Hoe de geschiedenis had kunnen verlopen; Tja, als Kennedy niet was vermoord, ...

Niall Ferguson (ed.): Virtual history. Alternatives and counterfactuals. Picador, 548 blz. ƒ 78,40

Toen ik een jongen van een jaar of vijftien, zestien was, zag ik in de boekenkast van een huis waar ik logeerde, een boek staan met, op de rug, de intrigerende titel If. Het bleek een verzameling van opstellen te zijn over gebeurtenissen in de geschiedenis die niet hadden plaatsgevonden, maar hadden kunnen plaatsvinden, zoals: als Lodewijk XVI een beetje vastberadener zou zijn geweest (dan zou de Franse Revolutie niet zijn uitgebroken); als Napoleon na Waterloo naar Amerika zou zijn ontsnapt; als Lincoln de Amerikaanse burgeroorlog zou hebben verloren of, na zijn overwinning, niet zou zijn vermoord; als de liberale Duitse keizer Frederik niet in 1888 aan kanker zou zijn overleden (dan zou Duitsland een democratische staat als Engeland zijn geworden en zou de Eerste Wereldoorlog niet zijn uitgebroken).

Als, als, als... allemaal vragen die een jongen van die leeftijd boeiden, maar ik kan me niet herinneren dat ik toen meer heb gedaan dan het boek door te bladeren. Misschien ook was mijn Engels nog niet goed genoeg. Maar de titel van het boek is mij bijgebleven tot de dag van vandaag.

Pas onlangs heb ik ontdekt welk boek ik toen in handen moet hebben gehad: If it had happened otherwise: lapses into imaginary history, een bundel opstellen geredigeerd door J.C. Squire en verschenen in 1931. Het wordt vermeld in een soortgelijke bundel die dit jaar is uitgekomen en de (althans voor de dilettant) minder intrigerende titel draagt: Virtual history: alternatives and counterfactuals, eveneens een bundel opstellen over wat er niet gebeurd is en geredigeerd door Niall Ferguson, die moderne geschiedenis doceert in Oxford. Hij doet nogal denigrerend over het boek van Squire en zijn 'motley crew, voornamelijk bestaande uit romanschrijvers en journalisten'. Toch bevonden zich onder die schrijvers mensen als Winston Churchill, André Maurois, G.K. Chesterton, Harold Nicolson en Hilaire Belloc - weliswaar geen beroepshistorici, voor een deel zelfs broodschrijvers (mag dat in het crisisjaar 1931?), maar toch niet helemaal onserieuze lieden. Maar misschien dat de aanwezigheid onder hen van Emil Ludwig voor Ferguson de deur dichtdeed.

Determinisme

Helemaal ongelijk heeft Ferguson overigens niet - en dat niet omdat zijn medewerkers allemaal professoren en lectoren zijn, die een reputatie te verliezen hebben, maar omdat, terwijl de schrijvers van 1931 inderdaad denkbeeldige en soms fantastische scenario's schetsen (alsof ze een werkelijkheid weergeven), Fergusons mensen zich, serieuzer, bepalen tot het beschrijven van wat net zo goed ook had kunnen gebeuren. Het is alleen Ferguson zelf die, in zijn nawoord, een kort overzicht geeft van de geschiedenis tussen 1646 en 1996 alsof, om ons tot deze eeuw te bepalen, Amerika nog een Engelse kolonie was, Engeland buiten de Eerste Wereldoorlog was gebleven, Hitler de Tweede had gewonnen enzovoort, enzovoort. Het is dan Ferguson zelf die niet serieus is.

Maar is virtual history, geschiedenis zoals die had kunnen verlopen, überhaupt serieus? Ferguson doet in zijn inleiding, die één vijfde van de hele tekst beslaat en alle geschiedfilosofische theorieën kortelijk de revue laat passeren, moeite virtual history in een serieus kader te plaatsen, maar waar het op neerkomt is dit: het is de deterministische geschiedschrijving - of die nu van Marx of een ander is - die, volgens Ferguson en de zijnen, niet serieus is. Gebeurtenissen kunnen pas achteraf onvermijdelijk genoemd worden; nog een dag ervóór had het balletje naar de andere kant kunnen rollen. Is dat een geheel nieuwe kijk op de geschiedenis? De volkswijsheid zegt het al:'t kan vriezen, 't kan dooien.

Het is waar dat er iets geruststellends, zo niet troostends, zit in de gedachte dat we deel uitmaken van een groot plan. Daar hebben we een godsgeloof niet eens voor nodig. Daarom is het nuttig er, met kracht van argumenten, telkens weer op te wijzen dat het ook anders had kunnen verlopen. Het woord van Huizinga dient dan ook als een van de motto's voor Fergusons bundel: 'Een historicus moet tegenover zijn onderwerp een indeterministisch gezichtspunt blijven innemen. Hij verplaatst zich voortdurend op een punt van het verleden waarop de kenbare factoren nog verschillende uitkomsten schenen toe te laten. Spreekt hij van Salamis, dan is nòg mogelijk dat de Perzen zullen winnen, spreekt hij van de staatsgreep van Brumaire, dan hangt het nog of Bonaparte niet smadelijk zal worden teruggedreven.'

In die geest zijn de meeste bijdragen aan de bundel geschreven. Daarbij zijn sommige vooral interessant door de analyse van de gebeurtenissen die voorafgegaan zijn aan een beslissing van wereldhistorische betekenis, zoals Engelands intrede in de Eerste Wereldoorlog (allesbehalve onvermijdelijk), of van personen van historische betekenis. Zo ontzenuwt Diane Kunz de mythe dat president Kennedy, als hij was blijven leven, nooit zou hebben toegelaten dat de Verenigde Staten in de oorlog in Vietnam zouden zijn vastgeraakt. En op sociaal gebied zou hij zeker niet zoveel hebben bereikt (als hij al had gewild) als zijn opvolger, de verguisde Lyndon Johnson.

Thorbecke

In een nog snijdender bijdrage, van Mark Almond, wordt Gorbatsjov tot zijn ware proporties teruggebracht: zonder perestrojka zou de Sovjet-Unie het nog best enige decennia hebben kunnen uithouden, te meer omdat het Westen niets zozeer vreesde als een uiteenvallen van de Sovjet-Unie, dat allerlei middelpuntvliedende krachten zou losmaken en de eveneens gevreesde hereniging met Duitsland tot gevolg zou hebben. Zeker zouden de Verenigde Staten niet de vrije hand tegen Iraks Saddam Hussein hebben gehad, en wat zou dat weer voor gevolgen hebben gehad?

We kunnen het ermee eens zijn en toch geloven dat de Sovjet-Unie niettemin op den duur, zo niet in 1991 dan later, te gronde zou zijn gegaan aan haar interne tegenstellingen, een lot dat Marx over het kapitalisme had voorspeld. Als het communisme onhervormbaar is - en dat is onder Gorbatsjov wel gebleken - dan moest het vroeg of laat, wel ten onder gaan. In een andere bijdrage komt Jonathan Haslam dan ook tot de conclusie dat, gezien de ideologische factor, de Koude Oorlog misschien toch onvermijdelijk was - niet pas achteraf, maar van begin af aan. Een conclusie die een beetje het motief van het boek ondermijnt.

Marx zelf gaf overigens, zij het slechts één keer, toe dat de algemene trend van de geschiedenis beïnvloed - vertraagd dan wel versneld - kan worden door toevalligheden, ook door toevallige personen. Hij deed dus water in zijn deterministische wijn. Kunnen, omgekeerd, de antideterministen niet de mogelijkheid aanvaarden van seculaire ontwikkelingen, die onder het geweld van de dagelijkse, vaak toevallige gebeurtenissen nauwelijks merkbaar zijn? Thorbecke dacht er zo over. In 1831, het jaar dat hij hoogleraar in de geschiedenis van de staat en het recht te Leiden werd, schreef hij: '...eenheid van aanleg en doel is, al ontbreekt zij in de gezindheid der mensen, daarom niet verbannen uit de aaneenschakeling van hetgeen geschiedt. Door alle gebeurtenissen loopt, hoe fijn en verborgen, een zelfde draad: en de eens begonnen algemene ontwikkeling vervolgt, door iedere lotswissel heen, haar weg', wat door de historicus I.J. Brugmans aldus vertaald werd: 'Macrohistorisch bestaat een immanente ontwikkeling, microhistorisch kan het toeval, het onverwachte heersen.' Een andere Nederlandse historicus, J.C. Boogman, pleitte, in zijn oratie van 1959, voor een samengaan van de 'possibilistische' en de 'structuralistische' methoden in de geschiedbeschouwing of, zoals de Franse historicus Lucien Febvre zei, 'l'accord de l'institutionnel et du contingent'. (Boogman nuanceerde hier de meer deterministische, zij het allesbehalve marxistische, geschiedopvatting van zijn voorganger en leermeester Geyl.)

Het boek van Ferguson bevat meer hoofdstukken dan de hier genoemde. De eerste zijn slechts voor de kenner van de Britse geschiedenis naar waarde te schatten (bijvoorbeeld: stel dat Cromwell de burgeroorlog niet had gewonnen) en mogen hier dus onbesproken blijven. Maar onder het lezen dacht ik wel: zo'n boek zou ook over de Nederlandse geschiedenis te schrijven zijn. Sterker: zo'n boek is over althans een stuk van de Nederlandse geschiedenis geschreven: Nanda van der Zee's boek Om erger te voorkomen, dat, kort samengevat, de stelling verdedigt dat, als koningin Wilhelmina in mei 1940 het land niet had verlaten, de Nederlandse joden een ander lot zou zijn beschoren geweest. Een op z'n minst onbewijsbare these.

Maar ja, wat niet gebeurd is, valt niet aan te tonen. In beginsel is het possibilisme, de geschiedschrijving van wat had kunnen gebeuren, grenzeloos. 'Gaat de historicus verder dan het voorzichtig aanstippen van enkele andere mogelijkheden, dan loopt hij groot gevaar zich te verliezen in speculaties en weg te zakken in een moeras van conjecturen en hypothesen', zegt Boogman. Inderdaad, want iedere mogelijkheid opent weer een deur voor talloze andere mogelijkheden. Virtual history bestrijkt een eindeloos groter terrein dan real history, en het bestuderen van het laatste heeft de historicus W.H. Roobol al eens genoemd het 'bestuderen van de gedaantewisselingen van de chaos'.

Spaghetti

Ja, valt de chaos of, zoals een andere historicus het eens genoemd heeft, 'een sliert spaghetti in een bord spaghetti' wel te bestuderen? In elk geval kan geschiedenis nooit zo beschreven worden als zij zich afspeelt, al was het alleen maar omdat in de werkelijkheid vele dingen tegelijkertijd gebeuren, terwijl ze slechts in opeenvolging beschreven kunnen worden. Dat heeft Thomas Carlyle al opgemerkt die, lang vóór de enkele jaren geleden populaire chaostheorie, ook zei dat een indiaan aan de oever van het meer van Ontario geen kiezelsteen een paar meter verder kan gooien zonder het zwaartepunt van de aardbol te veranderen (de chaostheorie had het over het vleugelgefladder van een vlinder in China, dat de grondoorzaak van een tyfoon in het Caribisch gebied kan zijn).

En dat is alleen nog maar real history! Moeten we ons daarnaast ook nog bezighouden met virtual history? Zeker, de speculaties, conjecturen en hypothesen van virtual history kunnen heel leuk, verleidelijk en intrigerend zijn, maar per slot van rekening zijn ze, hoe vernuftig en plausibel ook, niet meer dan een gedachtespel. Het enige nut dat ze hebben is ons eraan te herinneren dat de geschiedenis ook anders had kunnen verlopen.

Ik ben begonnen met een jeugdherinnering. Laat ik met een andere, nog vroegere eindigen. Als kind placht ik, als andere kinderen, ouderen aan hun hoofd te zeuren door te vragen: maar als... (uitgesproken als as). Steevast luidde het antwoord: as is verbrande turf.