Iconen van deze tijd (3)

In Der Spiegel van 15 september staat een vraaggesprek met Elton John die onlangs voor 2,5 miljard mensen een nummer uit zijn oude doos heeft gespeeld en zodoende de grondslag voor een van de grootste liefdadigheidsfondsen uit de geschiedenis heeft gelegd. De zinsnede 'uit de geschiedenis' hoort erbij.

Niet zolang geleden was het 'ter wereld', maar dan wist je nog niet op welk tijdstip ter wereld. Misschien was er een poos geleden iets groters geweest dat intussen in de vergetelheid was geraakt of niet meer van toepassing in deze tijd. Met het 'uit de geschiedenis' is een eind aan alle twijfel en misverstanden gemaakt; want bedoeld wordt niet de geschiedenis van het Britse Rijk, de westerse cultuur, de platenindustrie, de liefdadigheid of Elton John, maar de wereldgeschiedenis tussen de oerknal en nu. Door aan een prestatie, welke dan ook, deze drie woorden toe te voegen laten we weten dat hier een absolute prestatie is geleverd.

Onder de indruk van de 2,5 miljard luisteraars heb ik geprobeerd het vraaggesprek te lezen, eerst zin na zin. Niet gelukt. Toen de techniek van de ontdekking der hoogtepunten toegepast. Je laat je ogen panoramisch over de regels weiden en dan wacht je tot je blik in een woord blijft haken en daar lees je verder. Bij mij was het Eselsohr. De zanger ergert zich als er ezelsoren worden gemaakt in het papier dat bij de cd hoort. Volgende woord: Kokainsucht. Het had hem grote moeite gekost, de slechte gewoonte weer af te leren. Nog een paar van die woorden. Ik gaf het op. Ik sluit niet uit dat er veel wijsheid in staat en dat hij een van de beste zangers uit de geschiedenis is, maar het is een soort wijsheid en een afdeling van de geschiedenis die niet aan mij zijn besteed. Zingen en denken zijn ver uit elkaar liggende bezigheden, en nog verder weg ligt het vertellen wat je hebt gedacht aan een redacteur van Der Spiegel.

Opnieuw belanden we bij het raadsel van de beroemdheid. Art Buchwald heeft er onder de kop 'The Celebrity Crisis' een column aan gewijd (Herald Tribune van 16 september). Het gaat in het bijzonder over de beroemdheden die steen en been klagen over de fotografen en journalisten door wie ze beroemd zijn geworden, terwijl je ze nooit hoort over de hotelsuites die ze gratis krijgen aangeboden en de korting op ocelot, mink en persianer, alleen omdat ze beroemd zijn. Ik bewonder Buchwald al sinds 1959 toen hij in zijn column uitlegde dat James Hagerty, perschef van president Eisenhower, de domste perschef uit de geschiedenis was. Maar het vraagstuk van de beroemdheden en hun publiek wordt ook door hem niet opgelost. Misschien is het wel een van de moeilijkste vraagstukken uit de geschiedenis. ('Misschien' is een woord dat in dit verband dikwijls wordt gebruikt door journalisten die de grote stap naar het absolute nog niet aandurven).

De beroemdheid rukt op, neemt meer ruimte van de dagbladen, meer tijd van de televisie en dus een groter aandeel in het leven. Ook deze krant heeft al een poos iedere week op de achterpagina een rubriek met berichtjes over de lotgevallen der beroemden. Die sla ik over, niet omdat ik er dédain voor zou hebben maar omdat het me niet interesseert. Ik wil die mensen niet over de vloer van mijn hersens. Het valt me tegen als Salman Rushdie op de voorpagina van Le Monde zijn duit in het zakje komt doen (en dan nog, wat voor duit. Hij ziet in de telelenzen van de paparazzi phallus-symbolen en knoopt aan deze orthodox-freudiaanse waarneming een essay vast). Het valt me tegen, van Le Monde en wat minder van Rushdie.

Nadat de modeontwerper Gianni Versace was vermoord, verschenen ook in de media die zich daarin niet hebben gespecialiseerd beschouwingen waarin sprake was van 'iconen van deze tijd'. (Bij het vraaggesprek met John in Der Spiegel staat een foto van beiden). De iconen vallen niet te vermijden. Zo was het al in het Byzantijnse Rijk; niets nieuws onder de zon. Voor veel mensen, misschien wel 2,5 miljard, horen de iconen tot de levensbehoeften. Een onbekend aantal heeft geen zin in de aanblik van hun gegalvaniseerde lach, de berichten over de inhoud van hun klerenkast en hun lotgevallen. Voor die mensen is het de vraag, in welke mate de iconen van deze tijd vermeden kunnen worden. Gewoon de pagina omslaan, wegzappen? Dan kom je de volgende tegen.

Ik wil niet overdrijven, maar in de media doen de iconen van deze tijd door hun onvermijdelijke aanwezigheid een beetje denken, een klein beetje, heel in de verte, aan een bezettende macht. Nou ja, klaag dan niet. Met een bezetting kun je het slechter treffen.