakt.

Met veel geld van de Europese Unie is er in Castlederg een gloednieuwe VVV geopend. Het ziet er schitterend uit: waterpartij voor de deur, tentoonstelling met videobeelden en een uitgebreide sortering glanzende folders en brochures. Het gebouw is opgetrokken uit natuursteen met een overdaad aan hout- en glaswerk. Er is kortom niet op een gulden meer of minder gekeken. Het nieuwe steunpunt voor de toerist werd drie jaar geleden geopend, curieus genoeg in de maand september, niet bepaald de start van het toeristenseizoen, maar alla. De nieuwe VVV kampt echter met één groot probleem: er komt gemiddeld één bezoeker per dag. Maar Sean die er elke dag van elf tot vier resideert, is er heilig van overtuigd dat hij het binnen een paar jaar zo druk zal krijgen, dat hij een assistent nodig heeft. “Als de toeristen eenmaal ontdekt hebben hoe mooi het hier is, zal het een gekkenhuis worden.”

Kennelijk gaat bij de Ieren alles in extremen, want behalve onverwoestbaar optimistisch en humoristisch zijn ze ook ongekend rechtlijnig en fanatiek. Wie eenmaal de vertegenwoordiger van de katholieke wijk in Portadown heeft gehoord, waar de protestantse mars doorheen ging die tot grote ongeregeldheden leidde, begrijpt dat er met deze man geen compromis te sluiten valt. De mars is een grove provocatie en kan net zo goed twee straten verderop worden gehouden, is de strekking van zijn betoog. Waarom doen die protestanten dat dan niet? Zo is het standpunt en daar valt niet aan te tornen.

Voor de vertegenwoordiger van de protestanten geldt hetzelfde. Ze lopen al jaren via deze route en er is toch ook een 'freedom to march' in dit land of hoe zit dat? Dus waarom zouden ze nu opeens van route veranderen? Geen sprake van.

Iedereen, protestant of katholiek, roept in zo'n geval dat het om extremisten gaat. Maar zodra puntje bij paaltje komt, staan ze wel achter hun geloofsgenoten. Zoals John uit het noorden van Noord-Ierland, die op weg is naar zijn caravan in katholiek Ierland en met wie ik een eindje meelift. Zoals iedereen hier vertelt hij al binnen een minuut tot welk kamp hij hoort: het protestantse. “Maar”, zegt John, “het zijn de extremisten aan beide kanten die de boel verzieken. Ik heb nooit problemen met de katholieken en zij niet met mij.” Over de mars in Portadown merkt hij vervolgens op: “Waarom kunnen we daar niet vijftien minuten lopen? Als ze mij zouden zeggen dat ik daar niet mag lopen, zou ik het juist wél doen.”

Beter is het probleem niet te illustreren. Hoewel John zegt een hekel te hebben aan extremisten, moeten ze natuurlijk wel met hun fikken van de protestantse extremisten afblijven. Bij de katholieken is het al niet anders: de IRA komt echt niet uit de lucht vallen.

En zo blijft dit land een vat vol tegenstrijdigheden. Terwijl in een klein plaatsje als Castlederg bommen en moordaanslagen tot voor kort tot de dagelijkse praktijk behoorde, protestanten en katholieken elkaar met argusogen bekijken en wederzijds winkels worden geboycot (maar waar toch ook protestantse café's zijn waar alleen katholieken komen), zo is er in het 25 kilometer zuidelijker gelegen Derrygonnaly de afgelopen dertig jaar niks gebeurd. Helemaal niks ? “Helemaal niks, meneer”, zegt de huisjesbaas. “Ik ben zelf katholiek en de protestanten marcheren hier op 12 juli ook elk jaar door het dorp. Dat willen ze nu eenmaal. Nou, van mij mogen ze.”

Zo zijn de Ieren als het weer hier: binnen tien minuten kan een regenachtige dag zonnig worden. Of omgekeerd. Enig peil valt er niet op te trekken.