Kunsthistoricus Blanken over doek uit Baltimore: 'Afgewezen Rembrandt echt'

ROTTERDAM, 19 SEPT. Het schilderij De Jongeman, in 1969 afgewezen als zijnde een niet authentieke Rembrandt, dient opnieuw aan Rembrandt te worden toegeschreven. Dit zegt de Haagse kunsthistoricus Albert Blankert, gastconservator van de National Gallery of Victoria in Melbourne, waar op 30 september een omvangrijke Rembrandt-presentatie opent, de belangrijkste en kostbaarste tentoonstelling ooit in Australië georganiseerd.

De Jongeman, door het Baltimore Museum of Art in bruikleen gegeven aan Melbourne, droeg aanvankelijk als titel Titus, naar de zoon van Rembrandt. De man met fluwelen baret is frontaal geportretteerd, zijn kin rust in de hand van zijn rechter arm, die op de stoelleuning steunt.

Het Rembrandt Research Project, dat wereldwijd onderzoek verricht naar het oeuvre van zijn naamgever, besteedde vooralsnog geen aandacht aan het doek uit Baltimore.

Volgens een woordwoerder is het niet uitgesloten dat ook dit schilderij - evenals de Oude Man uit de collectie van de Britse vorstin, dat eerder was afgeschreven en vorig jaar wèl als een Rembrandt werd geaccepteerd - weer als een Rembrandt zal worden erkend.

Blankert herontdekte dat het doek uit circa 1660 al in 1682 is nagetekend. “Collega Horst Gerson gooide het schilderij zo'n dertig jaar geleden overboord. De signatuur, vond hij, deugde niet en het was overgerestaureerd. Sindsdien keek niemand er meer naar om. Ook de tekening die naar het doek werd gemaakt, is nooit goed bekeken”. Deze pentekening van Matthys van den Bergh (1617-1687), nu eigendom van het Kupferstichkabinett in Berlijn, komt nauwkeurig overeen met het schilderij.

De techniek die Rembrandt op hogere leeftijd toepaste, details als de onregelmatige lijnen in zijn jasknopen, het informele karakter van het geheel, kenmerkend voor de latere Rembrandts - alles wijst erop, zegt Blankert, dat de voormalige Titus “geheid een Rembrandt is”.

Voor de Australische tentoonstelling hebben tientallen musea van over de hele wereld 28 schilderijen, 26 tekeningen en 25 etsen afgestaan alsook veertig, hooggekwalificeerde schilderijen van Rembrandts leerlingen. “De National Gallery in Londen reageerde als eerste op mijn verzoek meteen positief, en dan volgen de andere musea, van Helsinki tot San Diego, ook wat gemakkelijker”, aldus Blankert. Na de presentantie in de National Gallery of Victoria, dat zich afficheert als het belangrijkste museum van het zuidelijk halfrond, reizen de Rembrandts door naar de National Gallery of Australia in Canberra.

Australische musea bezitten zelf twee schilderijen van Rembrandt, die pas deze eeuw zijn aangekocht. Een derde 'Rembrandt', bleek vals, “een horreur van een zelfportret”, meent Blankert. Een van de twee werken, Portret van een witharige man maakte deel uit van de Rembrandt-tentoonstelling in 1992 in het Rijksmuseum in Amsterdam. Daar ontstond het idee van een Australische presentatie. Het tweede, kleinere paneel in Australisch bezit Twee disputerende oude mannekes, zoals de 17de-eeuwse titel luidt, wordt genoemd in het testament van de Utrechtse schilder Jacques de Gheyn III (1596-1641). Rondom diens schilderijenbezit is in Melbourne een aparte presentatie gegroepeerd.

De tentoonstelling in Melbourne, die tot half februari duurt, wordt gefinancierd door de Arts Exhibitions of Australia, een overkoepelend orgaan van overheid, musea en particuliere sponsors. De zogenaamde indemniteitsregeling, waarbij de overheid garant staat voor de verzekeringskosten, moest budgettair worden verdubbeld. Drukkerij Waanders in Zwolle verzorgt de wereldwijd te verspreiden catalogus. Op 3, 4 en 5 oktober heeft in Melbourne nog een Rembrandt-symposium plaats.